Dienstbaar verslaggever in de wijde wereld

'We gaan!' Opgewonden, maar nooit zonder ironische ondertoon, sprak Willebrord Nieuwenhuis bij terugkeer op de redactie deze woorden uit. Niet één keer, maar telkens weer als het kabinet of de Tweede Kamer had besloten tot uitzending van Nederlandse militairen naar een vredesmissie, ergens op de wereld. Het werd, onder zijn journalistieke collega's, een gevleugelde uitdrukking.

In New York, jaren '70 Foto KRO Willebrord Nieuwenhuis FOTO: KRO KRO

Gaan. Dat was wat de rusteloze Nieuwenhuis zelf ook het liefst deed. Weg uit de studio in Hilversum. Weg van de stoffige redactieburelen in Rotterdam of Den Haag. Weggaan voor het werk. Of voor het persoonlijke genot en dan het liefst naar Italië.

Willebrord Nieuwenhuis stond vorige week op het punt om naar Rome te vliegen, toen er, zoals hij het zelf als gelovige rooms-katholiek zou hebben gezien, een ingreep van boven kwam. Hij overleed, 68 jaar oud, op Schiphol, de toegangspoort tot de wijde wereld die hij altijd wilde blijven bezoeken.

In 1963 ging Nieuwenhuis naar New York. Hij vestigde er zich als correspondent voor de KRO. Brandpunt, de actualiteitenrubriek van deze omroep, was befaamd in die jaren. Nieuwenhuis droeg daaraan bij, in het bijzonder met reportages over Vietnam waarop hij later nog met wroeging zou terugkijken. Hij bracht de oorlog die daar woedde de Nederlandse huiskamers binnen. Legendarisch is een reportage die hij met onder anderen Fons van Westerloo maakte over de laatste dagen van de Amerikanen in Saigon. Hoe zij, op de vlucht voor de vijand, helikopters en vliegtuigen met brommende motoren in snelden, tot slot gevolgd door een hijgende Nederlandse televisieploeg, met draaiende camera.

Achtmaal bezocht Nieuwenhuis in de periode 1965-1975 Vietnam, ook toen hij inmiddels al correspondent in Rome was. Zelf constateerde hij later dat hij was tekortgeschoten in zijn pogingen om de oorlog in televisie- en radioreportages te vatten. Te afhankelijk als hij als journalist was geweest van de Amerikaanse autoriteiten. In de jaren negentig keerde hij er terug. Het leidde tot gevoelvolle reportages in NRC Handelsblad en tot zijn eerste boek: Vietnam, de nooit verdwenen oorlog.

Op voorspraak van de toenmalige hoofdredacteur, André Spoor, werd Nieuwenhuis eind 1980 chef van de redactie Buitenland van NRC Handelsblad. Het werden geen gemakkelijke jaren. Nieuwenhuis ontdekte dat het maken van een krant een ander vak was dan hij tot dan had beoefend - en dat een redactionele discussie over de prioriteiten op de pagina's hardnekkig en langdurig kon zijn.

In zijn persoonlijke leven trof hem ernstige tegenslag. In 1981 overleed zijn echtgenote aan een slepende ziekte. Nieuwenhuis werd op betrekkelijk jonge leeftijd weduwnaar - iets van dat zware kruis bleef daarna altijd bij hem aanwezig.

Hij toonde zich een gevoelsmens, die met grote warmte over zijn twee kinderen sprak en meer dan gemiddelde belangstelling aan de dag legde voor het persoonlijke leven van zijn gesprekspartners. Hij zocht vriendschap - maar vergat zijn vetes niet. Even zo goed kon hij, operaliefhebber, in gezang uitbarsten: op (meestal vele malen herhaald) verzoek De kaasman van Alkmaar.

Je kon moeilijk om Willebrord Nieuwenhuis heen. Met zijn fysieke verschijning maakte hij geen enkel geheim van zijn voorliefde voor copieuze lunches en diners. Een goed stuk kon niet zonder een goede maaltijd, vooraf of achteraf (of beide). Omdat hij de kunst van de conversatie op gedempte toon niet echt verstond, was een etentje met Nieuwenhuis ook voor zijn disgenoten altijd een vrolijk en ongewis avontuur.

In 1986 maakte hij de overstap naar de Haagse redactie van de krant - als diplomatiek redacteur, een functieomschrijving die nu niet meer van deze tijd wordt geacht. Onder welke noemer ook, Nieuwenhuis bleef gewoon verslag doen van buitenlandse zaken, ontwikkelingssamenwerking en defensieaangelegenheden. Omdat hij, zoals hij graag onderstreepte (maar weer niet zonder die ondertoon), 'dienstbaar' wilde zijn.

Zijn beste stukken ging hij op latere leeftijd schrijven, toen hij zijn pen had gepolijst. Het leidde, nadat hij in 2000 met de vut was gegaan - een periode die hij ook benutte voor een verdere zoektocht naar spiritualiteit - tot interessante boeken. Zoals Etrusken, de mythe achterna, dat in 2003 werd genomineerd voor de Eurekaprijs van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en De vuist van Piemonte, over de eenwording van Italië. Over zijn geliefde land dus, ook het onderwerp van zijn volgende boek, dat hij net had voltooid. Daarin beschrijft hij de Sacri Monti, de heilige bergen in het noorden met hun honderden kapellen.

Willebrord Nieuwenhuis zal de verschijning van Dichter bij de hemel in Italië niet meer beleven. Althans niet op aarde.