Frankrijk en VS zijn even dikke vrienden

Eerst was president Chirac op bezoek in India, nu komt president Bush. Dat is geen toeval, meent Roger Cohen. Er is duidelijk sprake van een opbloeiende idylle tussen Washington en Parijs. Op zeker tien punten is de kloof tussen de Fransen en de Amerikanen gedicht - al durft niemand te zeggen voor hoe lang.

Als de Franse president Jacques Chirac op bezoek is in India, een opkomende grootmacht, en daar met geen woord spreekt over een 'multipolaire wereld' - de zo geliefde steek onder water naar de Verenigde Staten - dan weet je dat het Franse gevit op Amerika weer een tijdje voorbij is.

En als Chirac bij zijn terugkeer - zoals vorige week - dan de telefoon pakt en belt met zijn nieuwe vriend president George Bush om te praten over de noodzaak tot 'internationale consensus' over de Indiase activiteiten op het gebied van kernenergie, dan besef je dat de afwezigheid van vitriool misschien zelfs een sprankje goede wil tussen die onhandelbare bondgenoten heeft opgeleverd.

Bush volgt Chirac deze week naar New Delhi - een van de twee nieuwe centra van de Aziatische macht - en het staat nog te bezien of India via de achterdeur definitief is binnen te halen in de club van salonfähige kernmachten. Duidelijk is wel dat Frankrijk en Amerika, ondanks concurrerende commerciële en strategische verleidingen, toch weer samenwerken aan een gevoelig dossier.

Deze stille samenwerking volgt op een doeltreffend Frans-Amerikaans bondgenootschap waarmee vorig jaar het vertrek van de Syrische troepen uit Libanon werd bewerkstelligd en nu de diplomatie tegen de Iraanse kernambities wordt gecoördineerd. Toen de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Philippe Douste-Blazy, onlangs sprak van het Iraanse 'clandestiene militaire kernprogramma', klonk hij bijna Bush-achtig direct. Maar hoe vreemd het ook lijkt zo kort na de ruzie om Irak, de Frans-Amerikaanse idylle komt voort uit bepaalde ontwikkelingen die doen vermoeden dat er voorlopig nog geen einde aan zal komen. Ik noem er 10:

1 De Europese Unie is door haar weggevallen grondwet onzeker van haar koers en lijkt nog wel een tijdje op drift te zullen blijven. De plannen om haar om te vormen tot een samenhangender macht, als 'tegenwicht' voor de Verenigde Staten (om nog een geliefde Franse uitdrukking te gebruiken) zijn in de ijskast gezet. De Europese alternatieven voor Atlantische samenwerking zien er voorlopig gammel uit.

2 De Franse aanvaarding van een verruimde NAVO-rol in Afghanistan heeft het bondgenootschap nieuw leven ingeblazen en het weer een nieuw belang gegeven voor de regering-Bush. Met betrekking tot Afghanistan werken Parijs en Washington nauw samen.

3 Nu de Duitse kanselier Angela Merkel naar verbetering van de banden met de regering-Bush streeft, voelt Frankrijk er niets voor om geïsoleerd te raken. Door de Franse avances tegenover Washington lijken de Duitsers voorlopig te zijn afgetroefd. Berlijn wordt nog steeds geplaagd door de naweeën van Irak, die de Duits-Amerikaanse banden bemoeilijken. Voor Frankrijk geldt dit minder.

4 Een diner van Chirac en Bush op 22 februari 2005 in Brussel was hun beste ontmoeting. De doorbraak komt voort uit de goede betrekkingen die zich hebben ontwikkeld tussen Maurice Gourdault-Montagne, de nationale-veiligheidsadviseur van Chirac, en zijn Amerikaanse tegenhanger Stephen Hadley. Gourdault-Montagne, die veelvuldig nuttige bezoeken aan Washington heeft gebracht, onderhoudt ook nauwe banden met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice. De Frans-Amerikaanse 'chemie' is van kil in behaaglijk veranderd.

