Laat de Russen ophouden met hun sovjetmethoden

De Russische president Vladimir Poetin, die er door de hoge energieprijzen politiek gezien warmpjes bijzit, meent dat het Westen Rusland harder nodig heeft dan andersom. Maar wil Rusland een voorspelbare energieleverancier worden, dan moet er een einde komen aan de heersende corruptie, meent Dominique Moisi.

Toen Vladimir Poetin in 2000 als pas gekozen president van Rusland zijn eerste bezoek aan Parijs bracht, had hij een simpele, geruststellende boodschap: 'Ik breng u wat u het hardst nodig hebt: een stabiele, gegarandeerde bron van energie. Mijn aardolie en mijn aardgas zijn niet goedkoper dan wat het Midden-Oosten levert, maar wel veel betrouwbaarder.'

Poetins bedekte boodschap was dat, voor een wereld die nerveus was over de stabiliteit in het Midden-Oosten, 'christelijke energie' - al was het dan uit 'orthodoxe bron' - geruststellender zou zijn dan 'islamitische energie'.

Volgens Poetin gold het Midden-Oosten als chaotisch en onvoorspelbaar - anders dan zijn nieuwe, moderne Rusland.

Nu zitten wij met het probleem dat voor de Oekraïeners, de Georgiërs en niet te vergeten de Italianen, de 'christelijke' olie en gas uit Rusland lang niet zo zeker en betrouwbaar lijken als Poetin heeft beloofd.

Het voornaamste criterium waarnaar de bondgenoten en partners van Rusland dat land moeten beoordelen is voorspelbaarheid, en in dat opzicht schiet Rusland steeds meer tekort. Wanneer Poetin de leiders van Hamas verwelkomt zonder overleg met de andere leden van het 'Kwartet' dat belast is met het toezicht op de vredesbesprekingen tussen Israël en Palestina (de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Verenigde Staten), probeert Rusland dan hoever het kan gaan, of vervult het alleen maar een 'voorhoederol' voor de andere leden van het Kwartet?

Met de dag wordt duidelijker dat de leidraad van het westerse beleid ten aanzien van Rusland sedert de val van het communisme - 'samenwerking met Rusland als het kan, containment (indamming) als het moet' - ingrijpend moet worden herzien. Het Westen is er amper in geslaagd Rusland tot een bondgenoot van Europa of van het Westen te maken. Komt dat door een gebrek aan openheid of verbeelding aan onze kant, of door een gebrek aan interesse of goede wil bij de Russen?

De erfgenamen van het sovjetrijk hadden er nooit op gerekend dat zij in de toekomst de arme, berouwvolle, bewonderende compagnon van het Westen zouden worden. De Russen van tegenwoordig verlangen bepaald niet terug naar de jaren van Jeltsin, die zij associëren met verwarring, vernedering, schaamte en zwakte. Voor de meeste Russen wogen de opkomst van een onafhankelijk maatschappelijk middenveld en het eerste, aarzelende vleugje democratie niet op tegen de diepgevoelde nationale frustratie over de teloorgang van hun wereldrijk en de verbrijzeling van hun machtspositie.

En trouwens, hoe moeten we ons een beleid van containment ten aanzien van Rusland heden ten dage voorstellen? De Russische leiders, die er door de hoge energieprijzen politiek gezien warmpjes bijzitten, menen terecht dat de tijd in hun voordeel werkt, en dat 'wij' in het Westen Rusland harder nodig hebben dan Rusland ons.

Het is natuurlijk wel zo dat Ruslands rol als jongste 'oliestaat' van de wereld een heel andere is dan die van het Rusland waar de levensverwachting van mannen niet veel beter is dan in de armste Afrikaanse landen. Maar door de ontwikkelingen in de wereld komt Rusland in de verleiding om zijn sombere demografische vooruitzichten te vergeten en zich in plaats daarvan te richten op zijn olierijke toekomst. Door de toenemende spanningen in het Midden-Oosten -- met name de nucleaire plannen van Iran -- zullen de VS waarschijnlijk zelfs geneigd zijn de onberekenbaarheid van Rusland op diplomatiek gebied nog meer door de vingers te zien dan tot nog toe. De snelle economische groei in China en India betekent dat beide landen prioriteit zullen geven aan een stabiele energietoevoer - en dus aan ongestoorde betrekkingen met Rusland. Ook de EU kan zich geen ernstige crisis met het Kremlin veroorloven.

Misschien vinden de diplomaten rond Poetin het door hun scholing heel gewoon om de oude methoden uit het sovjettijdperk toe te passen, en is volgens hen het moment gekomen om af te rekenen met de vernederingen van gisteren. Opkomen voor de nationale belangen van Rusland vereist in hun ogen harde onderhandelingstactieken, zelfs als die welhaast komisch aandoen, zoals laatst met de veronderstelde Britse spionnen die geheimen verstopten in een steen in een park in Moskou.

Uiteraard kan Rusland niet serieus overwegen om China, laat staan Frankrijk, als tegenwicht tegen de VS te nemen. Zelfs toen Schröder in Duitsland nog aan de macht was, was een as Parijs-Berlijn-Moskou al nooit een serieuze optie. Dat geldt temeer nu Angela Merkel - die zich geen illusies maakt over Rusland - bondskanselier is.

Het westerse beleid ten aanzien van Rusland moet heel precies worden afgebakend. Slechts in uiterste nood mag gebruik worden gemaakt van zware diplomatieke druk, zoals dreigen met uitsluiting van Rusland uit de G8. Maar als het Westen zich bij voorbaat neerlegt bij alles wat Poetins regime uithaalt, zou het Rusland alleen maar sterken in zijn overtuiging dat het alle troeven in handen houdt.

Het begrip dat wij vóór alles in het oog moeten houden bij het bepalen van ons beleid ten aanzien van Rusland, is 'voorspelbaarheid'. Het enige zekere, voorspelbare Rusland is niet het Rusland dat 'christelijke energie' aanbiedt, maar dat 'rechtsstaatenergie' levert. De 'democratische energie' van een land als Noorwegen is misschien te hoog gegrepen, maar wil Rusland een voorspelbare energieleverancier worden, dan moet er een einde komen aan de heersende corruptie.

Voorspelbaarheid is een kwestie van verantwoordelijk gedrag. Al zitten wij in het Westen nog zo verlegen om de Russische energie, als Rusland in de toekomst niet wil wegzinken in oosters despotisme, moet het zich jegens het Westen te goeder trouw betonen. Als Poetin werkelijk het aanzien van Rusland in de wereld wil opvijzelen, mag hij niet toelaten dat het gevoel van vernedering van de Russen uit de jaren na de val van de Sovjet-Unie een obstakel vormt.

© Copyright Project Syndicate

Dominique Moisi is oprichter en adviseur van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen (IFRI). Hij is tevens hoogleraar aan het Europees College in Natolin (Warschau).