Industrie is de ruggengraat van de economie

'Een sterke industriële sector is cruciaal voor elk land.' Maar de Amerikanen laten het in dat opzicht lelijk afweten, meent Eamonn Fingleton in het tweewekelijkse zakenblad Fortune, Daarom is de balans op de lopende rekening, gemeten naar het bruto binnenlands product, veranderd van een overschot van 0,8 procent in 1965 tot een tekort van 6,3 procent in 2005. In dezelfde periode daalde het aandeel van de industrie in het Amerikaanse bruto binnenlands product van 23 tot 12 procent. Zo slecht heeft geen enkel groot land meer gescoord sinds Italië in 1924, constateert de auteur.

Hij maakt ook korte metten met de 'nieuwe economie' van de jaren negentig. Want de groei die daarvan werd verwacht is achterwege gebleven. Gerekend naar inkomen per hoofd van de bevolking moeten de Verenigde Staten zes landen voor laten gaan: Luxemburg, Noorwegen, Zwitserland, Ierland, Denemarken en IJsland.

Amerika's belangrijkste concurrenten, Japan en Duitsland, scoren weliswaar net wat lager dan de VS, maar hoewel de loonkosten er hoger zijn, blijven ze recordresultaten boeken op de exportmarkt, 'dankzij grote investeringen in de industrie'.

Japan behaalde in 2004 een overschot op de lopende rekening van 144 miljard euro, het grootste dat ooit door enig land werd geboekt en drie keer zo groot als in het topjaar 1989. En in 2004 haalde Duitsland de VS in en werd het 's werelds grootste exporteur, 'niet slecht voor een land met minder dan eenderde van het aantal Amerikaanse werknemers.' Duitsland excelleert volgens de auteur in het maken van machinerie, van drukpersen tot elektriciteitscentrales. Zelfs in het maken van elektronische consumentengoederen doet Duitsland het beter dan de VS. De lonen bij de Duitse vestiging van Whirlpool zijn bijna de helft zo hoog zijn als bij Whirlpool zelf in de VS. De bedrijfsvoering is zo efficiënt dat het bedrijf wasmachines exporteert naar de VS.

Maar is China niet bezig iedereen in te halen? Dat valt te bezien, meent de auteur. Hij herinnert eraan dat het Japanse Canon naar China alleen werk uitbesteedt waarbij de loonkosten meer dan 10 procent van alle kosten bedragen. Zo vermijdt het bedrijf dat zijn toptechnologie in Chinese handen komt.

Waren Duitse bedrijven maar zo wijs, verzucht het Duitse opinieweekblad Die Zeit. Buitenlandse ondernemingsconsulenten in China verbazen zich er met hun Chinese klanten over hoe gemakkelijk het is om aan Duitse knowhow te komen. Het blad schrijft dit in een artikel over de manier waarop de Chinezen momenteel bezig zijn de Transrapid, de magneettrein van Duitse makelij in Shanghai, na te bouwen. De Chinezen weten volgens het blad heel goed dat hun technologische kennis ver achterloopt bij die van de Duitsers. Daarom gebruiken ze de uitbouw van het Transrapid-project in Shanghai als onderhandelingspand in hun pogingen Duitse knowhow te bemachtigen. Dat wil zeggen dat ThyssenKrupp en Siemens hun werk alleen mogen voortzetten als de Chinezen minstens 70 procent van benodigde onderdelen mogen leveren.

'Productietechnieken, intellectueel eigendom en merknamen vormen het enige kapitaal dat landen als Duitsland en Japan bezitten', waarschuwt Jesper Koll, chef-econoom van de Amerikaanse investeringsbank Merrill Lynch in Tokio. Ook hij wijst erop dat grote Japanse ondernemingen als Toyota en Canon geen toptechnologie uitbesteden naar China, maar hun meest geavanceerde fabrieken bouwen in Japan. Japanse ondernemingen letten volgens hem veel beter op hun belangen op de lange termijn dan Duitse.

Denken en handelen op lange termijn, dat is een van de belangrijkste eigenschappen van wat het Duitse weekblad Wirtschaftswoche de 'elite van de toekomst' noemt. Het blad schrijft dat in een artikel naar aanleiding van de wedstrijd die het voor de vijfde achtereenvolgende keer uitschrijft voor jonge managers die bij deze toekomstige elite willen horen. Dat gebeurt in samenwerking met de personeelsconsulent Egon Zehnder International. Dit keer waren er 8.000 kandidaten van wie er 22 de eindstreep haalden. Dat zijn de mensen die volgens het blad in staat zijn om 'het lot van de economie vorm te geven'. Ze hebben gemeen dat ze 'latent ontevreden zijn, overal vragen bij stellen, graag willen veranderen en er verantwoordelijkheid voor willen dragen, niet pretentieus zijn en veelzijdig geïnteresseerd. Mensen met een vlekkeloos curriculum vitae vallen doorgaans snel af omdat je met zulke mensen geen onderneming kunt opbouwen. Die werken alleen voor zichzelf.'

Voor Japan ziet de toekomst er zonniger uit dan sinds jaren het geval is geweest. Dat is volgens het Britse weekblad The Economist voor een belangrijk deel te danken aan de sterke vraag vanuit China. In de eerste drie kwartalen van 2005 groeide de economie in Japan 2,8 procent, op de Verenigde Staten na het snelst van alle landen van de G7. In het laatste kwartaal streefde Japan ook de Verenigde Staten voorbij met een groei op jaarbasis van 4,2 procent. Dat wil niet zeggen dat het alles goud is wat er blinkt. Een van de vlekken op het blazoen is dat de import erg bescheiden is in verhouding met de export - al meldde Japan deze week een handelstekort voor januari. Die bescheiden invoer betekent volgens het blad dat het herstel grotendeels beperkt blijft tot de dienstensector en dat de industrie daarbij achterblijft.

Herman Frijlink