Eén jaar

Op de eerste verjaardag van mijn kleinzoon was er veel reden voor verwondering, als je er even je best voor deed.

In de eerste plaats was er het jongetje zelf, een jaar geleden nog een krijsend, roze lapje vlees, en nu een echt mens dat ons al aandachtig kon aankijken, terwijl hij er af en toe gratis een innemend lachje bij deed. 'Glenn is jarig', werd er een keer of honderd tegen hem geroepen, en het was maar goed dat hij niet besefte dat hij als jarige zoveel belangstelling nooit meer zal krijgen. Het zou hem nu al weemoedig hebben gemaakt.

Veranderende tijden veranderen ook zulke verjaardagen. Zo waren ook Glenns oppasouders van de partij. Zij hadden een liefdevol fotoboek samengesteld van hun eerste jaar met Glenn. Daaruit viel op te maken hoe intensief zij enkele dagen per week met hem omgaan - als echte ouders. Zo'n kind heeft tegenwoordig drie of vier paar ouders, want er zijn ook nog de onuitroeibare grootouders, in zijn ogen die vage grijsaards die voor de vakantiestemming moeten zorgen als er nog geen vakantie is.

Zou een kind daar nou nooit zenuwachtig van worden, van al die volwassenen met hun gedoe om hem heen? Ach, waarom eigenlijk - als die volwassenen zelf maar niet al te zenuwachtig worden. Voor kinderen met aanleg voor eenkennigheid lijkt het me zelfs een goede remedie. Bovendien, hoe meer zielen boven je hoofd, hoe meer kans op iemand die het slechte humeur van de ander neutraliseert en de dag toch nog leuk maakt.

De oudste van het gezelschap, Glenns 73-jarige oma van vaderszijde, maakte ons op nog iets anders opmerkzaam. In 'haar tijd' was het ondenkbaar dat zulke jonge kinderen al zo lang buiten de box rondkropen. Er waren toen in de meeste huizen nog gewone kachels, hete bliksems vol gas of kolen, waaraan kinderen zich afschuwelijk konden branden. Je mocht een spelend kind eigenlijk geen moment uit het oog verliezen.

Ik knikte. Zou het daardoor komen dat ik mezelf als klein kind alleen maar achter de tralies van een box zie staan? Kruipen naar de toastjes en de pinda's - het was voor mijn generatie niet weggelegd.

De ontwikkeling van je kleinkind onderga je anders dan die van je eigen kinderen, tenzij je er dagelijks bij betrokken bent. Bij Glenn vallen ons dingen op die we vroeger nooit zo nauwkeurig bij onze kinderen hebben waargenomen. Die groeiden op in de dagelijkse tredmolen van kleine en grote zorgen, waarin weinig besef van verandering was. Een kind dat op afstand opgroeit, zie je opeens reusachtige sprongen voorwaarts nemen.

Laatst zat Glenn met een plastic doos met vormpjes te spelen. Hij schudde ermee en vond de rammelende geluiden opwindend. Maar toen de vormpjes allemaal op de grond waren beland, kwam er geen geluid meer uit de doos, hoe hard hij er ook mee schudde. Hij keek naar de vormpjes naast zich en nam vervolgens voor een nul-jarige een machtig interessant besluit: hij deed ze terug in de doos - en begon weer te rammelen. Glenn kon denken!

Met dit stukje hoop ik uiteraard vooral de verwijtende vraag van mijn eigen kinderen te voorkomen: 'Waarom heb je vroeger nooit zo over óns geschreven?'

Een vader faalt altijd, een grootvader nooit.