Te negatief beeld over plaatselijke partij

In het hoofdartikel van 25 februari, waarin u een pleidooi houdt voor de gekozen burgemeester, stelt u dat plaatselijke politieke partijen de opvolgers zijn van de Amsterdamse Lijst Hadjememaar. Die partij, die overigens de Rapaillepartij heette, is in de twintiger jaren van de vorige eeuw opgericht door kunstenaars, die de democratie geen goed hart toedroegen. Hun punt was dat gewone staatsburgers niet tot een verantwoorde oordeelsvorming in staat zijn. Dat zou alleen de elite kunnen.

Hun visie was een reactie op het in 1917 ingestelde algemene kiesrecht. Door Hadjememaar (een zwerver) en Bertus in de raad te laten kiezen wilde men het falen van de democratie aantonen. Beiden zijn in 1921 ook inderdaad gekozen.

De programmapunten van de partij waren o.a.: een borrel mag niet meer dan vijf cent kosten, voor iedereen gratis vissen in het Vondelpark en het urinoir op het Rembrandtplein moet weg. En zoals Winston Churchill al zei, democratie is geen volmaakt systeem is. Maar, zo vervolgde hij, we hebben helaas geen beter. Alhoewel ik wel zie dat vertegenwoordigers van plaatselijke partijen niet altijd een positieve bijdrage leveren, vind ik dat u hen in het algemeen te negatief neerzet door hen met een antidemocratische stroming in verband te brengen.