Werkgeheugen hangt samen met IQ, inhibitie niet

Uit welke deelcapaciteiten algemene intelligentie (IQ) is opgebouwd is nog altijd niet helemaal duidelijk. Maar vaak worden ertoe gerekend 'uitvoerende mentale functies', met als belangrijkste het onderdrukken van directe reacties (inhibitie), het soepel gebruik van werkgeheugen en het soepel veranderen van het denkkader (mental shifting: gemakkelijk overstappen op een andere probleemstelling of taak). Onderzoekers van de University of Colorado hebben nu vastgesteld dat van deze drie alleen de capaciteit om het werkgeheugen snel bij te werken samenhangt met een IQ-maat (Psychological Science, februari).

De onderzoekers onderwierpen 234 tweelingen aan 14 testen om IQ en de drie mentale functies te meten. Zo werd de flexibiliteit van het werkgeheugen onder meer gemeten met de 'spatial 2-back'-test, waarbij de proefpersonen telkens een scherm met vierkantjes kregen te zien, waarvan sommige zwart waren en andere niet. De proefpersonen moesten telkens van vierkantjes aangeven of die twee schermen eerder zwart waren. Mental shifting werd gemeten door de proefpersonen snel te laten wisselen tussen verschillende taken. Behalve het klassieke IQ werd ook 'gekristalliseerde intelligentie' ('vaardigheid in culturele kennis') en 'vloeiende intelligentie' ('rationeel redeneren') gemeten. Alle drie hielden alleen verband met het werkgeheugen.

Hendrik Spiering