Tastgebieden in het brein vullen ontbrekende ervaringen zelf in

Een van de krachtigste tastzin-illusies is die van het 'hoppende konijntje': zachtjes kloppen op de pols en daarna bij de elleboog roept bij een proefpersoon (met de ogen dicht) het duidelijke gevoel op dat de huid daartussen ook wordt aangeraakt - alsof een konijntje over je onderarm hopt. Onderzoekers van University College London hebben nu ontdekt dat tijdens die illusie de tastzin-gebieden in het brein (de somatosensorische cortex) hetzelfde reageren als wanneer bij een proefpersoon werkelijk de huid tussen tussen pols en elleboog wordt aangeraakt.

Tijdens de illusie werden overigens ook andere delen van het brein geactiveerd, in de prefrontale en promotor-cortex, die bij de echte aanraking niet actief waren. Die hebben dus waarschijnlijk te maken met het top-down door de hersenen invullen van de 'ontbrekende elementen' in de ervaring. Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van een geavanceerde 3 tesla-fMRI-scanner en is gisteren gepubliceerd in het wetenschappelijke online tijdschrift PLOS Biology (www.plos.org).

Dat het brein zich voor de gek laat houden tijdens een illusie is op zich niet verwonderlijk - proefpersonen voelen de illusoire aanrakingen echt en zoiets moet ook terug te vinden zijn in de hersenen.

Het wetenschappelijk belang van dit onderzoek is vooral dat tot nu toe vooral visuele illusies in het brein zijn onderzocht, terwijl het onderzoek naar lichamelijke illusies belangrijke resultaten kan opleveren voor mensen met fantoompijnen.

In dit verband spreken de Britse neurologen Felix Blankenburg en Geraint Rees in hun PLOS-artikel over de hypothese-gedreven werking van somatosensorische cortex, die 'aangespoord' door het 'algemene beeld' dat de frontale cortex zich vormt, de kennelijk ontbrekende elementen van een ervaring gewoon zelf invult.