Russen beven graag van eerbied en angst

Precies vijftig jaar geleden hield Nikita Chroesjtsjov zijn 'geheime rede'. Hij bekritiseerde Stalin en gaf de Russen een eerste voorproefje van de vrijheid.

Toen Nikita Chroesjtsjov in 1971 overleed, was ik nog een meisje, maar ik herinner me hem nog goed. We gingen vaak in het weekeinde bij hem op bezoek op zijn boerderij in Petrovo Dalnee, zo'n 50 kilometer buiten Moskou. Dan werkte ik samen met hem tussen de tomaten of de bijenkorven. Hoewel hij mijn aardige, oude overgrootvader was, werd me door mijn familie verzekerd dat hij een held en een wereldleider was - iemand op wie ik trots moest zijn.

Maar ik hoorde zijn naam nooit op school. Wat mijn leraren betreft bestond die man helemaal niet. Alles wat er op regeringsniveau was gebeurd tussen 1953 en 1964, toen mijn overgrootvader het land leidde, werd beschreven als gedaan door de 'Communistische Partij van de Sovjet-Unie'. De naam Chroesjtsjov was geschrapt uit de geschiedenisboeken.

Toen ik ouder werd, hoorde ik van de 'geheime rede' die mijn overgrootvader vandaag 50 jaar geleden had gehouden en waarin hij zijn afkeuring uitsprak over de misdaden van Stalin. Het verhaal van die toespraak is niet simpelweg een kwestie van goed en kwaad, van een welwillende, democratische leider die de plaats van een tiran inneemt. Het ligt veel genuanceerder. Chroesjtsjov was een van Stalins vertrouwde luitenants geweest, die zelf toegaf 'net als anderen' te hebben meegedaan aan de zuiveringen en de onderdrukking van de jaren dertig en veertig, overtuigd dat 'de vernietiging van de vijand' de allerhoogste prioriteit van een communist moest zijn om de glanzende toekomst van het internationale communisme veilig te stellen.

Wat mijn overgrootvader tot eer strekt, is dat hij op het twintigste Congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, toen hij Stalin veroordeelde, de moed had toe te geven dat het communisme (en zijn leiders) fouten konden maken. De veroordeling van Stalin - waarbij voor het eerst de details werden erkend van een aantal moorden, zuiveringen en afgedwongen bekentenissen - was een moreel noodzakelijke daad, zei Chroesjtsjov later.

Na zijn 'onvrijwillige' terugtreden in 1964, toen hij werd afgezet als eerste partijsecretaris, bekende Chroesjtsjov dat hij de behoefte had gehad om het verhaal te vertellen, omdat zijn eigen armen 'tot de ellebogen onder het bloed zaten'. Hij had het despotische sovjet-systeem helpen opbouwen, maar riep ook op tot de hervorming ervan. En ook al deed hij dat door niet het communisme zelf, maar de verwording van het communisme aan te vallen, de toespraak diende als katalysator en legde de kiem voor de ontgoocheling over het marxisme-leninisme. Het veranderde het beeld van de Sovjet-Unie in het hoofd van miljoenen mensen. Het was de eerste barst in het graniet.

Ik beschouw de toespraak als de op twee na belangrijkste gebeurtenis in het 20ste-eeuwse Rusland, na de bolsjewistische revolutie van 1917 en de overwinning op het nazisme in 1945. Deze markeerde het begin van het einde, toen de angst gaandeweg plaatsmaakte voor vrijheid. De toespraak leidde tot de vrijlating van een aantal gevangenen uit Stalins goelags en opende het land voor een aantal buitenlandse bezoekers en producten. Het droeg bij tot het ontstaan van de dissidentenbeweging, die leidde tot de val van de Berlijnse Muur in 1989 en de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991, twintig jaar na de dood van mijn overgrootvader.

Net zoals Rusland geografisch tussen Oost en West ligt, ligt ook de Russische politiek daartussenin: op een smalle grens tussen zwart en wit, goed en fout, hervorming en dictatuur. De Russen hebben in feite generaties lang geleefd onder een despotisch bestuurssysteem dat zich voortdurend probeert te moderniseren met behulp van meer of minder autoritaire middelen.

Maar zelfs onze hervormers zijn alleen maar mindere dictators. Uiteindelijk delen ons volk en onze leiders de overtuiging dat alleen autoritair bestuur het land kan behoeden voor anarchie en desintegratie. Ze steunen een 'sterke' staat, waarin de besluiten van boven komen en de burgers alleen kunnen beven van eerbied en angst.

De meest bevrijdende gebeurtenissen - de destalinisatiecampagne van Chroesjtsjov in 1956 of de privatisering van Boris Jeltsin in 1991 - draaien over het algemeen uit op ontgoocheling of wanorde, waarmee het vermoeden rijst dat de Russische maatschappij nooit snel genoeg is om de modernisering te verwerken.

In plaats daarvan kijken de Russen graag terug op hun grote overwinningen en parades, en blijken ze na korte perioden van dooi uiteindelijk weer hun 'sterke' heersers terug te willen - heersers die door angst in te boezemen een gevoel van een ordelijk leven geven, wier 'vaste hand' wordt geassocieerd met stabiliteit. Stalins orde was onverwoestbaar zolang hij leefde; Vladimir Poetin belooft nu een nieuwe orde in de vorm van zijn 'dictatuur van de wet'.

Er is een oud gezegde dat 'elk volk de regering krijgt die het verdient'.

Ik hoop dat dit niet waar is. Ik ben ervan overtuigd dat mijn overgrootvader Rusland een voorproefje heeft gegeven van een leven in vrijheid boven angst. Ik hoop dat de Russen ooit deze vrijheid omarmen zonder te verlangen naar de oude tijd van het totalitarisme.© LA Times-Washington Post

Achterkleindochter van Nikita Chroesjtsjov. Docente internationale betrekkingen aan de New School in New York. Binnenkort verschijnt haar nieuwste boek, 'Visiting Nabokov'.