Italië breidt claims op roofkunst uit

De teruggave van gestolen kunstwerken wordt in Italië beschouwd als nog een begin. De claim op het J.Paul Getty Museum is uitgebreid van 52 naar 300 stukken.

Rome, 25 febr.- Met het akkoord tussen het Italiaanse ministerie van Cultuur en het Amerikaanse Metropolitan Museum of Arts in New York komen 21 zeer belangrijke gestolen stukken terug naar Italië. Topstuk is de 'Euphronius krater', volgens kenners de mooiste Etruskische vaas die bekend is en die diende voor het mengen van water en wijn.

De overeenkomst is in Italië ontvangen als een grote overwinning in de strijd tegen de handel in illegaal opgegraven archeologische kunststukken. Maar het wordt slechts als het begin beschouwd.

In de databank van de Italiaanse kunstpolitie zitten een half miljoen gestolen archeologische objecten. Het ministerie van Cultuur heeft de claim op de collectie van het J.Paul Getty Museum in Los Angelos uitgebreid van 52 naar 300 stukken. Woensdag werd alvast aangekondigd dat het Museum of Fine Art in Boston bezoek mag verwachten, vanwege het bezit van kunstwerken die gestolen zouden zijn. Ook vele andere Amerikaanse musea, particuliere kunsthandelaren en Europese musea bevinden zich in het vizier van het ministerie en van lokale archeologische conservatoren die hun verlanglijstjes hebben gemaakt.

Al sinds 1939 bestaat er een wet die stelt dat er geen Italiaanse cultureel erfgoed zonder vergunning mag worden geëxporteerd. Maar het is pas sinds een paar jaar dat Italië werkelijk werk maakt van de jacht op deze illegaal objecten. Met name de laatste maanden kwam er schot in de zaak door de rechtszaak tegen de oud-conservator Marion True van het J. Paul Getty Museum in Los Angeles, en de kunsthandelaar Robert Hecht die de 'Euphronius krater' aan het Metropolitan verkocht. Beide staan in Rome terecht, vanwege illegale handel in gestolen archeologische objecten. Deze rechtszaak en de wereldwijde persaandacht hebben het Metropolitan zo onder druk gezet dat het besloot een vergelijkbare juridische gang te voorkomen en mee te werken aan een akkoord.

Verantwoordelijk voor de nieuwe Italiaanse strategie is met name advocaat Maurizio Fiorilli die namens het ministerie van Cultuur de onderhandelingen met het Metropolitan leidde. Hij voerde samen met minister Rocco Buttiglione van Cultuur niet alleen via de pers en de rechtszaal de druk op, maar werkte ook het idee uit om het Metropolitan in ruil voor teruggave van de stukken vergelijkbare waardevolle archeologische objecten in bruikleen te geven.

In een interview zei Fiorilli vorige week dat volgens hem het aanbieden van bruiklenen de oplossing is om illegale handel in kunstobjecten te voorkomen. 'Als Amerikaanse musea culturele artefacten kunnen lenen van Italië of andere landen, betekent dit dat ze deze niet hoeven te kopen en dus niet het risico lopen verwikkeld te geraken in juridische gevechten.'

Volgens Fiorilli kan het geld dat de Amerikaanse musea nu uitgeven aan het aankopen van deze archeologische objecten 'beter besteed worden aan de legale en wetenschappelijk verantwoorde opgravingen in landen als Italië en voor het organiseren van tentoonstellingen van de in bruikleen gekregen objecten'.

Resultaat van de nu bereikte overeenkomst is dat objecten die met steun van het Metropolitan worden opgegraven in New York tentoongesteld mogen worden. In ruil voor teruggave van de 21 topstukken heeft het Metropolitan verder een verlanglijst mogen opstellen van kunstvoorwerpen die het wil exposeren. Daaronder bevinden zich onder meer drie Etruskische vazen die nu in het archeologisch museum palazzo Costabile van Ferrara staan. Ook andere Italiaanse musea zullen kunst moeten afstaan.

Grote vraag is of zij allen net zo positief zullen reageren als directrice Berti van het archeologisch museum in Ferrara, die zegt dat 'het geen probleem is om de vazen naar New York te verschepen'.