Europa trekt grenzen

De open markt is nog altijd het credo in Europa, maar intussen rukt het economische protectionisme op. Politici spelen een hoofdrol in de huidige fusiegolf.

Kopen, verkopen, aanbieden, afschermen. Het grote overnamespel is in Europa weer volop aan de gang. Met, en dat is nieuw in de huidige fusiegolf, toppolitici in de rol van ondernemer. Want zo waren ze de afgelopen dagen te zien: de Franse premier Dominique de Villepin, zijn Italiaanse collega Sylvio Berlusconi en José Luis Rodriguez Zapatero, de minister-president van Spanje. En dat betekent weer dat het niet bedrijfsbelangen zijn die de boventoon voeren, maar nationale belangen.

De open markt is nog altijd het credo in Europa, maar intussen rukt op tal van terreinen het protectionisme op. Het gaat niet om economische convergentie, maar om door de regeringsleiders aangewakkerde nationale pretenties. De een kondigde een megafusie aan, de ander een directe tegenactie, terwijl de derde koos voor de tijdelijke terugtocht met als enig doel de definitieve overwinning.

Monopoly voor ministers? Een fusiecongres van Wenen? Of Jalta voor bedrijven? Eén ding is zeker: het gaat over macht. En het gaat over grenzen die opeens weer heel erg aanwezig blijken te zijn in het 'grenzeloze Europa'.

Zoals enkele jaren geleden de Europese telecommarkt volop in beweging was, met overnames aan de lopende band, is dit nu het geval bij de energiebedrijven. En opnieuw luidt het devies: eten of gegeten worden. Wie mee wil doen, moet snel zijn. Het gevolg is nervositeit. De ene fusie lokt de andere uit, waarbij weloverwogenheid het nogal eens moet afleggen tegen snelheid.

Meest in het oog springend was ongetwijfeld de actie van de Franse premier De Villepin afgelopen zaterdag. Met een verwijzing naar het Franse strategisch belang kondigde hij persoonlijk het samengaan van de twee nationale energiereuzen Suez en Gaz de France aan. Een verrassingsactie waardoor het Italiaanse energiebedrijf Enel, dat geïnteresseerd was in Suez, het nakijken had. 'Een ongeoorloofde daad van Frans protectionisme', klonk het vanuit Rome.

De Italiaanse premier Berlusconi eist ingrijpen van de Europese Commissie om de Franse energiefusie te verbieden. Maar het dagelijks bestuur van de EU houdt zich bij monde van eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging) met procedurele argumenten vooralsnog op de vlakte. 'Er is nog niets formeel aangemeld', zei ze gisteren toen de Italiaanse minister van Financiën Tremonti zijn beklag over de Fransen kwam doen.

Gaat het om het veiligstellen van een vitale basisvoorziening als energie of is er sprake van een bredere protectionistische tendens? [Vervolg : pagina 19]

PROTECTIONISME

'Economisch nationalisme is bizar'

[Vervolg van pagina 1] Nog maar enkele weken sprak de Ierse eurocommissaris voor interne marktaangelegenheden, Charlie McCreevy, tijdens een toespraak in Washington zijn zorg uit over het toenemende protectionisme dat volgens hem bezig was in Europa de kop op te steken.

Een volgens hem totaal verkeerde reactie. 'De economische problemen worden niet veroorzaakt door buitenlandse concurrentie', zei de opvolger van Bolkestein in het dagelijks bestuur van de EU. 'In plaats van grenzen op te werpen, moeten landen intern hervormingen doorvoeren.'

Maar die hervormingen roepen juist weerstand op, blijkt keer op keer. En dan kan de boze buitenwereld al snel als bliksemafleider fungeren. Vandaar de vraag of de voorgenomen defensieve Franse energiefusie ook een illustratie is van nationaal sentiment. Anders gezegd: dat er een allesoverheersende angst is voor een uitverkoop van het Franse bedrijfsleven. Dat laatste is de overtuiging van Paul Hofheinz van de in Brussel gevestigde Lisbon Council, een pressiegroep die zich inzet voor het drastisch hervormen van de Europese economie. Hij betitelt de recente ontwikkelingen als 'bizar'. 'Wat je nu ziet is een vorm van economisch nationalisme. Het is in dat denken belangrijker dat bedrijven tot een land behoren dan dat die bedrijven sterk genoeg zijn en werkgelegenheid creëren. Ik vind dat een gevaarlijke tendens.'

Afgelopen zomer introduceerde de Franse premier De Villepin het begrip economisch patriottisme. Dat was nadat het Amerikaanse Pepsi Cola belangstelling had getoond voor het Franse zuivelconcern Danone. Hij kondigde nieuwe fusiewetgeving aan die ervoor moest zorgen dat voor elf 'strategische' sectoren, variërend van biotechnologie tot wapenindustrie, speciale - beperkende - overnameregels zouden gaan gelden. Het belette de Fransen overigens niet om het Belgische energiebedrijf Electrabel in te lijven. Wat de Waalse minister voor regionale zaken Jean-Claude Marcourt tot de sneer naar de Fransen bracht dat 'energie van groter strategisch belang is dan yoghurt'.

Ook nu weer is het de Europese Commissie die zal moeten oordelen of de Franse wetgeving die in de maak is niet in strijd is met Europese regels.

Maar het zijn al lang niet meer alleen de Fransen die protectionistisch gedrag vertonen. 'Als het om dit soort reflexen gaat, bestaan er geen heiligen', zegt Paul Hofheinz van de Lisbon Council.

Dat werd onlangs nog duidelijk in de overnamepogingen van de Europese staalgigant Arcelor door Mittal Steel. Toen was het premier Jean-Claude Juncker van Luxemburg, waar Arcelor is gevestigd, die een beschermingsconstructie in de vorm van gifpillen suggereerde. De hoop van Hofheinz is dan ook gevestigd op de Europese Commissie. 'Het is hun taak om voor Europa als geheel op te komen.' Maar dat is nu juist het probleem. Zoals de afgelopen jaren al is gebleken, zijn het in de huidige machtsbalans vooral de nationale regeringen die de toon zetten.