Hongaarse politiek vertroetelt Roma - even

Roma (zigeuners) zijn in Hongarije slecht vertegenwoordigd in de politiek. Maar bij verkiezingen doen ze plotseling volop mee. De 300.000 stemgerechtigde Roma vormen een electoraal kapitaal.

Op het schermpje van zijn mobiele telefoon verschijnt een foto van zijn zoon. 'Is het een cigány of een paraszt? Jíj mag het zeggen.'

István Rácz, eigenaar van een groothandel in bouwmaterialen in de Hongaarse provincie, wacht een spannende minuut, alsof hij de politieke correctheid van zijn bezoeker wil testen. Waarna hij, ongeduldig geworden, het antwoord zelf geeft. 'Hij is het product van een gemengd huwelijk. Ik ben een cigány, een zigeuner, en mijn vrouw is een paraszt, een Hongaarse boerin.'

Zijn harde lach schalt door het koffiehuis in Boedapest.

Rácz (38) is naast zakenman ook politicus. Hij heeft zich aangesloten bij de nieuwe partij van kleine ondernemers. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen in april heeft zijn Ondernemerspartij zich gelieerd aan de grote rechts-conservatieve oppositiepartij Fidesz. Samen binden we de strijd aan tegen de regerende socialisten, zegt Rácz. 'Vier jaar lang hebben de multinationals in Hongarije gedomineerd. Nu is het de beurt aan kleinere Hongaarse bedrijven. Hun winsten blijven tenminste in eigen land, en met dat geld kunnen we problemen als sociale ongelijkheid en werkloosheid vanzelf oplossen.'

Het is, eenvoudig samengevat, de verkiezingsboodschap van Fidesz-leider Viktor Orbán, die de hulp heeft ingeroepen van succesvolle Roma (zigeuners) als Rácz. Critici schamperen over de 'flirt' met Roma die in de Hongaarse politiek slecht zijn vertegenwoordigd. In onderwijs, zakenleven en cultuur is hun positie eveneens flink achtergesteld - naar schatting zeventig tot tachtig procent van de Roma is werkloos. Waarom staan ze in verkiezingstijd plots wél in het middelpunt van de belangstelling? Het antwoord klinkt ook binnen de Roma-gemeenschap zelf: als díszroma, Hongaars voor 'troetelroma', kunnen ze numeriek de doorslag geven.

Op een totale bevolking van ruim 10 miljoen zielen leven in Hongarije naar schatting 700.000 Roma. 'Van hen zijn er zeker 300.000 stemgerechtigd, en dat is een electoraal kapitaal waarvoor je als politicus graag je best doet,' zegt Rita Izsák van het European Roma Rights Center (ERRC) in Boedapest.

Het is volgens haar een terugkerend fenomeen: politieke partijen proberen aan de vooravond van verkiezingen Roma aan boord te halen, in de hoop dat die veel stemmen binnen hun gemeenschap trekken. Volgens Izsák doen zowel de socialistische en liberale regeringspartijen (respectievelijk MSzP en SzDSz, red.) als de conservatieve oppositie eraan mee. 'Maar tot mijn verbazing toont het rechtse kamp van Fidesz zich het meest doortastend. Fidesz schoof in 2004 een Roma-vrouw, Lívia Járóka, naar voren om zitting te nemen in het Europees parlement. Járóka staat onder Roma hoog aangeschreven. In die zin is Fidesz in mijn achting gestegen.' Behalve Járóka zetelt in het Europees Parlement ook de Hongaarse Roma Viktoria Mohácsi, namens de Hongaarse liberalen (SzDSz).

Twee Hongaarse vrouwen die als enige EP-leden de ruim tien miljoen Europese Roma vertegenwoordigen - Rita Izsák is er trots op. Maar over de daadkracht van Roma-politici in Hongarije zelf heeft ze twijfels. 'Bij de vorige verkiezingen in 2002 werd Florian Farkas als boegbeeld van de Roma het parlement binnengeloodst. Vier jaar lang hebben we vervolgens weinig van hem gehoord. Ook nu ben ik niet overtuigd van alle goede bedoelingen. Er zijn veel mooie woorden, maar ik zie nog weinig politieke daden.'

Op feestboot A38 op de Donau speelt 's avonds Kis Tehén (Kalfje). De Hongaarse band is populair om de opzwepende mengeling van verschillende Hongaarse muziekstijlen. Tegen het eind van de avond klimt een Roma-familie het podium op. Ze spelen de laatste nummers met de band mee. Twee Roma-meisjes van amper tien stelen achter de microfoon de show.

'Dat we op onze laatste cd samenwerken met Roma-muzikanten vinden niet al onze fans even leuk,' zegt zanger en oprichter van de band László Kollár na het optreden. Hij ontvangt e-mails met de boodschap: 'We houden nog steeds van jullie muziek, maar dit is gewoon te veel cigány.'

Kollár: 'Over dergelijke onnozelheid kan ik me blijven verbazen. Al eeuwen wonen we hier samen, onze muziek is een mengeling van cigány-ritmes, Zwabische melodieën en Balkanmuziek. Allemaal dansen we er op. Maar zodra de muziek stil valt maken de Hongaren weer het onderscheid.'

Groothandelaar Rácz had als tienjarig jongetje zijn eerste bruiloften- en partijenband. Hij is het nog niet verleerd. In het koffiehuis in Boedapest zingt hij luidkeels het eerste couplet van een van de hits van Kis Tehén. 'Die band vormt hét bewijs dat wij, zigeuners, én de boeren in staat zijn om samen mooie dingen te maken.' Voor de muziek heeft hij geen tijd meer; zijn huidige 'politieke missie' als Roma acht hij van groter belang. 'Als ik in het parlement kom wil ik mijn mensen helpen een degelijk bestaan op te bouwen. Velen zijn ongeschoold. Maar er zijn genoeg banen te krijgen waar scholing er niet toe doet.'

Hoe gaat zijn missie zich vertalen in zijn eigen dorp, waar hij loco-burgemeester is? Rácz: 'Daar leven gelukkig maar weinig zigeuners.'