De spotprentencrisis: een vertekend beeld

Religie wordt wel eens beschouwd als een overblijfsel uit achterlijke tijden en oorden, en ook nog als iets dat van nature gevaarlijk zou zijn. Deze houding van fundamentalistische secularisten is niet alleen betreurenswaardig, maar ook intrinsiek gevaarlijk, meent Agnes van Ardenne-Van der Hoeven.

De vrijheid heeft vele gezichten: de vrijheid om te zeggen wat je denkt, maar ook de vrijheid om te geloven wat je wilt. Het is goed om over de vrijheid te spreken, en zij is het verdedigen waard - in woord en beeld. En dat is wat wij de afgelopen tijd hebben zien gebeuren. Toch is het heersende beeld van een confrontatie tussen het Westen - als vaandeldrager van de vrijheid - en de islamitische wereld - als voorvechter van de religie - in veel opzichten een vertekend beeld. Als gevolg van de globalisering zijn wij niet getuige van een botsing der beschavingen, maar meer van een uiting van de botsing tussen de seculiere en de niet-seculiere wereld.

Als wij even verder kijken dan de controverse over de spotprenten, kunnen wij zien dat de seculiere neiging om religie te veronachtzamen of zelfs denigrerend te behandelen, dezer dagen leidt tot vervreemding in plaats van verzoening.

Om te beginnen heeft het Westen niet het alleenrecht op het begrip vrijheid. Daar zijn immers het fascisme en het communisme ontstaan. Te midden van al het verbale, visuele en zelfs fysieke geweld van de huidige crisis loont het de moeite om een stap terug te doen en te luisteren naar wijze woorden uit het verleden.

In 1941, toen de zaak van de vrijheid van alle kanten bedreigd werd, heeft Franklin D. Roosevelt zijn State of the Union gebruikt om de vier elementaire vrijheden van de mensheid te formuleren: niet alleen de vrijheid van meningsuiting, maar ook de vrijheid van godsdienst, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees. Na de Tweede Wereldoorlog hebben alle landen van de wereld die vier vrijheden omarmd. Onder de bezielende leiding van Eleanor Roosevelt, die optrad als voorzitster van de commissie die de tekst opstelde, zijn ze opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Thans zijn deze vrijheden, in meer of mindere mate, over de gehele wereld verbreid, getuige de winnaars van de Four Freedoms Awards van dit jaar, die dit voorjaar in Middelburg zullen worden uitgereikt. De onderscheiden personen komen uit de hele wereld en uit alle rangen en standen: Mohammed ElBaradei, het Egyptische hoofd van het Internationaal Atoomenergie Agentschap, Mohammed Yunus, een Bengaalse pionier op het gebied van microkredieten, de Mexicaanse auteur Carlos Fuentes, de Franse religieuze gemeenschap Taizé en de beroemde Burmese oppositieleidster Daw Aung San Suu Kyi.

Het uitoefenen van vrijheden is geen doel op zich. Pogingen om het debat voor te stellen als enkel en alleen een beginselkwestie zijn contraproductief, leiden tot grotere conflicten en ontnemen de gedachtewisseling haar pragmatische aspect. Dat is jammer, want er zijn goede pragmatische argumenten om op te komen voor de open samenleving, zeker op mijn eigen terrein, de ontwikkelingssamenwerking. In onze mondiale economie zijn open samenlevingen in het voordeel: de vrije toegang tot informatie in die landen leidt tot meer innovatie en grotere productiviteit, verkleint de risico's van financiële transacties, bevordert investeringen en vergroot de efficiency van bedrijven.

Statistisch is gebleken dat arme democratieën waar de vrijheid algemeen wordt gerespecteerd, volgens een groot scala van ontwikkelingsindicatoren beter presteren dan arme dictaturen: 50 procent minder kinderen sterven voor hun vijfde levensjaar, tweemaal zoveel kinderen gaan naar de middelbare school, de gemiddelde levensverwachting is tien jaar hoger, en van de 49 arme landen die in de jaren negentig van burgeroorlogen te lijden hebben gehad, werden er 41 bestuurd door dictatoriale regimes van uiteenlopend repressief karakter.

