Filmisch talent op de steppe

Bij haar vorige film, het voor een Oscar genomineerde The Story of the Weeping Camel (2003, nog steeds in de filmtheaters te zien) zette de Mongoolse filmregisseur Byambasuren Daava een moederkameel en haar jong op de aftiteling. Voor The Cave of the Yellow Dog is dat de hond Zochor ('vlekje'). Dat is geen grap of gimmick. Daava (Ulanbator, 1971) had ook het groener-dan-groene gras van de Mongoolse steppen een acteercredit kunnen geven. Of de gieren in de lucht. Of de lucht zelf. Alles speelt mee in haar tweede film, waarmee zij vorig jaar afstudeerde aan de Hochschule für Fernsehen und Film in München. Alles wórdt film. Het kan Daava dan ook niet schelen of The Cave of the Yellow Dog een speelfilm of een documentaire is. Alles wat in de film gebeurt is echt, maar de werkelijkheid is geordend. Wie er toch een naam aan wil geven zou het een narratieve documentaire kunnen noemen, vergelijkbaar met literaire non-fictie.

Mongolië acteert in ‘The Cave of the Yellow Dog’

The Cave of the Yellow Dog is een film over een meisje en een hond. En tegelijkertijd is het een film over wolven en schapen en wolven in schaapskleren, het voorbijgaan van de tijd en de seizoenen, nomadenkinderen die op kostschool gaan in de stad en de glorieuze futiliteit van het bestaan. Maar The Cave of the Yellow Dog gaat over al die dingen op dezelfde manier als waarop je zou kunnen zeggen dat een romantische komedie over straatstenen of deurknoppen gaat. Hij gaat erover omdat ze er nu eenmaal zijn. Zonder nadruk. Zonder (opgelegde) betekenis.

Dat lijkt te eenvoudig voor woorden. Maar als je je bedenkt hoe lang de meeste speelfilmregisseurs bezig zijn met het zó ensceneren en take na take heropnemen van hun scènes dat ze er realistisch uitzien, dan zegt het wel iets over het enorme filmische talent en de visuele beheersing van deze nog maar net van de filmacademie afgekomen regisseuse dat zij dat kon met zeer beperkte middelen. Daava en haar crew van medescholieren verbleven twee maanden in Mongolië. Hun budget was zo bescheiden dat ze slechts 11 uur filmmateriaal konden opnemen. Dat is eindexamenwerk en meesterproef ineen!

Die prestatie is niet alleen productietechnisch subliem. The Cave of the Yellow Dog is vooral zo weergaloos omdat hij ons oh-zo-doorgewinterde-Westerse-filmkijkers weer gewoon laat kijken. Vertrouw maar op je ogen om de schoonheid van het alledaagse te zien, zegt de film. Ga er met je oma's en je kinderen en je cynische buurmeisje naartoe. De een ziet een lief verhaal over, zoals gezegd, een meisje en een hond. De ander de treurnis van een vrachtwagen die over de onverharde wegen rijdt en de steppebewoners oproept om te gaan stemmen. Of de subtielere ironie van nomadenkinderen die het liefste met de porseleinen Boeddha-beelden op het huisaltaar spelen. 'Niet met de goden spelen', zegt hun moeder. Alsof dat niet precies is wat Daava doet.

The Cave of the Yellow Dog. Regie: Byambasuren Daava. Met: de familie Batchulun en de hond Zochor. In: 10 bioscopen.