Februari

Het blijft een mooie en sterke vermaning, het anonieme gedicht dat een jaar na de Februaristaking van 1941 in de illegale pers verscheen. Wat men uit dezen bittren tijd/ Aan uur en dag vergeten mag:/ Nooit dezen onvolprezen dag,/ Toen 't volk, dreiging en dood ten spijt/ Terwille der gerechtigheid,/ Opstond voor 't volk, dat onderlag.

Aan de vooravond van de 65ste herdenking van het unieke protest van de Amsterdamse bevolking tegen de jodenvervolging, heeft historica Annet Mooij in haar vorige week verschenen De strijd om de Februaristaking de vraag opgeworpen naar de betekenis van het jaarlijkse herdenkingsritueel. 'Hoe, wie, wat en waarom werd er herdacht?' Een vraag met vele antwoorden.

Waarom de staking herdacht moet blijven worden, weet ik wel. Dat staat precies verwoord in dat illegale rijm uit de 'bittren tijd' zelf. De 'onvolprezen dag' mag niet worden vergeten, zo eenvoudig is het. Want aan dit voorbeeld van massaal verzet tegen antisemitisme kunnen alle later geborenen voor zichzelf een norm ontlenen.

Al jaren laat ik, min of meer schuldbewust, verstek gaan bij de plechtigheid. Meestal heb ik daar voor mezelf een praktische smoes bij, maar waarschijnlijk heeft mijn afwezigheid veel te maken met wat Annet Mooij over de jaren '70 en '80 schrijft: de gewoonte van toen om de staking op te kloppen en in naam van de stakers allerlei standpunten te verkondigen.

Het zwaartepunt van Mooijs boek ligt echter in een eerdere periode. Het is een tragische geschiedenis. Vrijwel van meet af aan was de herdenking in het teken komen te staan van de Koude Oorlog. Aan de ene kant was er de communistische partij, die de staking in 1941 had georganiseerd. Dat feit mocht niet worden erkend. De communisten reageerden met claimgedrag, zelfbevestiging, borstklopperij. De CPN maakte een instrumenteel gebruik van de herdenking, legde er een ideologische saus over en maakte haar zelfs ondergeschikt aan interne twisten.

Aan de andere kant stonden de overheid en de overige politieke partijen. De gemeente dreigde bijvoorbeeld strafmaatregelen te nemen tegen personeel van de gemeentebedrijven dat onder werktijd aan de herdenking wilde deelnemen. De politie kreeg opdracht een onderzoek in te stellen naar de acteurs Han Bentz van den Bergh en Ko van Dijk die een 'communistische oproep' tot herdenking van de Februaristaking hadden ondertekend. Een herdenkingstocht naar de Oosterbegraafplaats werd verboden. De BVD rapporteerde aan de regering over de herdenking. 'Het was de excellenties misschien wel bekend dat de CPN 'pretendeerde de z.g. Februaristaking 1941 te hebben georganiseerd'.' Z.g.!

In zijn bespreking in deze krant van De strijd om de Februaristaking schrijft historicus Niek Pas dat Mooij zich terecht zeer kritisch opstelt ten opzichte van de CPN, maar hij noemt het jammer dat ze aan de andere kant de 'scherpslijperijtjes' vansociaal-democraten en het gemeentebestuur niet steviger heeft aangepakt. Maar dat doet Mooij wel degelijk, je proeft in haar boek de verbittering enontgoocheling van de mensen die hunleven hadden gewaagd, mensen die een norm van verzet hadden gesteld en vervolgens juist om die reden in diskrediet werden gebracht.

Neem haar verhaal over Dirk van Nimwegen, een arbeider van de Stadsreiniging die in februari 1941 een belangrijke rol had gespeeld. Aan de vooravond van de proteststaking in de bezette stad had hij tijdens een levensgevaarlijke bijeenkomst van driehonderd communisten op de Noordermarkt namens de CPN-leiding de stakingsparolen uitgegeven en de taken verdeeld. Toen in 1955 het gemeentepersoneel in staking ging voor hoger loon, werden zestig mensen ontslagen. In zijn ontslagvoorstel schreef de directeur van de Stadsreiniging: 'Van Nimwegen staat bekend als een van de voornaamste figuren bij de staking. Als zodanig heeft hij - mede door zijn brutaal optreden - grote invloed op zijn collega's.' Na 35 jaar dienst werd de man, die men een held mag noemen, en aan wie de gemeente Amsterdam mede haar devies, 'Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig' te danken had, door de gemeente op straat gegooid. Na zijn ontslag, schrijft Mooij, leidde hij een kommervol bestaan als klusjesman op de Ten Katemarkt. Hij stierf in 1969 als een gebroken mens. Pas in 1985 werden de stakers van 1955 in ere hersteld en gecompenseerd, in 2005 kreeg Van Nimwegen een gedenkplaat in de Kinkerbuurt.

Het Hollandse McCarthyisme is van een gemeenheid geweest die me nog altijd razend kan maken. Nogal naïef is dan ook de kritiek van Niek Pas dat bij Mooij te weinig aan bod komt hoe de strijd tussen communisten en sociaal-democraten al die jaren is uitgevochten op radio en televisie. Alsof in de Koude Oorlog een communist ook maar op een kilometer afstand van een microfoon mocht komen. Dat was ondenkbaar en officieel verboden. En nooit is er in de Nederlandse omroep een soort Ed Murrow opgestaan die - zie de film van George Clooney Good night and good luck - de heksenjachten aanklaagde in zijn nieuwsshow.

Terug naar de vraag van Mooij: wie werden herdacht? Haar grootste kritiek is dat niet de joden, om wie de staking begonnen was, centraal stonden. Als het4 mei of de Auschwitzherdenking betrof, had zij gelijk, maar op 25 februari had het volgens mij altijd horen te gaan om de stakers. Zij werden echter door de autoriteiten verloochend of als communisten vervolgd, en aan de communistische kant waren mensen minder van belang dan het symbolische historische gelijk.

In de Volkskrant trok Martin Sommer uit Mooijs boek de les dat geschiedenis geen eigenaar heeft, vooral niet als er moed en onbaatzuchtigheid te halen zijn. Een waar woord. Toch denk ik dat staatssecretaris Ross geen ongelijk heeft, als zij over herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog in haar nota Raak de juiste snaar schrijft dat deze moeten bijdragen aan het bijbrengen van 'Zivilcourage' en de durf om stelling te nemen.

Dat gedicht over de onvolprezen dag blijft. Februari, de roman van Theun de Vries, blijft. De Dokwerker van Mari Andriessen blijft. Waarom de herdenking van de Februaristaking ook moet blijven? Omwille van de hoop dat de norm, in 1941 gesteld en in de resterende oorlogsjaren veelal zo gruwelijk geschonden, een blijvende is.