Maskers op en geen handen geven

Als er een grieppandemie uitbreekt, krijgen artsen het zwaar. Een Rotterdamse docent speelt met zijn co-assistenten een crisis na. 'Jongens, dit is de realiteit!'

Zojuist heeft de Rotterdamse burgemeester Opstelten gebeld. Hij zegt dat er vogelpest heerst op een pluimveeboerderij in de regio. De boer heeft een vrouw en zes kinderen. Al zijn kippen zijn dood.

'Welk advies moeten jullie Opstelten geven', vraagt docent Paul Mertens zijn studenten. Mertens onderwerpt veertien Rotterdamse artsen in opleiding aan een spontane pandemieoefening. Ze moeten erop voorbereid zijn dat het nu nog louter veterinaire probleem van de vogelgriep straks ook de volksgezondheid kan raken.

Kriskras door elkaar doen de co-assistenten voorstellen aan Opstelten. 'Isoleren en ruimen', roept de een. 'Kijk met wie het gezin in aanraking is geweest', oppert een tweede. 'Onderzoek of ze kip hebben gegeten', werpt de derde op. En zo rollen nog meer tips over tafel. Mertens speelt de strenge docent: 'Op deze manier komen jullie nooit tot een degelijk advies. Organiseer toch een gestructureerde vergadering! Is er een voorzitter? Jongens, dit is de realiteit. Dít is openbare gezondheidszorg!'

Mertens is docent, maar ook arts infectieziektenbestrijding bij de GGD Rotterdam en bij de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) Rotterdam Rijnmond, verantwoordelijk voor de bestrijding van rampen, zoals een grieppandemie.

Mertens helpt zijn leerlingen een handje. 'Waarom zijn we zo bang voor de vogelgriep? Juist, omdat we voor een mutatie van het H5N1-virus vrezen, waardoor het overdraagbaar wordt van mens op mens. Dat krijg je door vermenging met het normale griepvirus, nu H3N2.' Dus, zegt Mertens, moeten kippenhouders en ruimers virusremmers krijgen, maar ook worden gevaccineerd tegen het wintergriepvirus H3N2.

Mertens put uit zijn kersverse ervaring als hulpverlener rampenbestrijding bij de GHOR. Alle 23 GHOR's moesten van de overheid een draaiboek maken voor een grieppandemie. Rotterdam Rijnmond is er relatief ver mee. Zo deden hulpverleners in Brielle een serieuze oefening, waarna de draaiboeken zijn aangepast.

Mertens: 'Wat zouden we lokaal moeten doen als er een pandemie komt?' Allereerst hygiëne: mensen die in aanraking komen met het virus, moeten hun handen wassen en geen handen meer schudden. Zij moeten maskers en brillen dragen. Dan worden scholen gesloten, evenementen afgelast en mensen eventueel in quarantaine gezet of geïsoleerd. 'Weten jullie het verschil tussen die twee?'

De derde stap is ruimhartig antibiotica verstrekken. En vaccineren, zegt Mertens. 'Als er nog geen pandemievaccin is, dan met bestaande vaccins. Mensen uit risicogroepen, zoals astmapatiënten, krijgen nu geen dure prik tegen pneumokokken omdat het effect niet opweegt tegen de kosten. Maar dat zouden we dan moeten heroverwegen.' Een veelvoorkomende complicatie bij een pandemie is deze bacteriële longontsteking. Als risicopatiënten ertegen ingeënt zijn, kunnen zij een pandemie beter aan. Maar, zegt Mertens, een pandemie is waarschijnlijk het beste met beschikbare antivirale middelen te bestrijden.

Co-assistent Oscar vraagt: 'De verspreiding van een virus kun je toch niet tegenhouden?' Mertens is niet fatalistisch: snel optreden kan de schade wel degelijk beperken, is zijn boodschap. Hij zegt dat bij een pandemie de huisartsen onder gigantische druk staan, maar levens kunnen redden. 'Zij zijn de frontsoldaten.' Maar de huisarts kan de pandemie niet alleen te lijf. 'Hij krijgt het straks zwaar. Mensen gaan aan zijn deur rammelen voor hulp.'

Bij een pandemie zullen antivirale middelen en ziekenhuisbedden schaars zijn. Huisartsen zullen in veel gevallen de eersten zijn die moeten bepalen wie wel en wie geen hulp krijgt. 'Dan kunnen we alleen maar medische risicogroepen helpen.' Het draaiboek van Rotterdam Rijnmond gaat in op de selectie die huisartsen, maar ook specialisten misschien noodgedwongen moeten toepassen. Er zijn bekende risicogroepen, zoals hart- en diabetespatiënten of werknemers in de gezondheidszorg. Maar er zullen ook specifieke risicogroepen bij een pandemie opduiken. Mertens: 'Die nemen we mee in onze selectiecriteria. Als bijvoorbeeld ook veel 20- tot 40-jarigen ziek worden, zullen we ook deze mensen met voorrang medicijnen geven. Dat zal strijd opleveren.'

Deskundigen houden er rekening mee dat 25 tot 30 procent van de bevolking ziek wordt. De overheid heeft nu drie miljoen doses van het antivirale middel Tamiflu. Bij een pandemie met 4 tot 5 miljoen zieken, is dat niet voldoende. 'Daarom kunnen we het middel niet preventief inzetten. Sommige ziekenhuizen willen al hun personeel uit voorzorg antivirale middelen geven. Maar met 1 miljoen medewerkers in de zorg ben je dan snel door de voorraad heen. Alleen zieke mensen moeten de medicijnen nemen.'

Aan het eind van zijn college spreekt de docent de co-assistenten toe die huisarts willen worden. Het zijn er acht. Mertens steekt ze een hart onder de riem: 'Jullie zullen straks op handen worden gedragen.'