Nooit iets rottigs

Waarom zou je in je eigen straat nog op iemand afstappen als dat ook veilig in het virtuele buurthuis kan? Eerste bericht uit Washington, uit Cleveland Park, een wijk voor de gegoede blanke klasse.

Margriet Oostveen

Buurvrouw C. belandde vanuit Texas via Moskou in Washington. Na acht jaar in 'de hoofdstad van de wereld' bevangt haar, zodra ze haar huis uitstapt, nog altijd dezelfde vraag als mij, de nieuwkomer.

'Waar IS iedereen!?'

C. vertelde dat vorig weekend tijdens een etentje - het eerste sinds onze aankomst, nu een half jaar geleden. We hebben veel gelachen en het werd voor Amerikaanse begrippen onfatsoenlijk laat. Dat het toch zo lang geduurd had om eens kennis te maken, typeert de situatie. We zagen elkaar gewoon bijna nooit.

De huizen hier in noordwest - de vrijstaande van de gegoede blanke klasse - zitten potdicht. Ieder huis staat op een heuveltje, vanwege de grote kelders eronder. Dat geeft ze iets hautains. Huizen op tronen lijken het. De nieuwkomer sluipt er deemoedig langs. Geen idee wie je vanuit het binnenste in de gaten houdt.

Dat we intussen toch een idee kregen van de buurt waar we terecht waren gekomen, is in hoge mate te danken aan Bill Adler en zijn vrouw Peggy Robin. Zes jaar geleden richtten zij de Cleveland Park lijstservice op, een e-maillijst die fungeert als virtueel buurthuis.

De 3.700 leden krijgen dagelijks per e-mail een samenvatting van alle berichten en online-gesprekjes die er zijn gevoerd. In het virtuele buurthuis klikken verwende consumenten over de lokale middenstand ('Restaurant X gaf niet de kwaliteit die wij in deze buurt behoren te verwachten!!!') en men meldt er trouw de vondst van creditcards of van een diamanten oorbel. Veel tips ook over huishoudsters, tuinmannen, nanny's, hondenoppassers. En fijne, niet noodzakelijk ware nieuwtjes: 'Kan iemand vertellen waarom er nu weer helikopters rondvliegen?'

'Volgens een agent op de hoek houden ze Connecticut Avenue in de gaten. De president ging er naar de bioscoop om King Kong te zien.'

Bill Adler en Peggy Robin zijn er zelf het levende bewijs van dat zich in hooghartige huizen leuke mensen kunnen ophouden. Bill, een chemicus gespecialiseerd in kernreactoren, werkte eind jaren tachtig nog als lobbyist op Capitol Hill. Tot hij voor zijn plezier Eekhoorns te slim af zijn schreef. Washington heeft de hoogste concentratie eekhoorns van de Verenigde Staten en Bill verkocht 300.000 exemplaren.

Bill en Peggy besloten van het publiceren van humorvolle zelfhulpboeken hun beroep te maken. Gezien hun verkoopcijfers lijken ze de Amerikaanse ziel volmaakt te beroeren. Tientallen bestsellers publiceerden ze, met titels als De alcoholist in je te slim af zijn (Bill) en Hoe een succesvol vruchtbaarheidspatiënt te zijn (Peggy). Ze wonen nu in een adembenemend koloniaal pand een paar straten verderop. En in zijn vrije tijd werd de kleine bebrilde Bill wat hij altijd wilde worden: stuntpiloot.

In de keuken bereidt Peggy groene thee - levensdrank van de hoogopgeleide witte liberalen die in dit deel van Washington bij meer gewoontes zweren, zoals het veelvuldig gebruik van het woordje elegant, het rondslingeren van Italiaanse schrijversnamen in de conversatie en het vermijden van het woord great ten gunste van excellent.'Meertalige Eurosnobs', noemen ze zulke mensen aan de Westkust.

Bill en Peggy hebben juist niet de minste behoefte zich in voortreffelijkheid van anderen te isoleren. Peggy: 'Wij leven hier allemaal in welstand. Maar sociaal werd het nogal pover. In de supermarkt praat niemand meer met je.'

Bill: 'Dat wilden wij teruggeven aan de buurt - het gewoon een beetje doelloos kletsen met elkaar. Ook eens lekker knus zitten niksen samen.'

Met dat idee begonnen Bill en Peggy hun Cleveland Park internetgroep. Geschoond van seks, van buren-bashing en van nationale en internationale vraagstukken - anders praat iedereen in een stad als Washington binnen de kortste keren alleen nog over politiek. Al jaren matigen Bill en Peggy als moderators trouw alle binnenkomende post. Tientallen berichtjes per dag. Zomaar wat niksen is er niet meer bij. Zes mensen helpen soms met meelezen, zegt Bill, maar het blijft een opgave. En de haatmail die ze krijgen als ze een berichtje niet plaatsen!

Ja, waarom zou je in je eigen straat nog op iemand afstappen als dat ook veilig in je virtuele buurthuis kan? Waar, gegarandeerd, nooit iemand iets rottigs terug zal zeggen? Washington telt nu al ruim vijfentwintig immens populaire virtuele buurthuizen. Dankzij moderators als Bill en Peggy vinden duizenden en nog eens duizenden bewoners van de stad er een veilig heenkomen, en elkaar. Van iedere wanklank gezuiverd. Even onwerkelijk, en kennelijk even gewenst, als schone lucht in een wereldstad.