Hoe zuiver was het Duitse 'nee'?

Hebben Duitse spionnen in Irak de Amerikanen geholpen tijdens de oorlog tegen Saddam Hussein, ondanks de formele Duitse afzijdigheid? De oppositie eist een onderzoek.

Toen de Verenigde Staten in 2003 ten strijde trokken tegen het Irak van Saddam Hussein bleef Duitsland afzijdig. Met een luidruchtig 'nee' tegen de oorlog van George Bush koppelde toenmalig kanselier Gerhard Schröder (SPD) Duitsland los van de VS en vijzelde en passant zijn populariteit op. De Duitse kiezer was in die dagen eensgezind: voor Gerhard, tegen George.

Het Duitse 'nee' stuitte in de praktijk op grenzen. Duitsland bleef buiten het conflict, maar wilde de oorlogsinspanning van NAVO-partner VS niet nodeloos frustreren. Duitsland stuurde geen troepen naar Irak, maar ondersteunde het Amerikaanse leger wel indirect. Amerikaanse bases in Duitsland bleven operationeel en werden door Duits personeel beveiligd. Duitse eenheden, geschoold in atomaire, nucleaire en biologische oorlogsvoering, werden in de oorlogsregio gestationeerd voor noodgevallen.

Schröder is inmiddels met politiek pensioen, maar zijn 'nee' houdt Duitse politici nog steeds bezig. Keer op keer duiken berichten op die suggereren dat Duitsland de Amerikanen met meer hand- en spandiensten terzijde heeft gestaan dan tot nu toe bekend was. Hoe zuiver was dat opmerkelijke Duitse 'nee'?

Vlak voor de Amerikaanse aanval trok Duitsland zijn diplomaten uit Irak terug. Twee Duitse spionnen, medewerkers van inlichtingendienst BND, bleven in Bagdad achter. Wat deden ze daar?

Volgens berichten in Duitse en Amerikaanse media, veelal gebaseerd op anonieme bronnen, hebben de twee spionnen het Amerikaanse leger informatie geleverd die voor de oorlogsvoering relevant was. De Duitse regering ontkent dat. De spionnen hadden de instructie de Amerikanen niet te assisteren bij gevechtshandelingen. Ze mochten geen doelen voor bombardementen helpen identificeren, maar wel de coördinaten van civiele objecten doorgeven. De spionnen zouden zich aan die instructie hebben gehouden.

Vorige week legde de regering verantwoording af voor een commissie van de Bondsdag. De spionnen zouden 25 berichten hebben geschreven, die via het BND-hoofdkwartier bij het Amerikaanse leger terecht kwamen. De berichten waren niet relevant voor de oorlogsvoering, aldus woordvoerders van regeringsfracties. Geen aanleiding voor verder onderzoek.

De oppositiepartijen waren niet overtuigd van de Duitse onschuld. De Groenen en de Linkspartei eisen een parlementaire enquête, de liberale FDP wil komende week een besluit nemen. Samen hebben deze kleine partijen genoeg zetels om een onderzoek af te dwingen.

Gisteren werd de achterdocht van de oppositie verder aangewakkerd door een bericht in The New York Times. Volgens de krant heeft de Duitse inlichtingendienst in 2003 de Iraakse plannen voor de verdediging van Bagdad aan een Amerikaanse inlichtingendienst doorgegeven. De krant citeert uit een geheim rapport van het Amerikaanse leger.

Berlijn en Washington hebben de lezing van de krant ontkend. De krant blijft bij zijn versie van de gebeurtenissen. In Berlijn werd gisteren volop gespeculeerd over de kwestie. Eén theorie luidde dat de krant inderdaad citeert uit een Amerikaans rapport, maar dat het rapport niet klopt. De Groenen vroegen zich af of conservatieve Amerikaanse kringen doelbewust berichten in de wereld zetten die de vorige Duitse regering in diskrediet brengen.