Als saneringsnomade weggejaagd

De Utrechtse wijk Hoograven wordt vernieuwd met luxe woningen en winkels. Maar leidt dat tot meer betrokkenheid van burgers? Eerste deel van een serie over de gemeenteraads- verkiezingen in Hoograven.

De 't Goylaan verdeelt de kleine Utrechtse wijk Hoograven in tweeën. Als je van de stad afkomt, staat links nog de kale achterwand van de flat met het pannendak. Het is zijn laatste dag. Lichtblauw gebloemd behang op de vierde verdieping, een geschilderde Marsipulami op de muur van een kinderkamer op de tweede. Twee jarenvijftigflats zijn hier in een week tijd tegen de vlakte gegaan. Hier verrijst het komend jaar het Hart van Hoograven: luxewoningen en een winkelcentrum. Kosten: 85 miljoen euro.

Aan de overkant staat een sombere flat met acht woonlagen. Die wordt ook gesloopt. De meeste woningen staan leeg. Hier werd gedeald, winkels werden overvallen. Nu is het leeg en stil.

'Boven de apotheek', wijst meneer Özbakan (34). Op de tweede verdieping woonde hij, met vrouw en dochter. Hij is een in Utrecht geboren Turk. Taxichauffeur. 'Een kachelwoning', zegt hij. Met één kachel. 'Ik heb zelf de kiertjes geïsoleerd.' Hij betaalde 270 euro huur per maand.

Meneer Özbakan moest weg. Want er komen 90 duurdere huurwoningen en 270 koopappartementen. 'Het was noodzakelijk om door te pakken', zegt de wethouder Wonen Marie-Louise van Kleef (PvdA). 'In Hoograven wonen veel mensen met een zwakke sociale positie. Er is geen samenhgang. Er moet een betere verdeling komen tussen koop- en huurwoningen.' Herstructurering heet dat, een van verkiezingsthema's. Na Hoograven wordt er dit jaar in de wijken Kanaleneiland en Overvecht-Noord gesloopt. Tot ongenoegen van GroenLinks. 'Er wordt beloofd dat de vertrekkers kunnen terugkeren, maar dat is niet zo', zegt raadslid Geertje Raadsveld. 'Er is te weinig sociale woningbouw in Utrecht. Waar moeten de mensen naartoe?' GroenLinks is anders dan de collegepartijen tegen sloop en voor renovatie .

De vertrekkers kregen volgens Van Kleef een urgentieverklaring, zodat 'ze gemakkelijk een ander huis konden vinden via de Woningkrant.' Meneer Özbakan heeft geen urgentieverklaring gehad, zegt hij. 'Spoed bestaat niet meer', zegt hij. 'Spoed is larie. Iedereen heeft spoed. Ik stond vijf jaar ingeschreven als woningzoekende. Zelfs daar heb ik geen voordeel van gehad.' Hij reageerde 1,5 jaar lang elke week op aanbiedingen in de Woningkrant en kreeg een flat op de tweede verdieping in Kanaleneiland. 'Ik heb er wel mee in mijn maag gezeten', zegt hij. Het was spannend was of ze een huis zouden vinden voordat de flat zou worden afgebroken. De Özbakans waren graag in Hoograven blijven wonen.

'We houden de huren van sociale woningbouwflats kunstmatig laag', zegt Yves Vermeulen van woningcorporatie Mitros, de eigenaar van de flats. 'Maar als je 180 euro per maand betaalt voor een woning, moet je toch een sprong maken naar 450 euro als je aan 't Goylaan wilt blijven wonen.'

Sociaal geograaf Reinout Kleinhans deed onderzoek in onder meer in Hoograven. 'Mensen die weinig verdienen zijn aangewezen op woningen in het goedkope segment op andere plaatsen in de stad. Hoe meer je gaat slopen, hoe meer concentratie je ziet in het resterende deel van de sociale woningbouw. Dat is geen spreiding, maar verschuiving. Zo schiet je geen meter op.' Van de 24 vertrekkers die hij interviewde is meer dan de helft in vergelijkbare wijken in Utrecht terecht gekomen. Ze voelen zich vaak afgewezen. Als vertrekkers dan weer in een slooppand terechtkomen, staan ze te boek als saneringsnomade.

