Schaduwbokser

Naar het allerlaatste optreden van Bart Veldkamp heb ik niet gekeken. En dat terwijl je me een onvoorwaardelijk supporter zou kunnen noemen. Ik keek al jaren niet meer naar de races van Bart Veldkamp. Waarom zou ik ook. Bart klokte de ene 'baggertijd' na de andere. Ene Lucky Luke staat erom bekend dat hij sneller schiet dan zijn schaduw. Bart bezat niet eens een schaduw meer, toch bleef hij zijn pistolen trekken. Pathetisch, inderdaad, maar van Veldkamp kon ik het hebben. Zolang ik het maar niet hoefde te zien.

'2001 was mijn laatste echt goede jaar', zei Veldkamp in deze krant. Hij dacht toen klaar te zijn met het schaatsen, maar stoppen lukte niet. Hij wilde 'nog één keer die afzet precies goed raken, nog één keer die zo verslavende trance bereiken'. Het is nu 2006, dus komen we uit op vijf tranceloze jaren. Dat houdt geen paard vol.

Veldkamp was altijd een schaduwbokser. Tegenstanders had hij nodig, sublieme tegenstanders, maar alleen om de confrontatie aan te kunnen gaan met de enigste tegenstander in zijn leven: zichzelf. Bart tegen Bart, licht tegen schaduw, hij won er ooit goud mee op de Spelen van Albertville. Ik herinner me die race. Bart was nog in het bezit van zijn 'hupje'. Als het hupje er was zat het snor. Iemand wijdde er een gedicht aan.

Het gekke is dat Bart Veldkamp de indruk gaf niet in het heden te leven. Alsof er voorbij goud van Albertville een beter goud op hem lag te wachten. Volgens mij was Veldkamp veel natuurlijker dan wat de juichende televisiebeelden uit Albertville wilden doen geloven. Daar schaatste iemand die in de grond van zijn hart het kunstijs verfoeide. Daar schaatste een man die goud op de Elfstedentocht als hoogst denkbare doel verbeeldde: de Olympische Winterspelen zijn tot daar aan toe, maar de ware schaatssport komt er niet aan bod.

Bart Veldkamp is (was) conservatief als de pest, en het beste bewijs voor zijn conservatisme is het feit dat hij vader tot de laatste snik als coach langs zich duldde. Zijn vader begreep hem tenminste als hij zijn schaatsen uit frustratie in de rondte flikkerde. In een artikel in De Limburger zegt de vader: 'Bart is een goede gozer. Ik gun iedereen een zoon als hij. Natuurlijk kennen de mensen hem ook van zijn woedeaanvallen. Maar Bart gooide altijd met zijn eigen schaatsen en nooit naar iemand toe. En als hij eens een prullenbak in elkaar trapte, zette ik er gewoon weer een nieuwe neer.'

Bart Veldkamp is de man die aan het ideaalbeeld van zijn schaduw probeerde te voldoen. Soms kwam hij in de buurt. Ik was er eens bij, onheuglijk lang geleden. Langs de kunstijsbaan van Eindhoven stond ik. Bart stelde nog geen moer voor, hij reed nationale B-marathons. Hoog tijd voor een demarrage, vond hij. O, de totalitaire klappen waarmee hij het veld uiteenreet. Daar raasde een woedeaanval met hupje over het ijs.