Jarige Kurtág (80) geëerd in prachtige combinatie met Berg

2006 is het jaar van Mozart, Rembrandt en Sjostakovitsj, maar óók een beetje van György Kurtág (1926), de Hongaarse componist die vorige week tachtig werd. Daaraan wordt overal ter wereld aandacht besteed, ook in Nederland, waar Kurtág ooit nog een tijdje woonde. Het Holland Festival zal in juni veel Kurtág brengen, waarvan tijdens de Boekenweek, op 21 maart, al een voorproefje wordt gegeven ('Kurtág en Kafka'). Het Schönberg Ensemble bracht zaterdag al een eerbetoon met een bijzonder gedenkwaardig concert.

De liederencyclus Berichten van wijlen juffrouw R.V. Troessova (1976-80), waarmee laatbloeier Kurtág in 1982 (hij was al 56) internationaal doorbrak, werd voorafgegaan door Alban Bergs Kammerkonzert (1923-25). Solisten Pauline Post en Marijke van Kooten schitterden hierin met uiterst verzorgd, geladen spel. Vaak wordt, ook nu weer in de toelichting, Adorno's typering van Berg als 'Meister des kleinsten Übergangs' aangehaald. Adorno had zeker een punt, en er klonken zaterdag ontelbare subtiele overgangen. Maar bij Reinbert de Leeuw vielen toch ook de gróte overgangen op, met dramatische sfeerveranderingen, of opmaten die werden ingeleid door een haast wat 'Wienerisch' aarzelend ritenuto.

Waarom Kurtág nu juist met Berg werd gecombineerd, verklaarde de toelichter niet. De andere leden van de Tweede Weense school liggen net zo voor de hand: Kurtágs aforistische, gecondenseerde schrijfwijze doet sterk denken aan Anton Webern. (In Berichten van wijlen juffrouw Troessova worden de aforismen steeds korter - een beproefd recept om de aandacht scherp te houden). De opeenvolging van broeierige sfeertjes, de solo vrouwenstem en de emotioneel verdiepende begeleiding doen ook denken aan Schönbergs Pierrot Lunaire, zeker met een sopraan als Zagorinskaya, die in haar fenomenale zang af en toe een flinke dosis waanzin liet doorklinken.

Met Berg, en daarom was de combinatie zo geslaagd, deelt Kurtág een in wezen lyrische warmbloedigheid. Dit is geen muziek die (alleen maar) fascineert door knappe geconstrueerdheid, maar muziek die ook uitnodigt tot een grote individuele betrokkenheid, zoals dichter Bernlef in zijn korte optreden in de foyer na afloop nog eens onderstreepte. De innemende, vaak tere, maar soms ook hevig geagiteerde klankrijkdom heeft geen enkele tussenkomst nodig - Kurtág zegt in twee zuchten meer dan anderen in een symfonie. Naast Berg stond hij dan ook als de meester van het kleinste gebaar.

Concert: Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw, met Marijke van Kooten, viool, Pauline Post, piano, en Natalia Zagorinskaya, sopraan. Berg: Kammerkonzert, Kurtág: Berichten van wijlen juffrouw R.V. Troessova. Gehoord: 25/2 Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam.