Kutplek

Waarom werden onze sporters in Turijn ook toegejuicht door Nederlandse bewindspersonen en door leden van ons koninklijk huis? Omdat hun betekenis verder reikt dan sport. Als zij goed presteren, versterken zij ons nationaal gevoel. Zij vestigen de internationale aandacht op Nederland en zij zijn rolmodellen voor de jeugd. Allemaal redenen voor de overheid om miljoenen euro's in topsport te investeren.

Nu is er natuurlijk niks mis met een topsporter als rolmodel. Vooral schaatsers voldoen wat dit betreft uitstekend. Voetballers hebben een andere uitstraling - daar zitten veel verwende praatjesmakers tussen. Hockeyers en zeilers zijn te elitair, darters zijn omgeven door de geur van rook en bier, maar schaatsers - dat is Hollands glorie. Dat zijn frisse jongens en meiden, met een heldere oogopslag en rode konen. De rest fantaseren we er zelf bij: rechtdoorzee, eerlijk, harde werkers - iedereen zou z'n zoon of dochter aan een schaatser toevertrouwen.

Mag ik één kleine kanttekening maken? Hun taalgebruik.

Misschien komt het doordat topschaatsers, anders dan bijvoorbeeld profvoetballers, niet standaard naar een mediatraining worden gestuurd. Een schaatser zegt wat hij denkt, dat past bij het Unox-imago. Als hij baalt dan zegt hij dat hij baalt, hij komt niet met een of andere vlakke opmerking.

Het kan dus zijn dat we bij schaatsers de onversneden versie horen van de taal die heden ten dage door twintigers in Nederland wordt gesproken. Het is echter de vraag of dit helemaal past bij het rolmodel van de schaatsers.

Ik waag dat te betwijfelen. Als voorbeeld neem ik het RTL4-Nieuws van vorige week dinsdagavond. De 1.500 meter was kort daarvoor gewonnen door Enrico Fabris, en we zagen een reportage van Marcel Maijer, die ons kwam vertellen dat Italië compleet 'schaatsgek' aan het worden was. Daarna sprak hij met de Nederlandse schaatsers die buiten de boot waren gevallen. Het was geen live-gesprek. De sporters stonden niet na te hijgen op het ijs, ze waren alweer op adem. Maar de emoties waren nog niet gezakt, want Jan Bos zei: 'Het was gewoon superzwaar, een waardeloze rit. Ik ben als een schijterd weggegaan, het was echt een klote-race.'

Simon Kuipers zei het nog rechter voor z'n raap, maar hij was dan ook vierde geworden - nét buitenboord. Hij zei: 'Ik ben niet tevreden, ik had natuurlijk op het podium willen eindigen, maar als je ziet waar ik vandaan kom, hoeveel ik in de shit heb gezeten met die blessure, en je wordt hier vierde, dat is een grote kutplek eigenlijk, om het zo maar te noemen, maar als je dan vierde op de Spelen wordt, dan doe je het toch maar goed.'

Schijterd, klote, shit, gr. k. - en dat in drie schaatszinnen. Ik vond het opmerkelijk dat RTL4 het uitzond met als enige commentaar dat Bos, niet Kuipers, 'een paar flinke krachttermen' had gebruikt. En ik vond het opmerkelijk dat Marcel Maijer deze opnamen had ingestuurd, want tien jaar geleden zou een tv-verslaggever nog hebben gezegd: 'Oké jongens, dat doen we nog een keer.'

Maar misschien zond men het juist wel opzettelijk uit, om het RTL4-Nieuws aantrekkelijker te maken voor jongeren. Iets vergelijkbaars lijkt er aan de hand bij de Talpa-quiz 'De Slimste', die wordt gepresenteerd door Linda de Mol. Vroeger was Linda het toonbeeld van gemiddeld, ook in haar taalgebruik, maar vorige week gebruikte zij binnen tien minuten een paar maal lullig en lulliger. Hier sprak een ander rolmodel, dat van de zelfbewuste veertiger die geen zin meer heeft om zich aan te passen.