Pompjesmaker Airspray en de onnodige beursgang

Geld is niet de drijfveer achter de overname van pompjesfabrikant Airspray door het Britse Rexam. Groeien, dat is wat hetbedrijf wil. En niet langer dat gezeur rond de beurs.

Robert Brands, bestuursvoorzitter van handpompjesfabrikant Airspray, is er niet rouwig om dat zijn bedrijf van de beurs verdwijnt zodra de deze week aangekondigde overname door het Britse verpakkingsbedrijf Rexam een feit is. Want Brands is bijna een dag per week kwijt aan alles wat samenhangt met de beursnotering van het Alkmaarse bedrijf: bijeenkomsten voor analisten en beleggers, verplichte publicatie van cijfers en persberichten, regels van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) opvolgen, de Code Tabaksblat naleven. Allemaal tijd die hij veel liever in het bedrijf zou steken. Bovendien is het beursklimaat er de afgelopen jaren niet aangenamer op geworden, vindt hij. 'Eén foutje en je wordt afgestraft door de AFM. De controle is doorgeschoten.'

Achteraf was de beursgang van Airspray, in 1998, helemaal niet nodig geweest, vertelt Brands. 'We wilden geld ophalen om de groei van onze nieuwe schuimpompjes, die vloeistof direct omzet in schuim, te financieren. Maar dat werd zo snel een succes dat we die investering vlot hadden terugverdiend. Maar de notering heeft Airspray wel de nodige naamsbekendheid en bescherming tegen vijandelijke overnames opgeleverd. Nadeel was dat de concurrent je ook beter in de gaten krijgt.'

De wens om zowel geografisch als qua aantal producten en klanten te groeien, is de reden dat Airspray na zes maanden intensief onderhandelen zijn zelfstandigheid opgeeft en binnenkort verder gaat als dochter van de plastic-divisie van Rexam. 'We hadden aan de beurs kunnen blijven, maar geld hebben we genoeg. Een management buy-out is nooit aan de orde geweest, want dan hadden we veel geld moeten lenen en waren we vooral bezig geweest met rente aflossen in plaats van met investeren in het bedrijf.' Ook voor een overname door financiële partijen heeft Airspray nooit belangstelling gehad, aldus Brands, zelf geen grootaandeelhouder. 'Die zouden eerst 150 miljoen euro moeten lenen om ons over te nemen en datzouden wij vervolgens voor hen moeten terugverdienen. Dan heb je dus nog geen geld voor groei.'

Samengaan met een strategische partner was dus de beste keuze, aldus Brands. Airspray hoopt vooral te profiteren van de fabrieken van Rexam in opkomende markten als Brazilië en China. 'We hadden natuurlijk zelf die markten op kunnen gaan, maar dat had ons drie tot vijf jaar gekost. Via de afzetkanalen en productielokaties van Rexam gaat het veel sneller.' Ook het feit dat Rexam grote farmaceutische en cosmeticafabrikanten als klant heeft, maakte het Britse bedrijf aantrekkelijk. 'Aan die sectoren leveren we nog nauwelijks.'

Bang dat het kleine Airspray (147 fulltime arbeidsplaatsen, omzet 46 miljoen euro in 2005) ten onder zal gaan in het veel grotere Rexam (20.000 werknemers en ruim 5 miljard euro omzet) is Brands niet. 'De mooie prijs die ze voor Airspray hebben betaald [bijna 150 miljoen euro-red.] betekent dat we belangrijk zijn voor Rexam. Bovendien kan Rexam alleen dankzij ons een van de zeer weinige zogeheten strategische toeleveranciers worden van Procter & Gamble, dat nu onze grootste klant is. Zonder onze innovatieve pompjes zou Rexam worden geweigerd als toeleverancier.'

Brands is zeer optimistisch over de toekomst van Airspray, waarvan hij contractueel in elk geval nog twee jaar directeur blijft. In 2005 stegen winst en omzet met bijna 30 procent. Voor dit jaar verwacht hij een stijging van de nettowinst met minimaal 10 procent. Met name in handzeep zit veel groei. 'In de VS is de verkoop van pompjes voor handzeep de afgelopen anderhalf jaar verdubbeld. Tweederde van de omzet behalen we in de VS.' Amerikaanse bedrijven staan veel meer open voor innovatieve producten dan Europese, stelt Brands, die Airspray drie weken per maand bestuurt vanuit Florida waar het bedrijf ook een fabriek heeft. 'De Amerikaanse zeep-leverancier wil zich graag onderscheiden van concurrenten. Bovendien kunnen ze met een bijzonder pompje meer geld vragen.' Het bedrijf is met bijna 90 procent inmiddelswereldmarktleider in schuimpompjes. Afnemers zijn onder andere Procter & Gamble, Unilever en Colgate-Palmolive.

Na de pompjes voor haar- en huidverzorgingsproducten, zonnebrand en sinds kort afwasmiddelen ziet Brands nog mogelijkheden voor douche- en scheerschuim, huishoudmiddelen en schoonheidsproducten. 'We introduceren minimaal één nieuw pompje per jaar. Ik denk dat we nu zo'n 25 typen schuimpompjes hebben, die verschillen qua grip, maat en mechanisme. 'De consument wil nu eenmaal liever schuim dan vloeibare zeep op zijn handen. Het is lichter, gemakkelijker af te spoelen en het gaat niet irritant tussen je vingers zitten.'