5 Met zijn toespraak over de Franse strategische doctrine schoof Chirac in januari dicht op naar de doctrine van Bush over preventieve oorlogvoering in een tijd dat de verspreiding van kernwapens en het terrorisme, en vooral hun mogelijke samengaan, de gevaarlijkste bedreiging voor de internationale veiligheid vormen. De uitspraken van Chirac over het gebruik van militair geweld, en zelfs kernwapens, tegen landen of terroristen die het gebruik van massavernietigingswapens tegen Frankrijk overwegen, hebben de Fransen voorlopig weer als haviken neergezet. Dit soort harde taal hoort het Bush-kamp liever dan het Franse gewauwel over de Verenigde Naties.

6 Het gezamenlijke beeld van de dreiging dat het cement was van de transatlantische bondgenootschappen in de Koude Oorlog is nog altijd niet vervangen. Maar het terrorisme in Europa en de opkomst van Europa als hoofdtoneel van de strijd tussen het Westen en het moslimfundamentalisme, hebben Frankrijk - en Europa als geheel - bewogen tot een nauwere identificatie met het Amerikaanse beleid op het terrein van de terrorismebestrijding.

7 De Amerikaanse buitenlandse politiek heeft in de tweede termijn van Bush weer een zeker realisme gekregen. Irak heeft in elk geval ontnuchterend gewerkt. Het heeft de nadruk gelegd op het nut van traditionele bondgenoten, de prijs van het isolement en de noodzaak van geven-en-nemen in elk bondgenootschap. Een van de gevolgen is dat de VS hebben ingestemd met een Europese hoofdrol inzake Iran, een ondenkbare politiek in de hitsige dagen van 2002, toen Bush sprak over zijn 'as van het kwaad' en de koorts over de watjes-in-het-oude-Europa op haar hoogtepunt was. Een Amerika dat beter luistert, is voor Frankrijk aanvaardbaarder.

8 Zoals die bezoeken aan India doen vermoeden, en zoals de groeicijfers in China bevestigen, beperken de economische en andere uitdagingen voor het Westen vanuit Azië zich niet tot een van beide kanten van de Atlantische Oceaan. Een gezamenlijke kwetsbaarheid voor de opkomst van Azië is bevorderlijk voor een gezamenlijke bezinning.

9 In Frankrijk wachten volgend jaar presidentsverkiezingen. Net als in de Verenigde Staten broeit er meer onrust aan de rechter- dan de linkerzijde van het politieke spectrum. De centrum-rechtse voormannen, premier Dominique de Villepin en minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, strijden om de baan van Chirac.

Sarkozy heeft zich al bereid getoond een 'Amerikaanse kaart' te spelen - in stijl (weg met de benepenheid) en inhoud (ja tegen de markt). De Villepin heeft er niet echt belang bij om zich kwetsbaar te maken door een anti-Amerikaanse toon. Het is opvallend hoe terughoudend hij zich sinds zijn ambtsaanvaarding op elk terrein heeft opgesteld, van Irak tot de berichten over de detentiecentra van de CIA in Europa.

10 Zelfs Hollywood lijkt tegenwoordig gesteld op Frankrijk. Drie Franse films - 'March of the Penguins', 'Joyeux Noël' en 'Darwin's Nightmare' - zijn volgende week kandidaat voor een Oscar. 'March' een documentaire over keizerpinguïns, heeft het veel beter gedaan op de Amerikaanse dan op de Franse markt. Er zijn bescheiden tekenen dat de Fransen zo langzamerhand inzien dat ze hun cultuur het beste kunnen beschermen en verspreiden door films te maken waar mensen echt heen willen. Dat is nieuw en veelbelovend.

Het enige dat zeker is over de Frans-Amerikaanse liefde is dat ze, net als alle wittebroodsweken, ook weer zal eindigen. De betrekkingen tussen Parijs en Washington vertonen dezelfde golfbewegingen als de oliehandel. Maar ook de oliehandel kent op het ogenblik een bloei waarvan het eind nog niet in zicht is.

Roger Cohen is columnist. © New York Times Syndicate