Italië lijkt protectionisme weer te omarmen

Is Italië`s vrijage met de vrije markt alweer voorbij? Slechts een paar maanden na het afzetten van de protectionistische gouverneur van de Italiaanse centrale bank, Antonio Fazio, overweegt het land zijn overnamewetgeving strenger te maken teneinde spaken in de wielen van ongewenste buitenlandse bieders te kunnen steken.

Italië is geenszins het enige land dat hogere barrières tegen vijandige overnames overweegt. Luxemburg heeft al stappen gezet om bedrijven in staat te stellen hun `gifpillen` te behouden. En Frankrijk overweegt eveneens maatregelen die een protectionistische indruk maken.

Het is niet moeilijk in te zien waarom Europese landen denken dat zij enige formele bescherming nodig hebben. In dezelfde periode dat managers hun dierlijke instincten opnieuw ontdekken, is gebleken dat de oude, informele verdedigingsmechanismen tandenloos zijn geworden.

Tot voor kort werd gedacht dat een bieder die een grensoverschrijdende transactie nastreefde, zowel een aanbeveling van het doelwit als een welkom van de nationale autoriteiten nodig had om verzekerd te kunnen zijn van succes. Maar in die verdedigingslinie is onlangs een gaatje geprikt door ondernemingen als ABN Amro en Eon, die respectievelijk in Italië en Spanje konden toeslaan, tegen de uitdrukkelijke wens van de lokale autoriteiten in. Mittal Steel is nog een stap verder gegaan door een vijandig bod uit te brengen op Arcelor.

Maar terwijl de Europese landen wellicht graag steviger hekwerk willen laten verrijzen, is het niet duidelijk hoe succesvol zij daarin zullen zijn. De Franse poging lijkt niet bepaald effectief. Er wordt een beroep op de aandeelhouders gedaan om defensieve kapitaaluitbreidingen goed te keuren, hetgeen niet erg waarschijnlijk lijkt als daardoor wordt voorkomen dat zij een vette premie kunnen opstrijken. Bovendien zou deze maatregel slechts van kracht zijn tegen bieders die in hun thuisland dezelfde bescherming genieten.

In Italië doet het idee opgeld de overnamewetgeving zodanig te wijzigen dat bedrijven frustrerende acties kunnen ondernemen zonder goedkeuring van de aandeelhouders. Weliswaar moeten individuele bedrijven hun aandeelhouders zover krijgen dat ze een daartoe strekkende verandering van de statuten aanvaarden. Maar in Italië, waar bedrijven vaak door één belegger of een nauw verweven groep van beleggers worden gecontroleerd, kon dat wel eens niet de beste veiligheidsgarantie zijn. De belangen van de controlerende aandeelhouder zijn immers niet altijd dezelfde als die van de rest van de aandeelhouders.

Het is nog niet duidelijk wat Italië zal doen, zo het land al tot actie overgaat. Maar als het een echte afschrikwekkende maatregel overweegt, zou dat dom zijn. Fazio`s ongebreidelde protectionisme zadelde Italië immers op met een kwetsbare banksector, omdat de lokale banken weinig reden tot consolidatie hadden. Nog meer barrières zouden het probleem alleen maar verergeren.