Kind in grote stad slecht af

Voor hun sociale ontwikkeling zijn kinderen het slechtst af in Rotterdam, Harlingen, Den Haag en Amsterdam. De meeste kansen krijgen ze in kindvriendelijke gemeenten als Rozendaal, Naarden en de gemeente Midden-Delfland.

Dit blijkt uit het onderzoek 'Kinderen in Tel' van het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van Stichting Kinderpostzegels, Jantje Beton, Unicef en Defence for Children.

Voor het eerst is, op basis van cijfers uit 2004, de sociale situatie van kinderen in kaart gebracht in alle 467 gemeenten. Gekeken is naar tien factoren die het opgroeien van kinderen in de leeftijd van nul tot achttien jaar bepalen, zoals speelruimte, schoolverzuim, kindermishandeling, armoede, jeugdcriminaliteit, werkloosheid en vrijetijdsbesteding.

Tussen gemeenten bestaan grote verschillen, constateert onderzoekster en andragologe Majone Steketee. Het Gelderse Rozendaal kent geen achterstandswijken, in Rotterdam groeien zes van de tien kinderen in zo'n wijk op. In Haarlemmerliede delen acht kinderen een hectare speelruimte, terwijl in het Zuid-Hollandse Voorhout meer dan 300 kinderen op één hectare spelen. En als het gaat om schoolverzuim, scoren Texel, Bussum en Emmen het hoogst.

Dat Rotterdam, Amsterdam en Den Haag behoren tot de kind-onvriendelijkste gemeenten, verbaast de onderzoekers niet. Daar wonen meer achterstandsgezinnen, waardoor kinderen in moeilijker omstandigheden opgroeien. Maar ook gemeenten in Noord-Nederland, zoals Harlingen, Emmen, Pekela en Reiderland scoren slecht. Armoede is daar debet aan.

Het gemeentelijk jeugdbeleid is versnipperd en gaat voorbij aan het perspectief van kinderen, zegt onderzoekster Steketee. 'Neem Haarlem en Alkmaar: vergelijkbare gemeenten. Waarom is Alkmaar kindvriendelijker?' Het onderzoek gaat voorbij aan de segregatie in steden als Amsterdam en Den Haag. Onderscheid op wijkniveau is niet gemaakt.

www.kinderenintel.nl