'Frankrijk heeft van onze fouten geleerd'

Steven Engelsman van het Rijksmuseum voor Volkenkunde heeft een Franse onderscheiding gekregen. 'Het komt voort uit onze expertise bij inventariseren en conserveren .'

Het ligt in een fluwelen doosje op zijn bureau in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden: het decoratieve groen en wit geëmailleerde kruis dat Steven Engelsman vrijdag uit handen van de Franse ambassadeur ontving. Engelsman (56), sinds 1992 directeur van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden, werd uitgeroepen tot 'chevalier' in de Ordre des Arts en des Lettres. Vanavond ontvangt John Leighton, de vertrekkende Britse directeur van het Van Gogh museum, dezelfde onderscheiding. Al eerder werd directeur Ronald de Leeuw van het Rijksmuseum 'officier' in dezelfde orde.

Kennelijk is Frankrijk Nederland erkentelijk voor uw bijdrage aan de culturele betrekkingen. Maar van de 200.000 voorwerpen in uw museum komt er niet één uit Frankrijk, of zelfs uit Europa.

'Helemaal waar. Ons bezit komt voor een derde uit Indonesië, voor een zesde uit Japan en Korea en voor de rest uit Nieuw-Guinea, Afrika, de Amerika's en de Arctische gebieden. Onze Indonesische topstukken zijn nu te zien in de Nieuwe Kerk, samen met die uit het Nationale Museum in Djakarta. De Franse dankbaarheid komt voort uit de expertise die wij hebben opgedaan bij het helemaal opnieuw inventariseren en conserveren van die collectie in de jaren negentig. Het was een gigantische logistieke operatie. Wij hebben daarbij fouten gemaakt waar onze Franse tegenhangers van hebben geleerd. Tussentijds van computersysteem veranderen, bijvoorbeeld. Bovendien werkten wij in opdracht van het ministerie met veel mensen via het Arbeidsbureau, die we moesten opleiden en naar een baan begeleiden. Heel sociaal, maar wel een heel andere doelstelling dan de museale. We hebben ook met vallen en opstaan oplossingen uitgedokterd, zoals een gestroomlijnd proces voor het schoonmaken, het conserveren, het opbergen en het koppelen van het voorwerp aan de bijbehorende documentatie en fotografie.'

Met welk Frans museum werkt Volkenkunde samen?

'Dat is het Musée de Quai Branly, dat in juni in Parijs opengaat in een gebouw ontworpen door Jean Nouvel. Het museum is een 'grand projet' van Chirac, die zelf een gepassionneerde verzamelaar is van niet-Europese kunst en hiervoor 400 miljoen euro van het rijk heeft vrijgemaakt. Tot nu toe was er het Musée de l'Homme, dat vooral antroplogisch was ingesteld, en het kunstzinniger maar kleine Musée des Arts d'Afrique en d'Océanie, en die gaan nu samen in Quai Branly onder directeur Stéphane Martin. Bij het samenvoegen en ordenen van die twee collecties heeft hij dankbaar gebruik gemaakt van onze ervaring - en zelfs van hetzelfde computersysteem.'

U bent ook onderscheiden voor uw werk voor Asemus, een netwerk van Aziatische en Europese musea.

'Asemus is in 2000 begonnen als een Zweeds initiatief tot samenwerking tussen musea uit 38 landen - de 25 EU-landen, de 10 ASEAN-landen en Japan, China en Korea. Ik ben er drie jaar voorzitter van geweest. We weten elkaar nu te vinden, en dat is al heel wat.

'Er lopen nu twee concrete projecten. Een is een expositie van portretkunst uit de collecties van de aangesloten musea die wordt georganiseerd door het British Museum en het Etnologische Museum in Japan. Dat gaat eind volgend jaar in Sjanghai open en zal in 2009 naar Europa komen. Het andere is een internettentoonstelling, een 'virtual collection of masterpieces' die wij organiseren samen met een museum uit Korea. Voor 1 december moeten 40 musea ieder 25 meesterstukken uit hun collectie kiezen en daarvan beeld en een goede toelichting aanleveren.'

Hebben al die landen waar die 200.000 voorwerpen vandaan komen, geen claims bij u neergelegd?

'Geen enkele. Afgelopen november gaven we op verzoek van Nieuw-Zeeland een getatoeëerd Maori-hoofd terug. Wij zijn er juist op gebrand de collectie te delen. Zo hebben we vorig jaar vijftig voorwerpen in bruikleen gegeven aan het nationaal museum van de Filippijnen, lenen we ieder jaar tweehonderd wisselende voorwerpen uit aan het museum in het Japanse Nagasaki en hebben we vijftien echt bijzondere stukken uitgeleend voor vijf jaar aan het drie jaar oude Asian Civilizations Museum in Singapore.'

In de jaren zeventig heeft het museum één topstuk teruggegeven aan het museum in Djakarta - en juist dat stuk is nu weer op bezoek in Nederland, op de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk.