Kom nou eens samen in het huis van de gemeente

Burgemeester J.I.M. (Joost) Hoffscholte werd 29 jaar geleden benoemd. Vroeger bestonden er nog geen vertrouwenscommissies en kwam je er ook wel met een 'mooi dossiertje'.

Vier jaar verplicht naar de jezuïetenkostschool in Zeist en twee jaar niet afgeronde medicijnenstudie in Amsterdam. De vader van Joost Hoffscholte maakte zich zorgen en liet zijn zoon testen. De uitkomst: `deze jongen moet geen arts worden maar iets gaan doen met rechten. Kan goed met mensen omgaan. Aan te raden is de publieke richting, bijvoorbeeld in de functie van burgemeester.` Hoffscholte (63): 'Toen wist ik zeker dat ik burgemeester zou worden. Ik ben rechten gaan studeren in Amsterdam en heb mijn doctoraal staats- en administratief recht gehaald.'

Gedurende zijn studie raakte Hoffscholte politiek geïnteresseerd. Het waren de roerige jaren zestig in Amsterdam. Hoffscholte was nog zoekende naar een politieke richting. Hoffscholte: 'Ik heb in 1972 uiteindelijk gekozen voor de VVD. Ik was onder de indruk van Van Riel - de éminence grise van de partij met zijn vinger in zijn vestzakje - en van Vonhoff omdat hij het linkse geweten was van de partij. En natuurlijk spiegelde ik mij aan de jonge Wiegel die ik later nog meer dan eens zou tegenkomen.'

Aan het einde van zijn studie schreef Hoffscholte brieven naar burgemeesters met het verzoek langs te mogen komen. Niet iedereen wilde hem ontvangen, maar de burgemeesters van Breda en Hardenberg wel. Zij adviseerden hem eerst het vak te leren: zorg dat je in het kabinet van de commissaris van de koningin komt. Dat waren de kraamkamers voor een burgemeester.

Hoffscholte werd - hij was toen 30 - juridisch beleidsmedewerker in het kabinet van de commissaris van de koningin in Overijssel. Ondertussen hield hij de burgemeester-vacatures in de Staatscourant goed in de gaten. Zijn oog viel op een vacature voor Dalen (5.200 inwoners) in Zuidoost-Drenthe. Hoffscholte: 'In die tijd waren er nog geen vertrouwenscommissies. In twee gesprekken kon ik met mijn mooie dossiertje doorstomen naar Den Haag. Ik mocht mijn opwachting maken bij de minister van Binnenlandse Zaken. En wie denk je dat dat toen was? Wiegel! Weer twee gesprekken en binnen een week kreeg ik een telefoontje van de staatssecretaris dat ik doorgezonden zou worden, al moest ik dat nog even geheim houden. En ook de koningin stemde in met mijn benoeming. En van de ene op de andere dag word je dan voorgesteld aan het gemeentebestuur: hier is uw nieuwe burgemeester. Zo ging dat nou vroeger!'

Hoffscholte zat zeven jaar in Dalen voordat hij in 1985 naar Aalsmeer (24.000 inwoners) ging. Daar is hij nu aan zijn vierde en laatste ambtstermijn bezig. 'Mijn laatste termijn kan ik niet uitdienen, want jammer genoeg moet ik op mijn 65ste weg.' Spijt van zijn keuze op relatief jonge leeftijd heeft hij nooit gehad. Burgemeester Cohen van Amsterdam is zijn grote voorbeeld. Hoffscholte: ,,Ik zit met hem in heel veel regionale commissies waardoor ik hem goed heb leren kennen. Bestuurders moeten afstand houden zonder afstandelijk te zijn; Cohen draagt uit wat hij zelf beleeft. Hij is de hoeder van de openbare orde, maar aan de andere kant kan hij niet veel meer doen dan proberen de boel bij elkaar te houden. Ik zie de laatste vijf jaar een constante lijn. Hij heeft een natuurlijke balans gevonden. Zo moet volgens mij een burgemeester zijn.'

En hoe doet u dat zelf? 'Ik ben iemand die graag mensen ontmoet. Vanavond bijvoorbeeld ontvangen we de bewoners van de nieuwe wijk Nieuw Oosteinde. Kom nou eens samen in het huis van de gemeente, is de achterliggende gedachte. Ik ga ook naar de mensen toe en zolang een uitnodiging met de samenleving te maken heeft, zeg ik niet snel nee. Maar er moet altijd een maatschappelijk verband zijn. Ik ga bijvoorbeeld wel naar officiële diners, maar ik ga niet ergens naar toe voor de public relations.' Een van die officiële diners werd vorig jaar maart gegeven door premier Balkenende en minister Remkes. Het was een diner pensant over de vraag hoe de kwaliteit van de leefomgeving valt te verbeteren, vooral aan de hand van voorbeelden uit de gemeentelijke praktijk. Alle negentien genodigde burgemeesters kregen vijf minuten spreektijd. Hoffscholte: 'Ik heb verteld over de keten-aanpak die wij hebben ingezet om jongeren op het juiste pad te krijgen. Wij hadden in Aalsmeer last van extreem-rechtse jongeren. Zij lokten Marokkaanse jongeren uit hun tent en dat dreigde te escaleren. We hebben toen een netwerk om die jongens heengezet: we haalden de relschoppers uit de anonimiteit. De leiders en de meelopers werden door ons in kaart gebracht en dat is uiteindelijk geïnstitutionaliseerd. Alle ketens aan elkaar, van de jeugdzorg tot de leerplichtambtenaar tot de school. Op die manier werken we zowel preventief als repressief. En het werkt, want de overlast van die Lonsdale-achtige jongeren is nagenoeg verdwenen.'

Waren de premier en de minister onder de indruk? 'Iedereen zat in ieder geval geïnteresseerd te luisteren.'

U kent de problemen van de grote stad. U bent al 22 jaar burgemeester in Aalsmeer. Heeft u nooit de behoefte gehad in een grotere gemeente te solliciteren? 'Dat is vooral een privé-overweging geweest. Mijn vrouw is hier directeur van de Stichting Kinderopvang. Onze drie kinderen (27, 24 en 20) voelen zich ook thuis in Aalsmeer. Een andere overweging is dat ik dynamiek om mij heen nodig heb: Aalsmeer is een wereldcentrum voor de bloemenhandel en aan de andere kant kent Aalsmeer de koestering van een dorp. Dat mensen mensen voor anderen zijn. En de koopmansgeest kan hier ook goed gedijen met de bloemenimport en -export. En soms moet je ook niet te rationeel zijn - voor mijn gevoel heb ik hier de ideale mix gevonden.

Wie Aalsmeer binnenkomt, stuit meteen op de evenementenhal van Endemol. Staat er niet te veel een dorp in uw dorp? 'Ja, maar wel met onze toestemming, hoor. Van den Ende had al heel lang een groot productiebedrijf in Aalsmeer en dat is een gemeenschap op zichzelf. Op een gegeven moment wilde hij mij spreken onder vier ogen. Dat wilde ik alleen met een wethouder erbij. Op 5 december kwamen wij bij Van den Ende. Hij praatte en praatte maar, en trok lijnen en nog eens lijnen. Uiteindelijk schreeuwde hij uit: 'Begrijpt u er dan helemaal niets van meneer de burgemeester, ik creëer!' En zo kregen we in plaats van een eenvoudige surprise een heel feestpaleis erbij. Ach, ik heb vele uren met de medewerkers van Van den Ende om de tafel gezeten. De vergunningaanvragen gingen soms sneller dan wij konden bijhouden. Maar gek hebben we ons nooit laten maken.'

