Witte knuist

Zo. Het zit erop. De ongekookte pasta mag in de vliegenkast, de aardappel dampt weer op tafel. De televisie hoeft niet meer de hele dag te tetteren en morgen verdringt de vogelgriep de olympische kampioenen van de voorpagina.

Ik zat met houten achterwerk naar de laatste uren vanuit Turijn te kijken. Tijdens de sluitingsceremonie gleed over het middenterrein van het Olympisch stadion een Italiaanse zeemeermin voorbij. In een feeëriek decor van nepsneeuw en ijs liep ze parmantig haar rondje in een blote jurk met lange staart. Ze was lekker mollig. Het viel me gewoon op, na alle afgetrainde schaatsers van de afgelopen weken die maandenlang vetarm door het leven moesten voor een rondje dertig blank.

Acteren op het grootste sportpodium ter wereld. Je moet vechten, drammen, liegen, bedriegen, duwen en trekken. En je bekkie klaar hebben voor, tijdens en na de prestatie. Maar het besef van de winst is niet te repeteren, dan zien we de sporter op zijn puurst. De geluiden en gelaatsuitdrukkingen krijgen iets dierlijks. Ongerepte natuur op een sneeuwpiste of een overdekte ijsbaan.

Natuurlijk mocht de negentienjarige Ireen Wüst van tevoren in haar eigen stoere jargon melden dat ze 'volle bak ging knallen' op de drieduizend meter. Na afloop acteerde ze niet toen ze voor de camera schreeuwde dat ze het niet kon geloven. We zagen Ireen Wüst als Ireen Wüst. Misschien wel voor het laatst. Haar coach Gerard Kemkers keek in de toekomst en verzuchtte dat die gouden plak eigenlijk in de la moest; vanaf nu liep zijn pupil het risico geleefd te worden door haar eigen succes.

Bob de Jong is al ouder en rijper maar blijft een groentje voor het leven. De afgelopen weken schijnt hij alles verzameld te hebben waar het olympisch teken op stond. Posters, speldjes, mokken, shirts, lepeltjes. Voor in het plakboek en aan de muur. Bob is een dromer, niet te leiden, gek en eigenwijs. Waar anderen in Turijn wachtten op hun dag, snoof hij op zijn ski's frisse lucht op in de bergen. Zo gaat hij al jaren zijn eigen gang.

Eind december tipte ik De Jong op deze plek voor goud toen hij tijdens het kwalificatietoernooi even rechtop ging staan tijdens de tien kilometer, als beloning voor zoveel ongereptheid. De omhooggestoken vuist van Bob de Jong na het behalen van zijn medaille was mijn hoogtepunt van Turijn. We zagen tijdens de Spelen in Mexico '68 mooie vuisten, samengebald tot Black Power. De knuist van Bob was, zonder enige politieke bijbedoeling - Bob stemt niet, denk ik - de witte variant.

De burgemeester van Vancouver 2010 nam de Olympische vlag van zijn collega uit Turijn over. De Canadees deed dat vanuit zijn rolstoel, hij leeft sinds jaar en dag met een dwarslaesie. Hij draaide met de vlag in een houder een paar rondjes op het podium. Daarna mocht de blinde operazanger Andrea Bocelli het volk toezingen. De lamme en de blinde, samen in full swing werkend voor komend gastland Canada.

De uitgefloten Italiaanse premier en tv-baas Berlusconi tikte mee op de muziek van Louis Prima, vroeger een zeer geliefd feestbandje in maffiakringen. 'O, buona sera, signorita, kiss me good night!' In Turijn verdenken ze Berlusconi ervan dat hij de Winterspelen expres buiten beeld hield op zijn kanalen. Het botert niet zo tussen de Fiatfamilie en de premier.

Vlak voor het leverende gasbedrijf abrupt de kraan voor de vlam dichtdraaide, riep opperbaas Rogge, o wat stoer, dat de atleten toch vooral met hun vingers uit de pillenpot moeten blijven.

Wüst en De Jong zwaaiden en dansten op het binnenterrein.

Sporters en bobo's zaten in hetzelfde complot dat Olympische Spelen heet. Is het ooit anders geweest?