Waarom gaan topsporters bier tappen in Holland House

Ard Schenk, Kees Verkerk en Yvonne van Gennip gaan bier tappen in het HHH – Holland Heineken House – in Turijn (NRC Handelsblad, 20 februari).

In de jaren vijftig konden sport enerzijds, en alcohol plus tabak anderzijds, beslist niet samen door één deur (soft- en harddrugs waren toen niet actueel). In die tijd vond men, dat sport alles te maken heeft met een gezonde geest in een gezond lichaam. En aangezien betaalde sport deze enig juiste beleving alleen maar kapotmaakt, heerste er in Nederland een fris amateurisme.

Kortom, in de jaren vijftig zou een olympisch HHH ondenkbaar zijn geweest. En of we er nu zo blij mee moeten zijn? Het blijft natuurlijk een randverschijnsel, want ook in 2006 is een forse alcoholinname nog altijd slecht voor het beoefenen van sport. Zeker van topsport. En of het een goed idee is om ex-topsporters-met-een-voorbeeldfunctie in het HHH bier te laten tappen? Het is in ieder geval goed om het merk Heineken te promoten.

Kees Verkerk heeft een horeca-achtergrond. Ard Schenk heeft die niet, en Yvonne van Gennip al helemáál niet. Is bier tappen in het HHH voor hen een leuke bijverdienste? Zou kunnen. Denken zij zich in te zetten om de Nederlandse topsport te promoten? Zou ook kunnen. Zijn zij door de sponsors onder druk gezet? Dat lijkt mij het meest waarschijnlijk.

Als dit laatste waar is, dan glijden we af. In dat geval worden onze topsporters niet meer in de eerste plaats geselecteerd op hun sportieve kwaliteiten, maar op hun vermogen om te doen wat de sponsors willen. Misschien gaat straks een bevallige sportster in het HHH schaars gekleed paaldansen – beachvolleybal is tenslotte ook al een olympische sport.