Meewerkend voorwerp

Mogelijk heeft Timothy Colleman veel nieuws en behartigenswaardigs uitgevonden over het meewerkend voorwerp (‘De subtiele betekenis van ‘aan’, Wetenschapspagina 26 januari), maar de veronderstelling dat de beide constructies (met en zonder ‘aan’) synoniem of inwisselbaar zouden zijn, is zeker niet algemeen in het taalkundige wereldje.

Toen ik in de jaren tachtig algemene taalwetenschap studeerde was het een overbekend gegeven dat vaste uitdrukkingen als ‘iemand de bons geven’ en ‘zich een hoedje schrikken’ nooit met ‘aan’ omschreven worden. Dus niet: ‘Marie gaf de bons aan Piet’. Dat zou (voor veel sprekers) suggereren dat ‘de bons’ lijfelijk wordt overhandigd. Dit leidde bij sommige taalkundigen tot de gedachte dat ‘het boek’ het lijdend voorwerp is in ‘Piet gaf het boek aan Marie’, maar niet in ‘Piet gaf Marie het boek’. In de eerste zin zou de zin zo geconstrueerd zijn dat het boek letterlijk overhandigd wordt (en wel aan Marie), terwijl in de tweede zin de situatie ‘Marie het boek’ (vergelijkbaar met de kreet ‘Iedereen een BMW!’) het resultaat zou zijn van de handeling ‘geven’, net als bij de voorbeelden ‘gaf-hem-de-bons’ en ‘schrok-zich-een-hoedje’ (betekenend: hij schrok zodanig dat als gevolg daarvan hem een hoedje ten deel viel). Of deze theorie nu houdbaar is of niet, de bestaande taalkundige literatuur gaat wel iets verder dan de ‘traditionele grammatica’ die NRC Handelsblad erbij haalt.