Vrede blijkt telkens weer illusie

In Libanon woedde vijftien jaar lang een openlijke burgeroorlog. Maar wat is een burgeroorlog? In Irak komen de de strijdende partijen steeds scherper tegenover elkaar te staan, langs etnische en religieuze lijnen. Zo glijdt ook Irak af in de richting van een grootscheepse burgeroorlog - hoezeer de Amerikanen dat ook proberen te voorkomen.

Bomaanslagen, hinderlagen, mortieraanvallen, liquidaties hebben de afgelopen dagen weer tientallen levens geëist in Irak. Het geweld is toegenomen sinds naar wordt aangenomen sunnitische rebellen woensdag de koepel van de shi'tische Gouden Moskee in Samarra met dynamiet opbliezen. Veel van de ongeveer 200 doden sinds woensdag zijn sunnieten; daarnaast zijn tientallen sunnitische moskeeën ook doelwit geworden van vergeldingsacties door shi'itische milities.

Op zich is het aantal doden niet opvallend veel hoger dan op een normale Iraakse geweldsdag sinds de omverwerping van het bewind van Saddam Hussein in maart 2003. Het geweld gaat steeds in golven; het neemt langzaam toe, cumuleert in bloedige massa-aanslagen, ebt weer weg, wat de illusie wekt van ontluikende vrede, en laait opnieuw op. Maar de snelheid waarmee het geweld zich na de aanslag in Samarra over het land verspreidde, onderstreepte twee omineuze zaken: dat de shi'itische leiders hun milities lieten gaan en dat de Iraakse veiligheidsdiensten niet in staat of niet bereid waren orde op zaken te stellen. Zelfs de altijd gematigde grootayatollah Ali Sistani heeft gesuggereerd dat de shi'ieten het heft in eigen hand moeten nemen om zich te verdedigen. Daarom heerst nu meer dan ooit te voren de vrees dat de al lang smeulende Iraakse burgeroorlog tot volle uitbarsting komt.

De angst blijkt wel uit de waarschuwingen van Amerikaanse en Iraakse leiders van de laatste dagen. Zelfs president Bush, die zich altijd positief uitlaat over de ontwikkelingen in Irak, drukte zijn bezorgdheid uit. 'De komende dagen in Irak zullen moeilijk en uitputtend zijn', zei hij. 'Dit is een moment waarop het Iraakse volk zal moeten kiezen.'

Bush belde later persoonlijk met shi'itische, sunnitische en Koerdische politieke leiders om hen ertoe te bewegen het hoe dan ook al zeer moeizame overleg over de vorming van een nieuwe regering te versnellen en zo uit de huidige crisis te komen. De shi'itische demissionair- en kandidaatpremier Ibrahim Jaafari deed zaterdag, geflankeerd door sunnitische en Koerdische leiders, een dringende oproep tot eenheid. De Iraakse minister van Defensie, Saadoun al-Dulaimi, waarschuwde tegelijk dat als burgeroorlog uitbreekt 'deze nooit zal eindigen'.

Maar wanneer is het burgeroorlog?

De Libanese burgeroorlog was duidelijk als zodanig herkenbaar. Met tanks en zware artillerie bewapende etnische (Palestijnen) en religieuze (christenen, shi'ieten, sunnieten, druzen) strijdgroepen bestookten elkaar in wisselende bondgenoot- en vijandschappen. Burgers zochten hun toevlucht in de schuilkelders terwijl het centrum van Beiroet boven hun hoofden in puin werd geschoten. Vijftien jaar lang, tot elke groep uitgeput was, en het Syrische bezettingsleger dat ook aan deze en gene zijde had meegedaan, in 1990 van de Verenigde Staten de vrije hand kreeg om orde op zaken te stellen.

De toenmalige Amerikaanse onderminister van Defensie Paul Wolfowitz, een van de gangmakers van de militaire interventie in Irak, vergeleek in februari 2003 de situatie in Irak positief met die in de Balkan. 'Er is niets bekend in Irak van etnische milities die elkaar bevechten wat zoveel bloedvergieten en permanente littekens produceerde in Bosnië, samen met een voortdurende noodzaak van een grote vredesmacht om die milities te scheiden.'

Dat hoofdingrediënt van burgeroorlog was en is echter wel degelijk in Irak aanwezig: er zijn Koerdische milities, nu vermomd als regionale legereenheden (meer dan 100.000 man), sunnitische rebellengroepen (onbekend welk aantal aanhangers) en verschillende, onderling rivaliserende shi'itische strijdgroepen (in totaal vele tienduizenden strijders), die de politie onder de huidige, door fundamentalistische shi'ieten gedomineerde regering voor een groot deel hebben overgenomen. Dit tegen de achtergrond van het uit elkaar groeien van de grote Iraakse gemeenschappen, de shi'ieten, Koerden en sunnieten, die in elke verkiezing méér op de eigen etnische of religieuze partijen stemmen.

De burgeroorlog is dan ook al geruime tijd, smeulend, aan de gang in die zin dat de sunnitische rebellen structureel shi'itische (burger)doelen bestoken, en shi'itische milities/politie steeds harder terugslaan. De groepen lijken die met grote regelmaat in en buiten Bagdad worden teruggevonden, zijn vaak sunnieten die door politiecommando's of militiestrijders uit hun huizen zijn gehaald en al dan niet na marteling geliquideerd.

De Amerikaanse ambassadeur in Irak, Zalmay Khalilzad, deed de afgelopen weken zijn uiterste best de veiligheidsministeries, Defensie en met name Binnenlandse Zaken (politie), in de komende regering uit handen van Jaafari's shi'itische Alliantie te krijgen om de sunnieten binnenboord te halen. Volgens Washington is een nationale regering het beste middel om de angel uit de opstand/burgeroorlog te halen en vertrek van de Amerikaanse troepen mogelijk te maken.

Maar de kans dat dit lukt is door de aanslag op de Gouden Moskee tot een minimum teruggebracht. Shi'itische leiders grepen de aanslag meteen aan om de bestaansnoodzaak van hun milities te verdedigen, die de VS ontbonden willen hebben, en om hun claim op Binnenlandse Zaken te onderstrepen. Khalilzad zelf zei zaterdag dat hij verkeerd was begrepen, en dat hij er geen bezwaar had tegen welke ministerspost dan ook voor de shi'itische Alliantie.

Zo ziet het ernaar uit dat de milities in stand blijven en dat de politie in shi'itische handen blijft. Onder de omstandigheid dat sunnitische extremisten elke dag hun uiterste best doen een grootscheepse burgeroorlog uit te lokken, is dat slecht nieuws.