Geluk was heel gewoon

Had u het ook, dat toen u klein was u dacht dat u gelukkig zou worden? Gek hè, dat het anders liep? Toen ik een jaar ofzeven, acht was, dacht ik dat alle gelukbestond uit het bezit van een speelgoedhelikopter. Ik had hem in een winkel gezien, terwijl ik samen met mijn vader een cadeau uitzocht voor mijn moeder, voor haar verjaardag, of voor moederdag, ik weet het niet meer.

Die helikopter was zo prachtig legergroen met een Amerikaanse vlag aan de zijkant en met lichtjes en zo'n machtig geluid, dat toen ik later de openingsscène van Apocalypse Now zag van Francis Ford Copolla en dat woef-woef-woef geluidterughoorde, ik er helemaal alles van begreep. De helikopter als symbool van de westerse cultuur en het westerse vernuft, het wonderbaarlijke vermogen zo'n gevaarte verticaal te laten opstijgen en te laten hangen in de lucht, als een balletdanser de zwaartekracht te overwinnen. Afijn.

Geluk moet je afdwingen, dus zeurde ik net zo lang tot ik de helikopter kreeg. We kwamen thuis met twee cadeaus, een grote, dure voor mij en een kleine voor mijn moeder. Behalve mooi was de helikopter ook slim. Vliegen kon hij natuurlijk niet, maar als hij al rondrijdend tegen een muur opbotste, reed hij even achteruit, maakte een bocht en vervolgde zijn weg. Ik keek er peinzend naar. Wie deed dat? Hoe wist die helikopter dat hij achteruit moest en moest omkeren?

Wacht, ik had een ultieme test voor mijn onzichtbare piloot, mij hielden ze niet voor de gek. Ik bracht de helikopter boven aan de trap, en drukte op start. Zie maar of je ook weet dat de vloer daar ophoudt en de trap begint. Arme piloot, dook als de eerste de beste zelfmoordterrorist de trap af, om in twintig stukken onderaan de trap te blijven liggen.

Het geluk van het bezit van zo'n helikopter voor een jongetje uit Paramaribo had ongeveer twintig minuten geduurd. En vier jaar later gingen mijn ouders scheiden, als hadden ze beiden in die helikopter gezeten, die ik eigenhandig bovenaan de trap had geplaatst.

En toch, terwijl je met onverklaarbare schuldgevoelens zit en zwaar aan het puberen bent, denk je dat geluk nog haalbaar is. Er is een heel volk dat denkt dat geluk, nee, niet alleen haalbaar is, maar er een recht op heeft. Dat volk is het Amerikaanse, Amerikanen zijn permanent aan het puberen en ze hebben dus het recht op 'The Pursuit of Happiness' opgenomen in hun grondwet.

Daar is nu een hilarisch artikel over verschenen in het jongste nummer van The New Yorker, door John Lanchester. Schitterende essayist, al is dit eigenlijk niet meer dan de bespreking van een paar boeken. Waarom, vraagt Lanchester, is het gelukkig zijn zo'n belangrijke kwestie in de westerse cultuur? Als je een beetje teruggaat in de tijd, kom je te weten dat het niet hebben van pech, wat wil zeggen, het niet per ongeluk dood neervallen, al een flinke kwestie is van geluk. De filosofische grondregel van de mensheid is immers: 'Shit Happens'. Als je niet over shit struikelt, man, dan ben je gelukkig.

Wat maakte de moderne mens dan zo gek om het nastreven van geluk op te nemen in een soort beginselprogramma, zoals de Amerikanen deden? Wacht, dat nastreven, dat Engelse woordje 'pursuit', betekent net zo goed achternazitten, vervolgen, achtervolgen. En dat is toch wat de meeste mensen doen, ze hollen achter het geluk aan, als in een tredmolen, wat een buitengewoon komisch, maar zeerrealistisch beeld oplevert van onze tijd.

Misschien hangt geluk samen met welgesteldheid. Maar uit onderzoek blijkt dat als je boven een jaarinkomen van , zeg maar, 15.000 dollar komt, geld niets meer te maken heeft met geluk. Waar het om gaat, leren de boeken die Lanchester gelezen heeft, is het krijgen van enige controle over je eigen leven. Mensen die weinig controle hebben over hun leven, zijn erg geneigd te denken in termen van noodlot en het uitblijven van pech, waartoe ze vurig bidden tot hun God.

In feite zijn zij tamelijk rationeel. Lotsbepaaldheid en godsdienst komen misschien primitief over, maar degenen die deze gedachten in hun bestaan opnemen, zijn rationeler dan al die Amerikanen die denken dat ze het recht hebben om het geluk achterna te zitten.

Zelf moet ik zeggen dat ik, sinds de val van zowel mijn helikopter als het huwelijk van mijn ouders, maar heel langzaam ben afgestapt van het idee dat ik er recht op had. Ik dacht dat het mij bij wijze van statistische neutraliteit wel zou toekomen: geluk. Degene die het verdeelde, die zou het zonder aanzien des persoons doen, en dan maakte ik een redelijke kans, zonder aanzien des persoons ben ik op mijn best. Om een lang verhaal kort te maken: het is niet zo gegaan. Ik heb mijn recht op geluk nooit helemaal kunnen veiligstellen. Dat is overigens geen bijzondere mededeling, dat geldt gewoon voor het merendeel van de mensen die deze krant lezen, en degenen die vinden dat ze wel gelukkig zijn geworden, die idioten zijn door God persoonlijk gezegend.

Wat niet wil zeggen dat ik verviel in het geloof of in het lot of in predestinatie of weet ik wat. Ik heb het gevoel dat ik deed wat ik doen moest, u weet wel, studeren, trouwen, werken, kinderen krijgen, ze grootbrengen, ze niet vertellen over de zorgen die je je nog steeds maakt om de piloot van je helikopter

ramdas@nrc.nl