Rechters: Israël discrimineert Arabieren

Het Israëlische beleid van 'nationale voorkeursgebieden' leidt tot discriminatie van de Arabische minderheid. Dat heeft het Israëlische Opperste Gerechtshof gisteren bepaald in een zaak die was aangespannen door onder andere de Arabische mensenrechtenorganisatie Adalah.

Zij vocht een besluit aan van het Israëlische ministerie van Onderwijs om - in het kader van de voorkeursgebieden - extra geld beschikbaar te stellen voor onderwijs in 500 joodse gemeenten en slechts vier Arabische gemeenten. De Israëlische regering heeft een jaar de tijd om het beleid te veranderen.

Aharon Barak, voorzitter van het hof, schrijft in de uitspraak dat 'het bepalen van nationale voorkeursgebieden niet in overeenstemming is met het gelijkheidsbeginsel'. Barak: 'Dit beleid resulteert in onaanvaardbare discriminatie tegen bewoners van de Arabische gebieden bij het uitoefenen van hun recht op onderwijs, en leidt tot ongelijkheid'. Volgens Barak is het regeringsbeleid gebaseerd op een van de 'meest verdachte' verschillen: een verschil van ' ras en nationaliteit'. ' De Israëlische democratie kan een dergelijk onderscheid niet tolereren', aldus Barak.

Het Hof bepaalde dat de Israëlische regering niet alleen de onderwijsplannen maar ook ander beleid gebaseerd op het principe van 'nationale voorkeursgebieden' tegen het licht moet houden. Daarmee kan de uitspraak gevolgen hebben voor landbouw, industrie, toerisme en woningbouw.

Het Israëlisch-Arabische Monitoring Committee, een van de klagers, reageerde tevreden op de uitspraak omdat die 'een deel van het nationale discriminatoire beleid bloot legt dat Israëlische regeringen voeren tegen het Arabische onderwijssysteem en dat heeft geleid tot grote verschillen tussen joodse en Arabische studenten'.

Hana Sawid, voorzitter van het Arabische Centrum voor Alternatief Beleid, was minder positief. 'Dit is niet de eerste uitspraak van het Opperste Gerechtshof tegen racistische regeringsmaatregelen tegen de Arabische bevolking', reageerde Sawid. Hij betwijfelde of de uitspraak zal worden nageleefd: 'Wij hebben bittere ervaringen als het gaat om de uitvoering van besluiten van het Opperste Gerechtshof. Er liggen stapels met besluiten van regeringen en rechters die nooit zijn uitgevoerd.'