Kernopvang

Er komt een nieuw debat over de wenselijkheid van kernenergie. De uitkomst wordt waarschijnlijk bepaald door de opstelling van de milieubeweging. En die lijkt nog steeds mordicus tegen. Voor een groep als Greenpeace is de strijd tegen kernenergie een raison d'être geworden.

Opmerkelijk is datde oude James Lovelock, natuur- enmilieuliefhebber van het zuiverste water, opeens zo voor kernenergie is. Lovelock is de man van de Gaia-hypothese die de aarde als een superorganisme beschouwt. De hypothese kreeg vooral aanhang in kringen waaraan Lovelock een pesthekel heeft en daarom is hij nooit goeroe geworden. Het staat te bezien wie naar zijnpleidooi voor kerncentrales luisteren gaat.

Lovelock denkt dat alleen uranium het stijgen van de zeespiegel nog kan tegenhouden en van de weeromstuit wil hij geen kwaad woord meer horen over kernenergie. In zijn laatste boek, 'The revenge of Gaia', biedt hij zelfs aan al het hoog actief nucleair afval van één centrale voortaan maar in zijn tuin op te slaan. Zó weinigmaalt hij om straling.

Lovelock geeft in zijn boek een opsomming van alle gevaren die de kernergie ten onrechte in de schoenen zijn geschoven. Pour besoin de la cause maakt hij maar geen onderscheid tussen atoomproeven en energie-opwekking. Om te beginnen komt hij tot een verrassend mild oordeel over de gevaren van de bovengrondse kernproeven uit de jaren vijftig en zestig. Er zijn geen aanwijzingen of theoretische conclusies die de suggestie wekken dat ze enige invloed hadden op de almaar stijgende levensverwachting van de mensheid, noteert Lovelock (86). Ja, er is zelfs zo'n vracht aan bejaarden ontstaan dat Europese regeringen vrezen hun pensioenen niet meer te kunnen betalen.

Ook de gevolgen van de atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki kan Lovelock wel relativeren, ook al kent hij natuurlijk tegelijk gevoelens van weerzin. Maar onder de Japanse burgers die de aanval op Hiroshima overleefden is zestig jaar na het bombardement toch niet meer dan 7 procent méér kanker gesignaleerd dan onder Japanners die destijds niet in de buurt waren. Het is praktisch verwaarloosbaar op het totaal van alle kanker-incidentie, want 25 tot 30 procent van de mensen krijgt vroeg of laat sowieso kanker. Dat is de prijs die wij betalen voor het oud worden in een zuurstofrijke atmosfeer. De agressiviteit van zuurstof is een stokpaardje van Lovelock.

Nu goed. Interessanter voor zelfstudie en zelfonderzoek is de vraag hoeveel slachtoffers de ramp met de centrale van Tsjernobyl in april 1986 heeft gekost.De milieubeweging en een deel van de media houdt het er glashard op dat er duizenden, misschien wel tienduizenden slachtoffers zijn gevallen, noteert Lovelock. Weinigen nemen nog de moeite die aantallen tegen te spreken: het is vechten tegen de bierkaai. Volgens het laatste, uitputtende rapport van IAEA, WHO, FAO en anderen ('Chernobyl's legacy: Health, environmental and socio-economic impacts', 2005) kwamen 47 reddingswerkers en hulpverleners om het leven door blootstelling aan hoge doses straling en stierven 9 kinderen aan de gevolgen van schildklierkanker (veroorzaakt door de opname van radioactief jodium). Uit dosis-reconstructie kan worden berekend dat er van de vijf miljoen mensen die in het besmette gebied wonen of woondenzo'n 4.000 mensen voortijdig zullen overlijden. Aan kanker, wel te verstaan. Maar de extra Tsjernobyl-kankers zullen nooit worden waargenomen in de gezondheidsstatistiek omdat, zoals gezegd, 25 tot 30 procent sowieso kanker krijgt. En tumoren hebben geen afzender.

Dit plaatst de buitenstaander voor een eigenaardig kennisprobleem: heeft de ramp van Tsjernobyl nu 56 of 4.000 slachtoffers gemaakt?Overleed een hartpatiënt die zich doodschrok van schokkende beelden op tv aan de schrik of aan een zwak hart? De zwaarste schade aan de gezondheid van de mensen rond Tsjernobyl is waarschijnlijktoegebracht door de angst voor straling die de milieubeweging zo gretig verspreidde, schreef het IAEA-rapport al.

Liever naar Lovelock. Waar die zich ook nu nog ontzettend kwaad over kan maken, dat is de onzin, de nonsensical hype, die destijds door Hollywood werd verspreid over de mogelijke gevolgen van een kernsmelting. Die heeft de acceptatie van kernenergie op grote achterstand geplaatst. En het China syndroom bestáát helemaal niet.

In de film 'The China Syndrome' (1979) vertelt een operator (Jack Lemmon) van een onveilige, licht haperende kernreactor in Californië aan een journaliste (Jane Fonda) die toch al nattigheid voelde dat de inhoud van zijn centrale bij compleet koelwaterverliesdiep de aarde in zou smelten. Tot hij in China weer boven de grond zou komen. Stukje beroepscynisme, maar toen twee weken nadat de film in roulatie ging de centrale van Harrisburg op Three Mile Island inderdaad zonder koelwater kwam te zitten vreesden velen toch voor een reis van de reactorinhoud naar het middelpunt der aarde.

Absurd, briest Lovelock, maar hij vertelt niet wat er echt zou gebeuren en juist dat houdt de AW-redactie al zo lang bezig. Daarom heeft zij de Delftse hoogleraar reactorfysica Tim van der Hagen gevraagd uit te leggen hoe een Jane Fonda-ongeluk in werkelijkheid zou aflopen. Het is heel prozaïsch. Als door een ongeluk opeens alle koelwater wegvalt zullen de splijtstofstaven in de reactor heter en heter worden tot ze openbarsten en met hun omhulling van zirconium versmelten tot iets dat tegenwoordig 'corium' genoemd wordt. Maar opgelet: omdat al het water weg is, is ook aan het bedoelde splijtingsproces een einde gekomen, want zonder water worden neutronen onvoldoende afgeremd om effectief splijtingen op te kunnen wekken. De hitte die nog wordt ontwikkeld komt vrij bij het spontane verval in de coriummassa. Dat is een aflopende zaak. Niettemin kan de massa aanvankelijk zo gloeiend heet zijn dat zij bij reactoren van oud ontwerp door de bodem van het reactorvat en de betonnen fundering heen smelt. Maar in de grond onder de fundering zal zij zich snel verspreiden, temperatuur-evenwicht bereiken en geleidelijk afkoelen en stollen. Onder Tsjernobyl is zo de befaamde 'olifantspoot' ontstaan. Het is dus maar een klein tochtje dat de reactorinhoud maakt. En onder moderne reactoren komt het corium al helemaal niet ver meer, want daar is een 'core catcher' aangebracht. Die vangt de kern op.