Ook bij Wereldbank is Paul Wolfowitz strijdbaar

Corruptiebestrijding ziet de nieuwe Wereldbank-president Paul Wolfowitz als zijn eerste belangrijke opdracht. Onder het bewind van de voormalige havik van de regering-Bush blaft de Wereldbank niet alleen. Ze bijt nu ook.

Paul Wolfowitz: „We zijn bezig het profiel van de Wereldbank in de Verenigde Staten te verhogen.” Foto Roel Rozenburg Den Haag:27.2.6 IMF-president Paul Wolfowitz. © foto, Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

'Het bestrijden van armoede is allereerst gewoon een goede zaak, the right thing to do.' Maar, zo zegt Paul Wolfowitz, armoedebestrijding in de Derde Wereld houdt natuurlijk verband met de strijd tegen het terrorisme die na september 2001 is opgevoerd. Nog geen jaar geleden stond Wolfowitz, als staatssecretaris van Defensie, bekend als een van de grootste haviken in de Amerikaanse regering-Bush. Sinds de zomer van vorig jaar is hij president van de Wereldbank en geeft leiding aan 's werelds grootste multilaterale organisatie op het gebied van ontwikkeling en armoedebestrijding. '600 miljoen allerarmste mensen blijven achter bij de wereldwijde welvaartsgroei. Deze evidente onrechtvaardigheid kan een aanmoediging zijn voor onvrede.' Maar aan de andere kant, zo stelt hij: 'Osama bin Laden komt uit een miljonairsfamilie.'

Wolfowitz is op weg naar Schiphol, waar hij op het vliegtuig stapt naar Praag. Hij is in Nederland geweest voor gesprekken met onder meer premier Balkenende en minister Zalm van Financiën. Nederland is in omvang de zesde donor aan de Wereldbank.

Voornaamste onderwerp van gesprek is de strijd tegen corruptie, die onder Wolfowitz een nieuwe impuls heeft gekregen. De Wereldbank stopte onlangs om die redenen leningen aan Kenia en bevroor de financiering van een olieproject in Tsjaad omdat de regering daar terugkwam op de toezegging de olie-inkomsten toe te doen komen aan de eigen bevolking.

De Wereldbank blaft niet langer onder Wolfowitz, zij bijt nu ook. Toch zijn dergelijke sancties volgens Wolfowitz niet het belangrijkste. 'Druk uitoefenen op ontvangende landen is van beperkt belang. Het is beter om de leiders te overtuigen van de noodzaak, ze geen afstand te laten doen van hun verantwoordelijkheid. En in elk land zijn er mensen die wel een vuist willen maken tegen corruptie. Die moet je steunen.' Volgens de Wereldbank-president moet de kracht van zijn instituut in dergelijke kwesties niet worden onderschat, maar blijft het toch een zaak van overreding. 'We kunnen het niet voor ze doen, hoeveel hulp je ook geeft. Het gaat om transparantie, rekenschap. Dat lijken ambtelijke woorden, maar ze zijn echt. We zijn het ook verschuldigd aan de belastingbetalers. We zijn het ook aan hen verplicht het geld goed te besteden.'

Wolfowitz kucht, op de achterbank van de BMW die onder politiebegeleiding over de linkerbaan van de A4 naar Schiphol raast. Vanaf de voorbank reikt Kevin Kellems, oud-woordvoerder van de Amerikaanse vice-president Cheney en nu Wolfowitz' nieuwe strateeg voor externe betrekkingen, hem een hoestbonbon aan. Kellems' komst is een van personele veranderingen die zijn doorgevoerd sinds Wolfowitz' aantreden. Ook de bestrijding van interne corruptie heeft een impuls gekregen door de benoeming van een andere getrouwe, Suzanne Rich Folsom, als hoofd van de afdeling die fraude bestrijdt.

Net als na het aantreden van James Wolfensohn in de jaren negentig vindt er een schok plaats bij het instituut. Wolfowitz vindt dat er sneller en behendiger moet worden geopereerd. Al was het maar omdat de positie van de Wereldbank zelf in beweging is. Van zusterorganisatie het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is onlangs door de Britse centrale bankier Mervyn King gezegd dat het in belang afneemt omdat de omvang van internationale kapitaalstromen het kapitaal van het IMF doen verbleken. Een adviserende rol zou het IMF in de toekomst beter liggen dan de oude positie van verschaffer van kapitaal in tijden van nood.

Geldt die waarneming ook voor de Wereldbank? 'De Wereldbank zit in een vergelijkbare situatie, maar dat geldt niet voor de armste landen', zegt Wolfowitz. 'Daar zijn we nog steeds een factor van belang. Maar kijk naar Brazilië. De reserves van de centrale bank van dat land zijn tienmaal groter dan de onze. Dus moet met de middelen die we hebben een zo groot mogelijk effect worden bereikt, en moet de organisatie leniger worden en slagvaardiger.'

Zoals Europa van oudsher de topman levert van het IMF, gaat het presidentschap van Wereldbank traditioneel naar een Amerikaan. Toen Wolfowitz vorig jaar werd voorgedragen als Wereldbank-president, leidde dat in Europa tot opgetrokken wenkbrauwen. Maar tegelijkertijd werd het voordeel vermoed dat een voormalig lid van de regering-Bush het instituut in de Verenigde Staten beter op de kaart kon zetten.

Wolfowitz beaamt dat het IMF en de Wereldbank in de hele wereld bekend zijn, behalve in de VS zelf. Toen hij laatst winkelde met zijn dochter werd hij door vijf Amerikanen herkend als Wereldbank-president. Eén kwam oorsponkelijk uit Nigeria, de andere vier uit Senegal, Niger, Kameroen en Kenia. 'We zijn bezig om het profiel van de Wereldbank in de VS te verhogen. Nu moeten we het in de VS vooral hebben van Afro-Amerikanen, immigranten uit de Derde Wereld en actieve christenen. Die groepen kunnen we als eerste bij elkaar brengen.' Wolfowitz blijft echter een realist. Hij zal moeten opboksen tegen de overtuiging van de Amerikaanse burger dat het allemaal wel genoeg is. 'De gemiddelde Amerikaan denkt dat er een vijfde van het nationaal inkomen wordt uitgegeven aan buitenlandse hulp, terwijl dat in werkelijkheid nog geen 1 procent is.'