Onderhandeling in opstand Kabul

Vier doden en zeventien gewonden die zijn gevallen bij de opstand in de Pul-i-Charki-gevangenis buiten de Afghaanse hoofdstad Kabul, zijn vandaag overgedragen aan het leger. Militairen houden sinds dit weekeinde de gevangenis omsingeld, nadat gedetineerden de macht in een aantal celblokken overnamen.

Dertien andere gewonden werden in de gevangenis behandeld. De autoriteiten hebben de voedsel-, water- en elektriciteitsleveranties aan de gevangenis hervat en zeggen vorderingen te maken in de onderhandelingen. Vrachtwagens leverden matrassen en dekens ter vervanging van het materiaal dat de opstandelingen in brand hadden gestoken.

De 1.300 inzittenden van de twee celblokken waar de opstand plaatsheeft, worden tijdelijk in een ander blok ondergebracht, terwijl hun eigen cellen gerepareerd worden, zo zijn de onderhandelaars van de overheid en de opstandelingen overeengekomen. Het aantal militairen waarmee het gebouw omsingeld is, is vandaag teruggebracht van honderden naar tientallen. Een generaal meldde dat de opstandelingen niet langer proberen uit te breken. Onderminister van Justitie Mohammad Qasim Hashimzai sprak van 'een doorbraak'. 'Ik denk dat we een vreedzaam einde naderen', zei hij.

Volgens de politie en een Afghaanse mensenrechtenorganisatie wordt de opstand geleid door de Talibaanstrijders Mullah Mujadid en Mullah Shahidzai en de leider van een bende die vorig jaar een Italiaanse hulpwerker ontvoerde, Timoor Shah. Hij is ter dood veroordeeld voor de moord op een Afghaanse zakenman. In één van de twee celblokken zitten ongeveer 350 Talibaan- en Al-Qaeda-strijders gevangen. Zij zouden de aanstichters van de onrust zijn.

Zij zouden onder andere eisen dat 200 Talibaanstrijders die zonder aanklacht worden vastgehouden, worden berecht of vrijgelaten. Onder die Talibaanstrijders zouden enkele Pakistanen zijn. Ook weigeren de opstandelingen de uniformen te dragen die de gevangenisleiding invoerde nadat vorige maand zeven Talibaanstrijders ontsnapten door zich voor bezoekers uit te geven. Verder eisen ze beter voedsel, een recreatieruimte, een bibliotheek en een betere behandeling door de cipiers.

Grote zorg was ontstaan over het lot van de zeventig vrouwen en hun kinderen, die in een aparte vleugel gevangen zitten. Vandaag meldde het hoofd van de Afghaanse gevangenissen dat de mannen, die door de muren naar de vrouwenvleugel waren gebroken, daar weer weg zijn gegaan.

Volgens een woordvoerder van de mensenrechtengroep zijn in elk geval de kinderen ongedeerd.