Een ongrijpbare wervelwind

Hongarije heeft prachtige voetballers voortgebracht, zoals Ferenc Puskas en Lajos Hidegkuti. Wat te denken van Flórián Albert en Ferenc Bené, die gisteren na een langdurige ziekte in een ziekenhuis in Budapest op 61-jarige leeftijd overleed. Bené gold in de jaren zestig en zeventig als een typische exponent van de Hongaarse voetbalschool: artistiek, aanvalslustig en slim.

Bené vormde met Albert een succesvol koppel in het Hongaarse nationale elftal. Albert was de strateeg, technisch, in de stijl van Hidegkuti in de jaren vijftig. Naast hem excelleerde Bené, klein, snel, slim en vooral doeltreffend. Albert - Europees voetballer van het jaar in 1967 - was de aangever, Bené de afmaker. In 76 interlands scoorde hij 36 keer.

In de herinnering leeft vooral het spel dat Albert en de pas 21-jarige Bené bij het WK van 1966 toonden. Voor het eerst speelde Hongarije niet in het 4-2-4 systeem dat in de jaren vijftig door het 'Wonderteam' was geïntroduceerd. Er stond nu een libero achter de defensie. Vooral omdat de Hongaren konden rekenen op hun aanvallers Albert, Bené en Farkas.

Hongarije was de smaakmaker van het toernooi. Maar door keepersfouten kwam het team niet verder dan de kwartfinale. In de eerste wedstrijd verloren de Hongaren van Portugal (met Eusebio), Bené scoorde. Albert was de uitblinker in de tweede wedstrijd van Hongarije, tegen Brazilië. De Brazilianen (zonder de geblesseerde Pelé) verloren voor het eerst sinds het WK van 1954: 1-3. Al na drie minuten scoorde Bené. Het tweede doelpunt was van grote schoonheid. Albert zette de aanval op, schoof de bal naar Bené, die als een wervelwind door de Braziliaanse defensie ging en Farkas liet scoren. Het werd 3-1 door een strafschop, nadat de ongrijpbare Bené was neergehaald.

In de volgende wedstrijd in Manchester versloeg Hongarije Bulgarije met 3-1, één doelpunt van Bené. In de kwartfinale werden de Hongaren uitgeschakeld door de Sovjet-Unie: 1-2. Terwijl aan Russische kant doelman Lev Jasjin uitblonk, faalde de Hongaarse doelman Gelei. Het Hongaarse doelpunt was wéér van Bené. Hij scoorde in alle vier wedstrijden éénmaal.

Bené en veel van de Hongaren die in 1966 speelden, behaalden op de Olympisch Spelen van 1964 in Tokio de gouden medaille. Bené werd er topscorer met twaalf treffers. In het eerste duel, met Marokko (6-0), scoorde hij zes keer; in het tweede duel, met Joegoslavië (6-5); één keer, in het derde duel, met Egypte (6-0), vier keer. In de finale tegen Tsjechoslowakije (2-1) scoorde hij eenmaal.

Bené zou bij de Olympische Spelen van 1972 (waar Hongarije weer goud behaalde) en het WK van 1974 door slepende blessures niet meespelen. Met Ujpest Dozsa werd hij acht keer landskampioen, hij werd vijf keer topscorer in de competitie. In 1969 was hij Hongaars voetballer van het jaar. In 1985 sloot Bené zijn carrière af bij de Finse club Sepsi. Hij was toen al 41 jaar en vergeten als topscorer en als de man die met Florian Albert Brazilië voor het eerst sinds 22 jaar op de knieën dwong.