Margiono zingt in de schaduw van Robert Holl

Het dubbelrecital van sopraan Charlotte Margiono en bas Robert Holl leek zaterdag in het Amsterdamse Concertgebouw een evenement bij de tentoonstelling Rembrandt-Caravaggio in het tegenover gelegen Van Gogh Museum. Het 'chiaro-scuro', het dramatische contrast tussen licht en donker in de schilderijen van Rembrandt en Caravaggio, was hier hoorbaar in de tegenstellingen tussen hoog en laag, tussen gemak en inspanning, tussen luchtigheid en diepgang.

Even uniek als de confronterende opzet van de tentoonstelling is deze combinatie van optredens van twee van de beroemdste Nederlandse zangers, die nog enkele malen wordt herhaald. Want in feite gaat het om twee achtereenvolgende solorecitals, elk begeleid door een andere pianist. Ze overlappen elkaar slechts even na de pauze in vier duetten: twee van Schumann en twee van Dvorák. Die duetten zijn nauwelijks meer dan verplichte nummers, waarbij het samengaan van hoog en laag nog de minste indruk maakt.

Juist in de extremen daaromheen valt veel meer bijzonders te genieten, ook in de zorgvuldige keuze van de teksten. Charlotte Margiono opent met een recital van elf liederen rond de thema's 'roos' en 'nachtegaal'. Ze zijn beide symbolen voor liefde en vergankelijkheid, prachtig tezamen komend in de slotregels van het laatste lied van Roger Quilter: ' Who but knows how it goes/ Life a last year's Nightingale/ Love a last year's Rose.'

Margiono, vlot en zwevend van start in rozenliederen van Schumann en elders ook op bijna al te losse wijze vertellend, kwam in Griegs langzamere Zur Rosenzeit tot wat meer verinnerlijkte bedachtzaamheid, die later uitmondde in prachtige en gevoelige vertolkingen van Brahms' An die Nachtigall en Strauss' Rote Rosen. Tussendoor klonken ook nog etherische Franse varianten op de thema's: Gounods Au rossignol en Berlioz' Le spectre de la rose.

Overdonderend was het contrast met Margiono dat Robert Holl alleen al met de tekst van zijn eerste lied aanbracht: 'Waar ben je, sterretje? Ben je verduisterd door een zwarte wolk, een dreigende wolk?'

Magnifiek begeleid door Rudolf Jansen, zong Holl zijn tien zwaarmoedige liederen van Moessorgski, Rachmaninov, Borodin en Tsjaikovski met een verrassende wendbaarheid en een overweldigend vertoon van zinderend, diepgevoeld pathos.

Het is altijd al de vraag wanneer Holl ontploft door de opgebouwde intense spanning in zijn sombere, sonore stentorstem. Nu leek hij daar vaak zeer dicht bij. In zijn onvergetelijk gezongen toegift, Schuberts Ständchen 'Leise flehen meine Lieder' verenigde Holl licht, nachtegalen en duisternis.

Concert: Charlotte Margiono (sopraan), Robert Holl (bas), Peter Nilsson en Rudolf Jansen (piano). Gehoord: 25/2 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 27/2 Oosterpoort Groningen; 1/3 MC Vredenburg Utrecht; 3/3 De Doelen Rotterdam.