In de Rotterdamse naoorlogse wijken De Horsten en Hoogvliet is volgens Kleinhans beter nagedacht over herhuisvesting. 'Daar zijn eerst nieuwe flats gebouwd voor de vertrekkers en pas daarna werd er gesloopt.' In Hoograven lieten zes van alle vertrekkers de projectontwikkelaar weten geïnteresseerd te zijn in een nieuw te bouwen koophuis van rond de 140.000 euro. Geen van hen is daar uiteindelijk gaan wonen. 'Ik woon weer in een buitenlanderwijk', zegt meneer Özbakan. Hij wijst vanuit zijn nieuwe flat in Kanaleneiland naar stapel vuilniszakken die op zaterdag al bij de lantaarnpaal ligt.

Eind jaren zeventig had 98 procent van de inwoners van Hoograven de Nederlandse nationaliteit. Nu is 44 procent van Nederlandse afkomst en 29,3 procent Marokkaan. Het in de jaren dertig gebouwde oude deel van Hoograven bestaat uit lange straten en koopwoningen met achtertuinen. Daar wonen de Nederlanders. In Nieuw-Hoograven staan de lage flats met 450 woningen en publieke tuinen die architect Gerrit Rietveld in 1956 bouwde. Hij ontwierp kleine keukens voor de moderne vrouw en droogkamers, omdat hij natte was in de slaapkamer een bedreiging vond voor de gezondheid. De flats worden sinds de jaren tachtig vooral bewoond door Marokkanen en een enkele Turk. De droogkamers zijn bij de keukens getrokken. Een kwart van de bewoners klaagt over geluidsoverlast van jongeren in de publieke tuinen en drugsgebruik, meer dan de helft voelt zich onveilig.

Witte ganzen waggelen langs de brede sloten van de Linschotensingel en de Rijnenburglaan. Voor de badkamerraampjes van de nieuwe oranje rijtjeshuizen staan shampooflessen. 'Het ziet er keurig uit', zegt wijkmanager Zuid Kees van Engelenhoven. 'En als je de maatschappelijke voorzieningen in deze wijk op een rijtje zet: trapveldjes, speeltuinen, ouderkindcentra, buurthuizen, sportverenigingen. Wow! Maar je moet niet de illusie hebben dat je als regisseur aan de touwtjes trekt. Achter de deuren heerst sociale armoede. Betrokkenheid van de bewoners bij de wijk is er niet.'

Dat blijkt ook uit recent onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de sociale cohesie in Nieuw-Hoograven. De nieuwbouw heeft werkenden en mensen met een hoger inkomen aangetrokken, maar dat heeft niet geleid tot meer sociale contacten in de buurt.

Hoe anders is het honderd meter verderop. Peter van Vlaardingen (40), toxicoloog bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, fietst aan het einde van de middag 'mijn eigen dorp in'. Hij woont met zijn vrouw Jeanine de Graaf (42) en hun twee dochters in een roodbakstenen huis uit 1933 aan de Verlengde Hoogravenseweg.

In het Hamersplantsoen aan de overkant zingen 's avonds de merels. De buren, drie, vier, vijf huizen verderop zijn 'alternatieve stellen', zegt Jeanine, cliniclown in deeltijd. In de buurt wonen modale gezinnen, waarvan de moeder parttime werkt. Ze hebben beroepen in de zorg en het onderwijs, zo meldt de wijkmonitor. 'Weinig skiërs', zegt Peter. 'Veel fietsers en kampeerders.' 'Ze hebben in Utrecht gestudeerd', zegt Jeanine. 'En ze zijn blijven hangen in een te klein huis in de binnenstad, totdat de kinderen kwamen.' Peter: 'Ze zijn lid van de historische vereniging. Hun kinderen zitten op een van de drie gemengde scholen in de straat en op zaterdag verkopen ze hun oude spullen in het buurthuis. Kinderkledingbeurs, fietsenbeurs, speelgoedbeurs.'

Op het kleine bedrijventerrein aan de overkant was gisteren een man metingen aan het doen. Jeanine vroeg wat hij aan het doen was. 'Er komen hier waarschijnlijk huizen, antwoordde de man. Daar zijn wij erg van geschrokken.' Deze week organiseert de buurt een spoedbijeenkomst.