Mooie competitie

Het economenvakblad Economisch Statistische Berichten (ESB) heeft de aardige gewoonte om voorafgaand aan de Olympische Spelen een voorspelling te doen over het medailleklassement. Voor de Winterspelen van 2006 zat het blad goed met de winnaar: Duitsland. In hun uitgave van 27 januari voorspelden de economen dat dit land met twaalfmaal goud, twaalfmaal zilver en tienmaal brons het klassement zou aanvoeren. Lang niet slecht: het werden er uiteindelijk elf, twaalf en zes. Nederland zou volgens ESB op de twaalfde plaats uitkomen met twee gouden, drie zilveren en twee bronzen medailles. Deze magere klassering werd gelogenstraft. Nederland eindigde met negen medailles (drie gouden, twee zilveren en vier bronzen) op een met Frankrijk gedeelde tiende plaats; gezien de concurrentie een alleszins bevredigende prestatie.

Het waren prachtige Winterspelen. Zoals het hoort was er volop spanning en verrassing. Favorieten vielen van hun voetstuk; nieuwkomers gingen er soms met de volle winst vandoor. Meteen het eerste weekeinde al wist een outsider - de Fransman Antoine Dénériaz - te verrassen op de olympische afdaling, een spectaculair ski-onderdeel. En twee jonge Nederlandse schaatsers, Ireen Wüst en Sven Kramer, begonnen hun eerste Spelen met respectievelijk goud op de drie kilometer en zilver op de vijf.

Met hen is een nieuwe Nederlandse schaatsgeneratie aangetreden. Makkelijk hebben ze het de afgelopen weken niet gehad. Schaatsen is allang geen 'demonstratiesport' meer die door de Nederlanders wordt gedomineerd. De concurrentie is sterk toegenomen. Amerikanen, Italianen, Canadezen, Koreanen en Japanners - iedereen dingt mee. Dat is een verheugende ontwikkeling. Het betekent dat deze sport op internationaal niveau serieus wordt genomen. Voor Nederland schept dit verplichtingen, als het tenminste als schaatsnatie wil blijven meetellen. De doelen moeten hoger komen te liggen, en dat stelt niet alleen eisen aan de sporters maar ook aan hun coaches en de schaatsbond. Het lijkt nuttig om meer te investeren in het shorttrack, dat attractief is en aan populariteit wint. En waarom zou Nederland niet meer werk maken van andere sporten op de Winterspelen? Daar vielen de resultaten nu wel erg tegen.

Het waren niet alleen mooie Winterspelen, ze waren naar het zich nu laat aanzien ook betrekkelijk 'schoon'. Eén deelneemster werd op het gebruik van doping betrapt. Een inval door de Italiaanse justitie in het Oostenrijkse kamp leidde tot veel opwinding. Maar de controle kan niet streng genoeg zijn. Het is goed dat het Internationaal Olympisch Comité zijn campagne tegen doping en voor schone Spelen voortzet.

Een aanfluiting waren de vele lege tribunes. De organisatie had zich met de kaartverkoop duidelijk vertild. Vancouver, de stad die in 2010 de Winterspelen organiseert, moet laten zien dat het beter kan. Onderbelicht bleven ook nu weer de gevaren van de sport. Valpartijen, ongelukken, blessures: met recht wordt het onderwerp aangekaart door het artsenweekblad Medisch Contact van 24 februari. Skisters belandden in het ziekenhuis, bobsleeërs en rodelaars maakten rare schuivers. Maar over de blessures en de gevaren wordt haast met geen woord gerept. Dat taboe moet nog doorbroken worden, want er zijn wel degelijk risico's.