Den Bosch laat het verleden nu rusten

Na Oranje Zwart de eerste lands- titel uit de clubgeschiedenis te hebben bezorgd, keerde Roger van Gent afgelopen zomer terug bij de hockeyclub, die na zijn vertrek in 2001 in slaap sukkelde: Den Bosch. 'Iets meer arrogantie mag wel.'

Met de tuinslang in de hand stapt de voorzitter gedecideerd het kunstgras op. De waterleidingen zijn bevroren, en dus rest Rob Campbell voor aanvang van het competitieduel tussen 'zijn' Den Bosch en HCKZ niets anders dan het kurkdroge veld zelf handmatig te besproeien. 'Moet toch gebeuren', zegt hij even later in het clubhuis, dat uitpuilt van de carnavalsvierders.

Den Bosch heet momenteel Oeteldonk, maar veel reden tot feestvieren heeft de hockeyhoofdklasser deze zondag niet. In het vooraf als 'sleutelwedstrijd' bestempelde duel komt de nummer acht van de ranglijst tegen de vier plaatsen hoger gerangschikte ploeg uit Den Haag niet verder dan 1-1. 'We zijn veel te lief in de cirkel', moppert trainer-coach Roger van Gent na afloop van de eerste wedstrijd sinds de winterstop.

Al te zwaar kan hij dat zijn voorhoede niet aanrekenen. Bas Campbell (18), Bob de Voogd (17) en Eric Bouwens (18) komen net kijken, beseft Van Gent, die zijn elftal tegen het fletse HCKZ ook een strafbal ziet missen. Maar toch: 'We missen een killer, iemand die niet nadenkt maar genadeloos uithaalt zodra de kans zich voordoet.'

Desondanks kan Van Gent, tien speelronden voor het einde van de reguliere competitie, tevreden zijn. Den Bosch bivakkeert weliswaar opnieuw in de middenmoot, een grijze muis is de gewezen landskampioen (1998 en 2001) niet meer, getuige het bij vlagen brutale spel tegen HCKZ, dat het zondag moet stellen zonder zijn gelouterde buitenlandse inbreng: Dilip Tirkey, Gagan Ajit Singh en Grant Schubert. 'We hebben een paar mooie stappen gemaakt', weet de 44-jarige hockeycoach uit Boxtel, die zich volgend jaar weer serieus denkt te kunnen mengen in de strijd om het kampioenschap.

Vier seizoenen lang gaf Van Gent leiding aan aartsrivaal Oranje Zwart; een periode die hij vorig voorjaar afsloot met de eerste landstitel uit de Eindhovense clubgeschiedenis. Kort daarop keerde hij terug op het oude nest, bij Den Bosch. 'Roger heeft bewezen dat hij goed met jeugd uit de voeten kan, en bovendien kent hij onze club als geen ander', verklaart technisch directeur Willem Kemps van de Bossche vereniging.

Van Gents eerste daad? Breken met het verleden, want daar heeft de club veel te lang op geteerd, meent hij. 'Wat me de laatste jaren opviel als ik hier met OZ op bezoek was, was het feit dat iedereen het vrijwel nooit over het heden, maar altijd over vroeger had. Dat is ook een van de eerste dingen die ik iedereen heb voorgehouden: ophouden met achterom kijken, want daar worden we niet beter van.'

Het heden telt en dat heden vertelt het verhaal van een club, die de laatste jaren louter successen vierde met de vrouwen (acht keer op rij kampioen van Nederland). De mannen daarentegen gleden steeds verder af, onder meer door het vertrek van internationals Rob Derikx en Matthijs Brouwer. Bovendien - en Den Bosch is daarin niet de enige hoofdklasser - mist de club 'een complete generatie', aldus assistent Remco van Wijk: 'In de leeftijdscategorie 24 tot 29 hebben we gewoon niemand.'

Op een enkele uitzondering na, zoals de Spaanse international Rodrigo Garza, die afgelopen zomer overkwam uit Madrid. Tegen HCKZ ontpopt de 26-jarige verdediger zich als de motor van de ploeg, die spelverdeler Jeroen Delmee vrijwel al het vuile werk uit handen neemt. 'Rodrigo is onze aanjager, zowel binnen als buiten de lijnen', zegt Van Gent, die bij de start van de competitie verder Garza's landgenoot Iñyaki Freixa mocht begroeten.

Delmee prijst zich gelukkig met de komst van de twee Spanjaarden, die na het duel tegen KZ worden ingewijd in de geheimen van het carnaval en in een boerenkiel worden gehesen. Eindelijk, zegt de routinier, is de realiteitszin doorgedrongen aan de Oosterplas. 'Je kan je als bestuur wel op het standpunt stellen dat je geen buitenlanders haalt, maar als door het uitblijven van versterkingen vervolgens je beste spelers de benen nemen, raak je steeds verder achterop.'

Zelf bleef het boegbeeld, ondanks tal van aanbiedingen. Vorige week besloot de bijna 33-jarige middenvelder er zelfs nog een seizoen aan vast te plakken. Bij Den Bosch, niet bij het Nederlands elftal. 'Daar stop ik na het WK (in september), en iedereen die me aan die belofte mag houden. Na zo'n lange tijd weiger ik m'n leven nog langer volledig af te stemmen op het tophockey.'

Wat dat is, weet generatiegenoot Van Wijk, met wie Delmee jarenlang in de nationale ploeg speelde, en die sinds afgelopen zomer in Den Bosch fungeert als assistent van Van Gent. Hoewel zelf ook een geboren Brabander zorgt de 241-voudig international (69 doelpunten) voor wat hij zelf 'de westelijke component' noemt na twaalf jaar bij topclub Bloemendaal te hebben gespeeld. 'Daar waren wij in onze topjaren soms té zelfverzekerd, hier hebben ze dat te weinig. Iets meer arrogantie mag wel.'

Van Wijk is nog wat opgevallen sinds hij in Noord-Brabant langs de lijn staat. 'Hier wordt hiërarchischer gedacht. Rogers wil is wet. Dat is fijn werken, maar heeft ook nadelen, want je krijgt zelden feedback.' Maar de voormalige tempobeul mag zich verbaal wel wat meer roeren, grijnst Van Gent. 'Af en toe een snauw kan geen kwaad.'