Jonge wielrenners?

Met de Omloop Het Volk start het wielerseizoen vandaag echt. Breken de jonge Nederlandse renners dit jaar door?

Egon van Kessel, bondscoach Nederlandse wielerunie: 'Dit is een overgangsjaar waarin we het ook van de renners met routine moeten hebben. Maar ik verwacht dat de jongere renners verder doorbreken. Thomas Dekker (21, vorig seizoen tweede in Criterium International, red.) kan misschien voor de overwinning rijden in korte etappekoersen als de Tirreno Adriatico. Hij is goed in de tijdritten en de etappes licht omhoog. Pieter Weening (24, won in 2005 Tour-etappe, red.) heeft meer mogelijkheden in de langere koersen. Hij moet op termijn uitgroeien tot een goede Tourrenner. Joost Posthuma (24, won in 2005 etappe in Parijs-Nice, red.) is binnen twee tot drie jaar de ideale man voor Parijs-Roubaix. Hopelijk gaan ze hem meer inzetten in eendaagse wedstrijden; dat is zijn terrein. Meer in de marge verwacht ik wat van Theo Eltink (24, red.). En ook van Koen de Kort (23, red.), die vorig seizoen een mooi debuut maakte in Parijs-Roubaix.'

Nico Verhoeven, ploegleider jonge renners (18-22 jaar) bij de Rabobankploeg: 'Thomas Dekker, Weening en Posthuma zijn vorig seizoen aardig doorgebroken. Dit jaar moeten ze dat bevestigen. Ze kunnen bepaalde wedstrijden naar hun hand zetten en behalen hopelijk links en rechts een overwinning. Dekker is misschien nog wat te jong voor langere etappekoersen. Weening kan een rol spelen in Tour-etappes; een goed klassement rijden komt vanzelf wel. Theo Eltink heeft vorig jaar al leuke dingen laten zien in de Giro en kan dat dit jaar bekronen met een etappeoverwinning. Maar de oudere garde (Erik Dekker en Michael Boogerd, red.) wil zich natuurlijk niet laten ondersneeuwen. De jongeren hebben wel steun aan hen. Er is er een goede mix dus ik ben positief gestemd.'

Erik Dekker, Raborenner, bezig aan zijn laatste profseizoen: 'Jongens als Dekker, Weening en Posthuma - en vergeet Eltink niet - zijn al redelijk doorgebroken. Dekker steekt er bovenuit; hij is ook jonger dan de anderen. Ze moeten dit jaar de lijn in hun prestaties doortrekken en niet zozeer bezig zijn met het opvolgen van de oudere renners. Ik verwacht dat ze weer een stapje vooruit maken. Maar het is nog een jaar of misschien twee jaar te vroeg voor het winnen van een klassieker. Er is een groot verschil tussen het absolute topniveau en wat ze tot nu gereden hebben. Een Tour-etappe kunnen ze wel aan; dat bewees Weening vorig jaar al.'

Maarten Ducrot, oud-wielrenner, televisiecommentator voor de NOS: 'Ik hoop op een doorbraak. Het is positief voor de ontwikkeling van jonge renners dat ze - vergeleken met de oude wielerschool - meer ruimte krijgen om hun dingen te doen. De jonkies worden niet meer klein gehouden in een knechtenrol. Erik Dekkeren Boogerd zijn positief naar de jongeren toe. Boogerd heeft de klasse nog en gaat zeker in vijf finales een rol spelen. Het is gunstig voor de jonkies als je de koers kunt afstemmen op Boogerd, die de weg kan plaveien voor de jongeren. Ik hoop dat Posthuma een minder zwaar programma gaat rijden en meer zijn eigen koersen kan kiezen. Hij is een flyer die ver zou kunnen komen in een klassieker. Weening is eigenlijk al doorgebroken en moet zich verder ontwikkelen. Van Koen de Kort verwacht ik nog wel wat binnen nu en twee jaar. Hij zat vorig jaar in zijn eerste Parijs-Roubaix in de eerste groep en durft als jonge renner in Spaanse dienst (Liberty Seguros, red.) te rijden. Dan moet je klasse hebben.'

Peter Post, oud-ploegleider: 'Ik denk niet dat we het dit seizoen alleen van de oude rotten hoeven te hebben. Ik ben redelijk hoopvol over de jonge renners. Hun kans op succes is afhankelijk van hun verdere ontwikkeling. Dat is afwachten. Dekker kan wat doen in korte etappekoersen. Het talent en de kwaliteit heeft hij. Hij moet nog leren om grote rondes te rijden, maar hij kan een etappe winnen. Weening kan een heel goede ronderenner worden. Posthuma is ook een goede renner die een grote ronde aankan. Die jongens zijn al een paar jaar bezig en moeten wat laten zien. '