Betrek bewoners bij het welzijn van hun straat

Met de zogeheten straataanpak, waarbij straatbewoners worden aangemoedigd om met elkaar afspraken te maken en zorg te dragen voor de openbare ruimte, slaagt Rotterdam erin om bewoners van achterstandswijken op een positieve manier bij de stad te betrekken.

Tekeningen Cyprian Koscielniak Koscielnak, Cyprian

De straataanpak is een uitzondering op de Rotterdamse aanpak waar bewoners van achterstandswijken doorgaans als probleem worden beschouwd. Wie aan Rotterdam denkt, komen al snel beelden voor de geest van een streng college van B en W dat probeert arme nieuwkomers aan strenge tucht te onderwerpen. Migranten moeten niet alleen de taal leren maar zich ook de Nederlandse waarden en normen eigen maken. Werklozen mogen inmiddels niet meer verhuizen naar vier Rotterdamse wijken. In Nieuw Crooswijk worden 1.800 van de 2.100 huurwoningen gesloopt om ervoor te zorgen dat de buurt meer 'gemengd' wordt - dat wil zeggen: mensen met een laag inkomen moeten hun huis uit, omdat zij te veel zijn in de buurt. Rotterdam snijdt met botte messen in het stedelijk weefsel in de hoop dat de stad weer meer 'in balans' komt. Maar is het niet mogelijk om juist een bondgenootschap aan te gaan met migranten of mensen met een lager inkomen, die immers ook onevenredig getroffen worden door de criminaliteit, onveiligheid en het onfatsoen die het stadsbestuur zo krachtig wil bestrijden?

Dat is wel degelijk mogelijk, en de straataanpak is daar het bewijs van. Deze aanpak is niet nieuw in Rotterdam. Tijdens vorige colleges, waaraan de PvdA en GroenLinks deelnamen, was het 'Opzoomeren' populair. De term is vernoemd naar de Opzoomerstraat waar bewoners in 1990 het initiatief namen om hun straat aan te pakken. Opzoomeren geeft mensen de kans om, met enige professionele en financiële steun, schoonmaakacties of straatfeesten te organiseren.

Het nieuwe college bouwde deze aanpak uit door, met succes, een link te leggen tussen het straatniveau en burgerschap. In buurten die sociaal en fysiek dreigen te verloederen, zijn heel wat bewoners te vinden die graag meehelpen om zich in te zetten voor de publieke zaak, een fatsoenlijke straat. Dat blijkt uit onderzoek dat wij deden naar Mensen Maken de Stad, (MMS) een variant van de straataanpak die het Rotterdamse college introduceerde in aanvulling op het traditionele Opzoomeren. MMS is een vorm van assertief sociaal beleid waarbij bewoners heel nadrukkelijk worden benaderd met de vraag of zij zich willen inzetten voor de straat. Het doel is niet om processen te 'faciliteren', maar om ze in gang te zetten, bijvoorbeeld door deur-aan-deur bij bewoners aan te bellen. Dat levert in de regel een groep bewoners op die zich wil inzetten voor betere omgangsvormen, die contact willen onderhouden met gemeentelijke diensten en die straatactiviteiten willen organiseren. Al deze processen worden eerst intensief en later iets minder intensief door de overheid ondersteund. Die zorgt niet alleen voor een opbouwwerker maar ook voor een straatbudget. En voor een bord waarop de straatregels staan, de omgangsvormen die met ten minste een derde van de bewoners zijn afgesproken. Populaire zijn: 'wij groeten elkaar'; 'wij maken geen herrie na 22.00 uur'.

Om de bewoners die zich, soms tegen de bierkaai in, willen inzetten gemotiveerd te houden, is zo'n assertieve aanpak van de overheid noodzakelijk. Dat geldt met name voor (delen van) achterstandswijken waar bewoners relatief snel verhuizen, zelf veel problemen ondervinden en waar collectieve zorg voor de openbare ruimte afwezig is. In zo'n situatie is het voor individuele bewoners niet lonend of zelfs gevaarlijk om anderen aan te spreken op onfatsoenlijk gedrag, om de openbare ruimte schoon te houden of om een feestje te organiseren voor de buurt.

Assertief sociaal beleid is erop gericht om er met de inzet van gemeentelijke diensten én met een groep actieve burgers voor te zorgen dat het normaal wordt om je te bekommeren om de sociale en fysieke omgeving. In de kern gaat het erom dat bewoners zich als goede burgers gedragen in het publieke domein en dat de overheid ervoor zorgt dat dit goede burgerschap wordt beloond en gecultiveerd.

Om te zorgen dat een gebied niet afglijdt, zal de overheid voortdurend moeten ingrijpen. Soms kan dat betekenen dat je de ruimtelijke concentratie van problemen tegengaat. Concentratie van kansarme groepen kan problemen verergeren - maar het is geen algemeen gevoelen dat alle migranten of werklozen als probleem worden gezien.

Het onbegrip richt zich niet op migranten of werklozen maar op het falen van de overheid in alledaagse situaties. Jongeren bijvoorbeeld die niet worden aangepakt terwijl ze overlast veroorzaken. Bij het wegnemen van die frustraties kan de straataanpak een rol spelen. Actieve bewoners kunnen met MMS een bondgenootschap aangaan om de hinder van die groepen een halt toe te roepen. Dan zorgt een buurtagent dat jongeren zich gewaarschuwd weten, doet een corporatiemedewerker een slot op de collectieve ingang of zorgen gemeentewerken voor goede verlichting op onveilige plekken.

Terwijl het college van B en W de ene na de andere drastische maatregel heeft genomen om de veiligheid te bevorderen, blijkt een kleinschalige aanpak ook resultaat te boeken, maar dan zonder groepen over één kam te scheren.

Jan Willem Duyvendak en Justus Uitermark zijn verbonden aan de Amsterdamse school voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Zij schreven samen het rapport 'Ruimte maken voor Straatburgerschap'.