Vaag kletsverhaal over tijden DNA-technieken

In Opinie & Debat van 18 februari betogen twee Groningse filosofen Harbers en Huijer, waarom het maar goed is dat misdrijven uiteindelijk verjaren. Volgens de auteurs zijn daar indertijd, in de negentiende eeuw, drie redenen voor geweest. Twee van de drie vinden Harbers en Huijer zelf kennelijk niet zo sterk maar de derde reden is volgens hen nog steeds van kracht. Die reden is dat je dingen op een gegeven moment maar eens met rust moet laten. ‘Zand erover’ schrijven ze letterlijk. Het zou kunnen dat de dader een voorbeeldig leven na zijn onbestrafte misdrijf heeft geleid, zoals dat nog wel eens het geval wil zijn bij oorlogsmisdadigers. Een oude man veroordelen voor een daad die hij als jongeman heeft gepleegd is niet rechtvaardig, zo suggereren zij, en tegenstanders van verjaring gaan daar lichtzinnig aan voorbij.

Op hun beurt gaan Harbers en Huijer voorbij aan het merkwaardige feit dat het met verjaring mogelijk is dat iemand van het ene op het andere moment gevrijwaard wordt van rechtsvervolging. Als de auteurs hun eigen argumenten over tijd die wonden heelt serieus nemen, dan zou het logischer zijn om een systeem te propageren waarbij na enige jaren een korting op de strafmaat wordt gegeven die groter wordt naarmate de jaren verstrijken en uiteindelijk 100 procent. Een tamelijk onzinnig systeem, lijkt mij.

Harbers en Huijer hebben overigens niet alleen medelijden met de dader. Het oprakelen van een oud misdrijf zou ook bij de slachtoffers, of familie van slachtoffers, onnodig emoties opwekken. Waar zijn de gegevens om deze bewering te staven? Hebben de auteurs hier onderzoek naar verricht?

Vermoedelijk is deze merkwaardige uitglijer het gevolg van hun nogal vage kletsverhaal over tijd en hoe wij door DNA-technieken het heden en de toekomst naar het nu verplaatsen. Wij allen verplaatsen (mogelijke) problemen uit de toekomst naar het heden en ik heb sterk het vermoeden dat ook Harbers en Huijer elke maand keurig hun pensioen- en verzekeringspremies afdragen.