'Boe, boe' bij pianist Maurizio Pollini

Al bijna een halve eeuw wordt het meedogenloze pianospel van de Italiaanse meesterpianist Maurizio Pollini (1942) in superlatieven beschreven. Geroemd worden zijn overdonderende virtuositeit, zijn ongenaakbaarheid, zijn muzikale intelligentie en bezetenheid, zijn gave om zowel klassieke als moderne pianowerken te vertalen in glasheldere, monumentale structuren.

Maar wat als een pianist van welhaast goddelijke statuur zijn avond niet heeft? Dan kan het gebeuren dat zijn grootste bewonderaars zó teleurgesteld raken, dat er halverwege zijn recital ineens keihard 'boe, boe!' wordt geroepen.

Dat overkwam de grote Pollini gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw tussen het Allegro con brio en het Adagio van Beethovens Sonate nr. 3, en helemaal onbegrijpelijk was dat niet. Want de maestro, die er op dat moment al een onrustige interpretatie van Beethovens Sonate nr. 1 op had zitten, kwam muzikaal en instrumentaal almaar niet op dreef. Pollini musiceerde gejaagd en onevenwichtig, maakte slordigheidsfouten en speelde alsof de duivel hem op de hielen zat.

Het schrikeffect dat de boe-roeper sorteerde, schudde de nerveuze Pollini een beetje wakker. Want ineens was daar tijdens het aangrijpende Adagio, met zijn immense contrastwerking tussen duistere dramatiek en teder omfloerste lyriek, weer de legendarische Pollini, de kunstenaar die met zijn spirituele gedrevenheid het uiterste uit een partituur naar boven haalt.

Dat het tempo meer deed denken aan een Andante dan een Adagio, deed geen afbeuk aan Pollini's zeggingskracht, die plotseling een eerbiedige concentratie afdwong. Daarna klonken ook het Scherzo en het Allegro assai van deze sonate wat meer uitgebalanceerd.

Maar werkelijk overtuigend werd het niet, ook niet tijdens Beethovens Hammerklaviersonate, waarvan Pollini spectaculaire opnamen heeft gemaakt. Opnieuw leidden onrust en wellicht nervositeit hier tot muzikale oververhitting, en opnieuw ontsierden gejaagdheid en te veel missers de eerste twee delen. Pas tijdens het mystieke Adagio hervond Pollini opnieuw zijn balans, en begon de monumentale grootsheid waartoe hij in staat is door te schemeren. De contrapuntische razernij van de finale dreef de meesterpianist tot uiterste inspanning van zijn intellectuele en technische vermogens, uitmondend in een visioen van demonische allure.

Concert: Maurizio Pollini, piano. Sonates van Beethoven. Gehoord: 26/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 16/4 20 uur.