Kun je nog zingen...?

Je kunt zeggen wat je wilt van Idols, het programma waar nieuwe popsterren worden gezocht, maar het heeft één voordeel: er wordt echt, live, gezongen. Dat is uitzonderlijker dan het lijkt. In het virtuele tijdperk is ook een zangstem niet altijd meer wat hij geweest is. Bij grote live-concerten, waar financieel veel van afhangt, loopt steeds vaker een vooraf opgenomen zangstem mee, waar de artiest zelf overheen zingt. Megasterren van de categorie Madonna en Britney Spears hebben zich al moeten verdedigen tegen de beschuldiging dat zij playbacken. Maar wat wil je, als er tegelijkertijd een complexe choreografie moet worden uitgevoerd? Een gemiste toon wordt dan opgevangen door de reservestem.

De echte zangrevolutie in de popmuziek gaat intussen over tooncorrectie. Dat is een computertechniek waarbij de zangstem naar de juiste, zuivere, toon wordt geloodst. Het idee daarachter heeft een nogal onwaarschijnlijke bron: de olie-industrie. De Amerikaanse geoloog Andy Hildebrand zocht naar olie onder de grond door de terugkerende schokgolven te meten van explosies aan het oppervlak. In 1997 paste hij de bijbehorende computertechniek toe op geluidsgolven, en wist zo een programma te maken dat de frequentie, de toonhoogte, van geluid bijstelt, zonder de overige karakteristieken aan te tasten.

Sindsdien wordt dat programma, Autotune, steeds vaker gebruikt in geluidsstudio's. Het is verbeterd, en er zijn nu veel meer apparaten en programma's op de markt om de menselijke stem een zetje te geven in de richting van perfectie. Joeri Saal, de geluidstechnicus van de Amsterdamse Studio 150, zegt het effect nu al op het merendeel van de nieuwe muziek te horen. Hij noemt het een vloek en een zegen tegelijk. Als een zanger of zangeres in de studio een perfecte uitvoering geeft, maar er is één toon net niet lekker, dan kan dat elegant worden bijgewerkt. Het alternatief is om het inzingen zo vaak over te doen dat het spontane effect van de eerste twee of drie opnames verloren gaat. Maar als Autotune of soortgelijke effecten integraal worden gebruikt, dan wordt ook hier de grens met bedrog nogal vaag. Want kan de zanger of zangeres eigenlijk wel zingen?

Een volledig gebrek aan muzikaliteit is ook door de beste tooncorrectie niet bij te stellen. Anders gaat het klinken als de hit Believe van de zangeres Cher uit 1999, waar extreme tooncorrectie als een gimmick werd gebruikt.

Er bestaan veel meer technieken om de natuur een handje te helpen. Tien keer inzingen, en dan met software de beste stukjes aan elkaar plakken, is de gewoonste zaak van de wereld. Zo is er het aanschouwelijke verhaal van de actrice die ook een hitje moest hebben. In dit geval werd een ervaren jazz-zangeres ingezet die het liedje eerst inzong. De actrice zong vervolgens met die stem mee, en werd daarna flink met Autotune bijgespijkerd. In de uiteindelijke opname klonk de stem van de actrice, maar wel voorzien van de galm van de stem van de jazz-zangeres. Is dat nog echt?

Tooncorrectie wordt in de muziekwereld zo' n beetje wat doping is voor de wielersport. Iedereen weet dat veel anderen het gebruiken. Er zijn uitzonderingen. De Britse popzanger Robbie Williams zit er niet mee, gezien zijn antwoord op de vraag waarom hij er gebruik van maakt. 'Iedereen gebruikt tegenwoordig Autotune. Heb jij een spellingschecker op je computer? Gebruik je die? Waarom, kun je niet spellen soms?'

Autotune en zijn verwanten zijn nog spaarzaam bij live-concerten, al wil een technicus nog wel eens inspringen bij die hoge noot waarvan vooraf niet zeker is of hij wordt gehaald. Integraal gebruik valt nog te veel op, maar dat is een kwestie van tijd. Er zijn al apparaten die tweede en derde stemmen bij de oorspronkelijke zangstem maken, volgens een vooraf ingevoerde toonladder.

Is dit erg? Iedereen vanaf een jaar of dertig zal misschien denken van wel. Toen in de jaren tachtig bleek dat het popniemandalletje Milli Vanilli niet zelf zong, was de verontwaardiging bij de fans zo groot dat het meteen het einde was van het zangduo. Het valt te betwijfelen of het jonge poppubliek daar twintig jaar later net zo'n probleem van maakt. Zij zijn er al veel meer aan gewend dat in de virtuele samenleving niet alles meer is wat het lijkt.

woensdag@nrc.nl