Tsjeboeraska in Turijn

tsjeboeDe Russische Olympische ploeg krijgt deze week een heldenonthaal. De oogst was beter dan vier jaar geleden, maar met 22 medailles, waarvan acht goud, is de Sovjet-glorietijd nog lang niet terug.
Het is eerder een kwestie van stemming. In 2002 keek de wereld verbaasd toe hoe de slechtste verliezers van Salt Lake City zichzelf onsterfelijk belachelijk maakten. Dat de Russen niets wonnen lag aan de Amerikanen, jury’s, slecht ijs, stroeve sneeuw, aan alles behalve de Russen zelf. Zelf president Poetin mekkerde dat de ‘houding tegenover onze ploeg niet objectief is’.
Mijn assistente Joelia kookt nog altijd van woede als ze terugdenkt aan het onrecht van Salt Lake City. De Russische ijsdansers waren veel beter dan de Canadezen, misschien niet technisch, maar ze hadden toch veel meer ziel?
Hoe anders was het ditmaal. In Turijn had de Russische ploeg leuke helden: de springende ijsclown Ploesjenko, wondermoeder-op-schaatsen Zjoerova. En wat jammer dat die goedlachse Sloetskaja viel. Eén minpuntje: het micro-schandaal rond de honderd kilo illegale zwarte kaviaar die de feestende Russen opsmikkelden.
Waarom opeens zo goed gemutst? je kunt het op dure olie gooien, groeiende welvaart, stille tevredenheid, meer zelfvertrouwen, vijf jaar Poetin. Maar ik hou het op Tsjeboeraska. (U weet wel) Sinds de Russen dit schattige mutantje als mascotte hebben geadopteerd, zijn ze zo mellow als Gena Krokodil. Tsjeboeraska-poppen waren niet aan te slepen in Turijn. Ziet de wereld in dat Russen best schattig kunnen zijn?