Luistergewoonten

'Er zit in mij een soort eigenwijze vasthoudendheid om net zo lang door te pielen tot ik een stuk muziek begrijp. Dat had ik bijvoorbeeld met die pianostukjes van Schönberg, Fünf Klavierstücke' die ik zelf heb proberen te spelen. Ik snapte totaal niet waar die man mee bezig was, ik begreep het gewoon niet. Door er dingen omheen te horen, Alban Berg, Webern en zo, heb ik gaandeweg ontdekt waar die muziek vandaan kwam. Dat die pianomuziek een soort omgekeerde Brahms was.'

De auteur J. Bernlef schreef naast zijn 'gewone' werk essays over (jazz)muziek. Het merendeel daarvan werd gebundeld in Schiet niet op de Pianist. Over jazz (1993) en Haalt de jazz de eenentwintigste eeuw? (1999). In zijn nieuwe bundel Hoe van de trap te vallen gaat het op een vaak hilarische manier over luistergewoonten. Met aan het eind 'Storing 2', waarin hij speelt met de spanning die een stotteraar oproept. Op een cd die aan de bundel is toegevoegd leest Bernlef deze poëtische en soms 'hersenschimmige' tekst in samenspraak met de piano van Guus Janssen.

'Als je in een gezelschap naar een stotteraar luistert, merk je dat iedereen hevig met hem meeleeft en zich tot het uiterste beheerst. Het volgende woord van de stotteraar ligt op ieders lippen maar het is onbeleefd om het uit te spreken/voor te zeggen. En dan komt de stotteraar tot ieders verrassing op de proppen met een heel ander woord.

'Ik vond dat een mooie metafoor voor de muziek die Guus Janssen maakt en die waar ik zelf van hou. Guus gaat in zijn composities en improvisaties, altijd uit van bestaande muzikale gegevens. Hij kijkt ernaar met een Apollinische blik, rolt een tapijtje voor de luisteraar uit, en net als die zich daarop neer wil vlijen, zorgt hij voor iets dat de rust verstoort. Dat op het verkeerde been gezet worden vind ik leuk, het maakt het luisteren tot een avontuur. Ik luister ook met plezier naar een symfonie van Haydn, maar die vervult verwachtingen die ik al had.

'Als je op het publiek let in het Concertgebouw tijdens het ijzeren repertoire zie je dat bijna alle mensen na zo'n vijf minuten beginnen te knikken. Oh ja, jajajajajaja. Dat houden ze een hele avond vol. Dick Hillenius heeft eens een onderscheid gemaakt tussen herkenningsplezier en ontdekkingsplezier. Hij zei dat het een niet zonder het andere kan maar dat mensen naarmate ze langer bezig zijn met muziek meer ten prooi vallen aan herkenningsplezier. En zich als gevolg daarvan afsluiten voor nieuwe klanken en ontwikkelingen. Dat merk je ook bij de liefhebbers van jazzmuziek

'Ik ben nooit een groot aanhanger geweest van de 'free jazz' omdat ik vond dat de traditie daarin vaak te radicaal overboord was gegooid. Vrijheid zonder vorm levert zelden iets op dat echt beklijft. Of het nu jazz is of klassiek; wat mij het meeste interesseert is muziek waarin op basis van de traditie iets nieuws wordt geprobeerd.

'Alleen de dingen die echt geniaal zijn, blijven nieuw terwijl je ze kent. Er komt geen stof op en ze onttrekken zich alle categorieën. Ik heb eens met Louis Andriessen en Misha Mengelberg naar een symfonie van Mozart geluisterd en toen bleek dat we alle drie werden geraakt door een bepaalde maat. Je kent het en toch verrast het je. Dat is merkwaardig en heel geheimzinnig.'

Bernlef: Hoe van de trap te vallen (Querido), bundel met live-cd. Op 16/3 leest Bernlef in het BIMhuis stukken voor, afgewisseld met muziek door Guus Janssen en Michiel Braam.