Nieuwe krachten, oude winnaars

De Winterspelen hebben de Nederlandse schaatsers negen medailles opgeleverd. Een mooi resultaat, want het hardrijden krijgt meer internationale allure.

Met drie gouden, twee zilveren en vier bronzen medailles heeft Nederland bovengemiddeld gepresteerd, luidde de conclusie van sportkoepel NOC*NSF én schaatsbond KNSB. De buitenlandse tegenstand was beduidend zwaarder dan vier jaar geleden in Salt Lake City, waar Nederland drie keer goud en vijf keer zilver behaalde. In Turijn waren de medaillekansen wel groter, door de introductie van de populaire ploegenachtervolging.

Bijna altijd was er spanning of sensatie in de ijstempel, die voornamelijk door Nederlanders werd bevolkt. 'De twaalfde man' steunde ook de buitenlandse rijders, die hun dankbaarheid in woord en gebaar tot uiting brachten. Het hardrijden is niet langer voorbehouden aan 'de lage landen'. Bart Veldkamp nam na achttien jaar topsport op emotionele wijze afscheid voor België. Hij kreeg een staande ovatie tijdens zijn ereronde.

De twaalf gouden medailles werden keurig verdeeld tussen Nederland (3), VS (3), Canada (2), Italië (2), Duitsland (1) en Rusland (1). Dat geeft het gewijzigde krachtenveld goed weer. Zo bleven de Duitse vrouwen onder de maat; zij wonnen alleen de ploegenachtervolging. Anni Friesinger ging op de individuele nummers, net als bij de Spelen van Salt Lake City, ten onder aan de druk.

De Noren waren de grote verliezers, bondscoach Peter Mueller kon zijn grootspraak niet waarmaken. De Amerikaanse trainer werd in de Noorse sensatiekranten met de grond gelijk gemaakt. Vorige maand werd Mueller nog tot coach van het jaar uitgeroepen bij een koninklijk gala in Oslo. De Noorse hardrijders bleven voor het laatst medailleloos in 1988.

Oude schaatslanden maken plaats voor nieuwe. Of ze keren terug aan het front, zoals de Russen die eindelijk in eigen land kunnen trainen en hiervan de vruchten plukken. Door de bouw van indoorbanen krijgt het hardrijden steeds meer internationale allure. De Italiaan Enrico Fabris profiteerde in de gloednieuwe Oval Lingotto voor het eerst van thuisvoordeel. Hij stond als enige twee keer op de hoogste podiumplaats, eerst bij de ploegenachtervolging en daarna de 1.500 meter. De Italiaanse media omarmden een nieuwe sportheld. En nu maar hopen dat zij blijven warmlopen voor pattinaggio di velocítá.

Fabris was op de schaatsmijl de eerste die de Amerikaanse hegemonie bij de mannen doorbrak. Drie individuele afstanden werden gewonnen door rijders uit de VS. Chad Hedrick, Joey Cheek en Shani Davis bewezen de schaatssport met hun charisma een grote dienst. Samen hoopten ze het record van Eric Heiden te evenaren, maar zijn vijf gouden medailles uit 1980 bleken ook voor een sterk collectief niet haalbaar.

De Nederlanders reageerden nuchterder op hun gouden medailles. De 19-jarige Ireen Wüst verbaasde ook zichzelf met een zege op de drie kilometer. Een dag eerder had haar leeftijdgenoot Sven Kramer zilver gewonnen op de vijf kilometer. Een nieuwe Nederlandse generatie diende zich aan, maar beide talenten vertoonden ook tekenen van plankenkoorts. In tegenstelling tot de dertigers Erben Wennemars en Carl Verheijen die ieder, voor het eerst in hun lange loopbaan, twee keer brons wonnen. Wüst werd vierde op de 1.000 meter en won later nog brons op de 1.500 meter.

Kramer kwam ten val in de achtervolgingsploeg, die daardoor tevreden moest zijn met brons. De Fries eindigde op de 1.500 meter in het achterveld en stelde op de tien kilometer zichzelf teleur met een zevende plaats. Beide TVM'ers hebben normaal gesproken nog een paar Spelen voor de boeg.

Voor de 31-jarige Marianne Timmer en de 29-jarige Bob de Jong betekende 'Turijn' misschien wel de laatste kans op olympische roem. Zij waren er al bij in 1998, toen Timmer twee keer goud en De Jong een keer brons won.Nu won Timmer de 1.000 meter, nadat ze op de 500 meter wegens een valse start was gediskwalificeerd. Timmer stal de harten van de buitenlandse pers, dankzij haar droge humor en mysterieuze glimlach.

Bob de Jong maakte vooral indruk op het ijs. Met de regelmaat van de klok reed hij zijn 25 rondjes op de tien kilometer. Hij nam revanche voor zijn huilpartij in Salt Lake City, waar hij in 2002 als olympische favoriet van start ging maar faalde. In Turijn dichtte bijna niemand hem kansen toe. De Jong kon zich in de luwte voorbereiden en voorkwam dat de Nederlandse schaatsmannen zonder goud zouden blijven. De antiheld zal nooit een volksheld worden, maar hij tekende wel voor dé schaatssurprise van Torino 2006.

De schaatsbond kan tevreden zijn met de resultaten, maar stilzitten betekent achteruitrijden. Daarom moet de KNSB snel een opvolger aanstellen voor de uittredende topsportcoördinator Ab Krook. Wopke de Vegt, de belangrijkste kandidaat, is niet van onbesproken gedrag. Hij was een paar jaar geleden nog in een verloren rechtszaak verwikkeld met Timmer over een vermeende contractbreuk.

De Vegt was in Turijn aanwezig als coach van de rijdsters zonder grote sponsor. Zijn kandidatuur geeft aan hoe klein de Nederlandse schaatsfamilie nog steeds is. Er zijn geen goede alternatieven voor de opvolging van Krook, die volgende week bij de wereldbekerfinale in Heerenveen via de achterdeur afscheid hoopt te nemen.