West-Europeanen kunnende koran niet begrijpen

Terecht stelt Afshin Ellian in zijn column (Opinie & Debat, 18 februari) dat de visie binnen de islam op mens, God en wereld, inclusief de democratische rechtsorde, door de geestelijke leiders van het mohammedanisme moet worden bepaald. De vrije wereld kan deze visie niet voorschrijven. De islam is hier zelf aan zet. De consequentie van deze gedachte is dat binnen de islamitische wereld een geloofsbelijdenis naar het voorbeeld van het Apostolicum tot stand moet komen waarin de grootste gemeenschappelijke deler van alle met de islam verbonden richtingen is vastgelegd.

De situatie die zich nu voordoet, is dat iedere islamgelovige van alles kan roepen en dat er niemand is die de extreme, dwaze en opzwepende uitleggingen van de koran op grond van een gezaghebbende interpretatie daarvan kan weerleggen.

In West-Europa lezen niet-mohammedanen de koran nauwelijks of niet. De West-Europeanen hebben daarom geen recht van spreken, wanneer het om het begrijpen van de koran gaat. Voor dat begrijpen zijn wijze kenners van de tekst nodig die zich niet vastbijten in een enkele passage maar die in staat zijn het geheel te overzien. Pas dan spreekt de islam met één mond en pas dan kan de dialoog tussen het Midden-Oosten en het Westen beginnen.

Onder meer over het vrijheidsprincipe dat zo wezenlijk is voor de samenlevingen van West-Europa. De stelling van Ellian dat de imams een keuze moeten maken tussen Mohammed de mysticus en Mohammed de terrorist slaat een elementaire tussenfase over. In die tussenfase gaat het over een door de mondiale islam alom erkende uitleg van de koran. Als die uitleg er is, kan een vruchtbare discussie van start gaan. Nu doen we alsof we weten waar we over praten, maar in werkelijkheid is de islam zonder geloofsbelijdenis een fenomeen zonder contouren, een schim waar niemand vat op krijgt.