Showbiz City was een succes voor Van den Ende, maar wat zijn voor uzelf de hoogtepunten in uw carrière geweest? 'Dat was zonder meer het Vrijheidsfestival in 1995. We hadden een pad van de vrijheid uitgezet door de gemeente langs verschillende optredens en andere activiteiten. Overal zag je kleur om je heen. Alle nationaliteiten uit het dorp waren vertegenwoordigd om aan het feest deel te nemen. Het was heel indrukwekkend.'

Maar lag er niet ook een smet op het festival? Dat enkele oudere bewoners van Aalsmeer, die in de oorlog in een kamp hadden gezeten, er niet voor voelden dit festival samen met de Japanse gemeenschap van het dorp te vieren? 'Was dat toen? Ja, ja, nu herinner ik het me weer. Dan is het moeilijker om alle burgers tevreden te stellen. Om voor iedereen burgemeester te zijn.'

Hoffscholte heeft toen een brief geschreven naar de Japanse inwoners van Aalsmeer om de gevoeligheid van de oudere dorpsbewoners uit te leggen en zijn vrouw is bij hen op bezoek geweest. Als reactie op deze gebeurtenis - en om de lucht weer te klaren - is vervolgens de Stichting Verleg je Grenzen opgericht om de 'rijkdom van de democratie' uit te dragen.

Op andere momenten is Hoffscholte wel degelijk de burgemeester van het gehele dorp. Zoals in maart 2000 toen de verffabriek Epifanes `s nachts in vlammen op ging.

Wat kon u doen? 'De brandweer werd om 04.00 uur gealarmeerd door een buurman die een knal had gehoord. De knal werd gevolgd door een explosie waardoor een deel van de fabriek de lucht in vloog. Ik moest de hele wijk ontruimen en voor opvang zorgen. Ik heb het politiebureau opengegooid om de mensen op te vangen. Onze brandweer kon het alleen niet aan. We kregen hulp uit de buurgemeenten en gelukkig is Schiphol heel dichtbij en kwam er een crashtender (schuimbluswagen die bij rampen wordt ingezet, red.) om de vlammen te doven. Het was zo spannend en tegelijkertijd zo emotioneel. Je bent dan én coördinator én burgervader.'

U zei net: 'Gelukkig is Schiphol heel dichtbij'. Is Schiphol niet te dichtbij? 'Nee. Kijk, de luchthaven is van nationaal belang. Voor Aalsmeer worden er dagelijks bloemen in- en uitgevlogen. Toen ik hier kwam wonen, waren er 200.000 vliegbewegingen. En nu 440.000. Maar waar het ook om gaat is dat er een balans wordt gevonden tussen veiligheid, geluid en luchtkwaliteit. Er bestaan afspraken waar Aalsmeer kan bouwen zonder dat de bewoners risico`s lopen. We hebben rekening te houden met de veiligheids- en de geluidszones.'

En met de overlast neem ik aan? 'Mijn hartenkreet nogmaals: de luchthaven is van nationaal belang. Maar je moet meten, berekenen en uitleggen waarom geluid op bepaalde tijd harder of meer is. En dat gebeurt niet. Men draait om de hete brij heen en dat maakt mij heel erg boos. Ik heb veel ervaringen met Schiphol als buurman, maar zodra je om de juiste gegevens vraagt, zijn die er vaak niet. De geluidscontouren verschuiven te veel met de dag. Overlast vereist uitleg. En die krijgen wij niet. Schiphol veroorzaakt collectieve overlast. Het raakt meer dan 1 miljoen mensen. Wees dan alsjeblieft open en leg de juiste gegevens op tafel.'

Ik wilde u nog vragen waar deze burgemeester zich over opwindt ... 'Ja. Hier kan ik me heel erg over opwinden.'

De burgemeester maakt zich op om te gaan. Hij wil de zaal inspecteren waar hij vanavond de nieuwe bewoners zal toespreken. Hij steekt zijn hoofd nog even om de hoek: 'Een burgemeester kan nooit lang boos blijven, maar een burgemeester wenst ook niet misleid te worden.'