De rapporten over Arab Human Development van de Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNDP), die worden opgesteld door een onafhankelijke groep Arabische intellectuelen, hebben objectief en met succes de aandacht gevestigd op de behoefte aan meer vrijheid en beter bestuur in de Arabische wereld: 'Als de huidige repressieve situatie in de Arabische landen voortduurt, zullen de maatschappelijke conflicten naar alle waarschijnlijkheid heviger worden.' Daarom ondersteunt Nederland een project in Jemen voor de opleiding van onafhankelijke journalisten.

Vorige week heb ik een bezoek gebracht aan dat land, waarmee Nederland sinds de jaren zeventig een geslaagde bilaterale ontwikkelingsrelatie onderhoudt. Die relatie berust op wederzijds respect. Daarom heb ik niet geaarzeld om bij Jemenieten die ik op mijn reis gesproken heb - onder wie studenten aan de universiteit van Sana'a - de vier vrijheden aan de orde te stellen, evenals het besluit om in de nasleep van de cartooncontroverse een aantal kranten een verschijningsverbod op te leggen.

Het is onze plicht om de vrijheid van meningsuiting moedig te verdedigen tegen alle aanvallen, vooral in de vorm van stenen door ambassaderuiten en doodsbedreigingen tegen cartonisten. Maar los van de actuele kwestie van de spotprenten ontslaat de vrijheid van meningsuiting ons niet van de verantwoordelijkheid om ons te verdiepen in de diverse culturen en religies van onze globaliserende wereld.

Het probleem is dat velen die het grootste kabaal maken over de vrijheid van meningsuiting, niet bereid zijn die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Maar al te vaak gaat achter de façade van de tolerantie onverschilligheid of zelfs vijandigheid jegens andere culturen en religies schuil. Het wordt niet altijd hardop gezegd, maar religie wordt wel eens beschouwd als een overblijfsel uit achterlijke tijden en oorden, en daarbij nog als iets dat van nature gevaarlijk zou zijn.

Deze houding van fundamentalistische secularisten is niet alleen betreurenswaardig, maar ook intrinsiek gevaarlijk. Het is een onomstotelijk feit dat culturen en religies de voornaamste bindende factoren van onze tijd zijn: de twintigste eeuw was een tijdperk van ideologieën, de eenentwintigste eeuw wordt een tijdperk van identiteit. Als wij die identiteitsvormende factoren niet inzetten voor vrede en welvaart, zullen anderen ze misbruiken voor oorlog en persoonlijk gewin.

Op mijn vele reizen naar Afrika heb ik kunnen zien hoe belangrijk het geloof is in het dagelijks leven van de mensen daar, en dat meer dan de helft van de scholen en ziekenhuizen door religieuze organisaties worden bestuurd. Dat feit moeten wij blijven respecteren, niet om zieltjes te winnen maar om levens te redden. Vorig jaar heeft een groep religieuze leiders op een regionale conferentie in Sana'a een inspirerend voorbeeld gegeven door een internationaal netwerk ter bestrijding van hiv/aids op te zetten. 'Het virus moet niet worden beschouwd als een zonde maar als een probleem dat wij met vereende krachten moeten bestrijden', zei een deelnemer uit Soedan.

De Britse opperrabbijn Jonathan Sacks heeft opgemerkt dat religie net vuur is: ze kan mensen verbranden maar ze kan hen ook verwarmen. In zijn boek The dignity of difference beschrijft hij hoe in 2002 vertegenwoordigers van alle grote wereldgodsdiensten - onder wie de aartsbisschop van Canterbury, een imam, een hindoe-goeroe en een opperrabbijn - bijeenkwamen op de plaats waar het Wereldhandelscentrum was verwoest. Op Ground Zero - voor velen een metafoor voor de botsing der beschavingen - wisten die mensen common ground te vinden. Dat was een zeldzaam moment van solidariteit tegenover het ontzaglijke vermogen van de mens om te vernietigen.

Als wij willen voorkomen dat de globalisering ons verdeelt, moeten wij die solidariteit mobiliseren. De vraag wie in het spotprentendebat 'gelijk' heeft, mag ons niet afleiden van die Hercules-arbeid.

Agnes van Ardenne-Van der Hoeven is minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Dit artikel is op 25 februari 2006 verschenen in de internationale Arabische krant 'Asharq Al-Awsat'. Later deze week zal het bovendien gepubliceerd worden in de Yemen Times.