1,9 miljard beloofd, een fractie gedoneerd

De Verenigde Naties wachten op geld van de Wereldbank voor de bestrijding van de vogelgriep. De Wereldbank wacht op de donoren en de donoren vrezen het 'zwarte gat' waarin het geld verdwijnt als ze de zaak niet controleren.

David Nabarro, de vogelgriepcoördinator van de Verenigde Naties, heeft er een nieuwe zorg bij: geld. Van de 1,9 miljard dollar die de donoren half januari tijdens een conferentie in Peking toezegden voor de vogelgriepbestrijding, is maar een fractie binnen. Gisteren hield Nabarro crisisberaad met de Wereldbank in Washington, die de financiële coördinatie doet. 'De komende weken,' zegt hij, 'wil ik van de donoren weten wanneer ze over de brug komen. Nu de vogelgriep zich snel over de wereld verspreidt, is dat urgent.'

Maar zoals vaak bij grote internationale operaties, waarbij donorlanden, ontvangende landen en internationale organisaties samenwerken, is het ook ditmaal niet eenvoudig om de vinger op de zere plek te leggen. De VN hebben dringend geld nodig in het veld, en wachten ongeduldig op de Wereldbank. De Wereldbank zegt dat de donoren nog niets hebben gestort. En de donoren zijn bang voor het 'zwarte gat', waarin geld verdwijnt waar ze geen controle over hebben. Het is een bekende vicieuze cirkel.

Normaal hebben al deze betrokkenen bij calamiteiten verschillende ideeën over hoe het geld besteed moet worden. Ditmaal zijn ze opvallend eensgezind: omdat vogelgriep vooral (nog) een dierziekte is, zeggen ze, moet de ziekte bij dieren worden ingedamd. Zo kun je eventuele verspreiding onder mensen voorkomen. Rijke landen moeten arme landen dus helpen om zieke vogels te vinden, te testen en zonodig af te maken. Lokale veterinaire diensten moeten worden versterkt. Mensen moeten van dieren worden gescheiden. Boeren moeten compensatie krijgen voor geslachte kippen, anders melden ze de ziekte niet. Er zijn laboratoria nodig, ontsmettingsmiddelen, enzovoort. Dat moet nú.

Het probleem is alleen dat geld nooit nú wordt overgemaakt. Alle donoren hebben hun eigen financieringsmethoden. Van de 1,9 miljard dollar wordt één miljard als lening aan getroffen landen verstrekt, 0,9 miljard zijn giften. Maar dat geld gaat lang niet allemaal naar de Wereldbank. Veel donoren sturen het direct naar de FAO (de voedsel- en landbouworganisatie van de VN) of de dierengezondheidsorganisatie OIE, de twee internationale organisaties die ter plekke in de frontlinie zitten. Velen sturen hun geld ook rechtstreeks naar getroffen landen. Of geen geld, maar alleen materieel of experts. De kosten daarvan zitten in het totaalbedrag dat die donor in Peking heeft genoemd. Behalve het H5N1-virus zelf vliegen er dus allerlei bedragen, mensen en materialen de wereld over. Niemand heeft overzicht.

Daarom wil Nabarro, die weleens de 'vogelgrieptsaar' wordt genoemd, nu alle donoren vragen wat ze hebben gedaan en wat ze nog gaan doen. Veel betrokkenen prijzen Nabarro's inspanningen. Hij zit vrijwel dagelijks in videoconferenties met de Wereldbank, de FAO, de OIE, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en anderen om te zorgen dat ze goed samenwerken. Het is mede aan hem te danken, zeggen zij, dat er bij elke vogelgriepuitbraak gezamenlijke teams op pad gaan. Maar ze begrijpen niet waarom Nabarro en de Wereldbank de donoren nú pas vragen om over de financiën te rapporteren. Want voor hen wordt de situatie nijpend.

Zo vroeg de WHO de donoren in Peking 100 miljoen dollar. 'Daar is niets van binnen', zegt woordvoerster Maria Cheng in Genève - niet direct, niet via de Bank. De WHO stuurt bij iedere uitbraak experts mee met de internationale teams, die (lokale) overheden adviseren over menselijke hygiëne. Ze schiet de kosten zelf voor. Bij de FAO in Rome gebeurt hetzelfde. 'Wij vroegen in Peking 130 miljoen voor drie jaar', vertelt assistent-directeur-generaal Landbouw Louise Fresco. 'Maar we hebben al 9,5 miljoen uit eigen fondsen uitgegeven. Ik ben bezorgd over de traagheid waarmee het gaat. In Afrika hebben ze dringend geld nodig.'

De FAO heeft nog één dierenarts in huis; de rest is in het veld. Eén van de problemen van de FAO en de OIE is dat er weinig veterinaire experts in de wereld zijn, die precies weten wat ze moeten doen. Nu die experts 'gewild' zijn, stijgen hun prijzen. De FAO 'poolt' vaak experts met de OIE in Parijs. Ook daar, zegt Christianne Bruschke van de OIE, vraagt men zich af waar het geld blijft. 'Juist nu is er geld nodig om boeren te compenseren. Regeringen van getroffen landen hebben dat vaak niet.'

Het was Nabarro, die voorstelde dat de Wereldbank de financiën van de vogelgriepbestrijding zou doen. De VN zelf zijn door het olie-voor-voedsel-schandaal een deel van hun geloofwaardigheid kwijtgeraakt. Maar sinds Peking hebben veel betrokkenen weinig of niets meer van de Bank gehoord. Ook donoren vinden dat vreemd. Zo zegde de Europese Commissie in Peking tachtig miljoen euro toe, waarvan vijftig miljoen voor een speciaal fonds, beheerd door de Wereldbank. Maar, zegt een hoge functionaris in Brussel, 'we hebben nog niet van de Bank gehoord hoe ze dat wil doen. Voor ons is het niet acuut. Wij subsidiëren langere-termijnprojecten. Maar andere donoren zeggen: 'Wat moeten we nu met ons geld?' '

John Underwood, directeur Operationele Zaken en lid van de Vogelgriep-werkgroep bij de Bank in Washington, kaatst de bal terug. 'De donoren hebben 63 miljoen dollar beloofd voor het fonds dat wij beheren, waaruit projecten kunnen worden betaald. Ze hebben nog geen cent naar dat fonds gestuurd. Logisch, het is immers belastinggeld. Hun parlementen zitten er bovenop. Wij kunnen niet zomaar een blanco cheque uitschrijven. Je hebt criteria nodig, waaraan projectaanvragen moeten voldoen. Die zijn we nu aan het opstellen.'

Normaal duurt dat maanden. Vergeleken daarbij, zegt Underwood, is zes weken niets. 'Nog even, en het fonds loopt. Mag ik u er ook op wijzen dat de Bank van haar eigen geld al vier miljoen aan Kirgizië heeft gegeven, en op het punt staat om vijftig miljoen aan Nigeria te geven?'